Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-01-03
ECLI:NL:RBZWB:2024:4400
Civiel recht
Bodemzaak
1,706 tokens
Inleiding
RECHTBANK
ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Middelburg
Zaaknummer: 10544878 \ CV EXPL 23-1359
Vonnis van 3 januari 2024
in de zaak van
[eiser]
,
te [plaats 1] ( [land] ),
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: [gemachtigde] , advocaat te [plaats 2] ( [land] ),
tegen
ROOMPOT SERVICE B.V.,
te Goes,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Roompot,
gemachtigde: mr. S. Wiersma-Helal.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding, - de conclusie van antwoord met producties, - de conclusie van repliek, - de conclusie van dupliek, - de op 6 december 2023 toegestuurde producties bij dagvaarding.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
2.1.
[eiser] heeft op 1 september 2020 bij Roompot een vakantiehuis geboekt op Roompot vakantiepark “ [vakantiepark] ” te [plaats 3] voor de periode 21 juni tot en met 5 juli 2021. [eiser] heeft het daarvoor verschuldigde bedrag van € 1.411,00 betaald aan Roompot. Dit bedrag bevat een toeslag van € 35,00 vanwege de door [eiser] aangegeven voorkeur van ligging van het vakantiehuis en € 65,00 aan borg.
2.2.
Op 21 juni 2021 heeft [eiser] bij aankomst bij de receptie kenbaar gemaakt niet tevreden te zijn met de accommodatie vanwege bouwlawaai. Hij heeft op 21 juni 2021 een hotel in Zoutelande geboekt en heeft daar tot 27 juni 2021 overnacht. Roompot heeft op 8 juli 2021 de toeslag van € 35,00 en de borg van € 65,00 aan [eiser] terugbetaald.
2.3.
Per brief van 5 augustus 2021 heeft [eiser] aan Roompot verzocht om een vergoeding vanwege de overlast bij het vakantiehuis door het bouwlawaai. Hij maakt aanspraak op € 1.074,00 aan kosten die hij heeft gemaakt voor de hotelovernachtingen gedurende de eerste vakantieweek en € 325,25 voor de tweede vakantieweek. Roompot heeft deze bedragen niet betaald.
2.4.
[eiser] heeft Roompot op 6 oktober 2021 gedagvaard voor het Duitse Ambtsgericht Bad Dürkheim. De Duitse rechter heeft zich in de uitspraak van 16 februari 2023 onbevoegd verklaard, omdat de Nederlandse rechter op grond van artikel 24 Brussel I bis-Verordening exclusief bevoegd is.
Geschil
3.1.
[eiser] vordert - samengevat - veroordeling van Roompot tot betaling van € 1.401,75, vermeerderd met rente en veroordeling van Roompot in de proceskosten. Het gevorderde bedrag bestaat uit € 1.074,00 aan kosten voor hotelovernachtingen gedurende de eerste vakantieweek (21 tot en met 27 juni 2021) en € 327,75 aan korting van 50% op de huur van het vakantiehuis voor de tweede vakantieweek (28 tot en met 5 juli 2021) vanwege het bouwlawaai.
3.2.
Roompot voert verweer. Roompot concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eiser] , dan wel tot afwijzing van de vordering van [eiser] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure te vermeerderen met de wettelijke rente en de nakosten.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
Geschil
4.2.
Allereerst voert Roompot aan dat de vordering moet worden afgewezen omdat [eiser] niet stelt op welke rechtsgrond hij zijn vordering baseert. Aan dit verweer wordt voorbijgegaan. Hoewel de dagvaarding summier is, is voldoende duidelijk welke feitelijke en juridische gronden [eiser] aan zijn vordering ten grondslag legt. Gelet op het uitvoerige verweer van Roompot is dit ook voor Roompot voldoende duidelijk.
4.3.
Het standpunt van [eiser] komt erop neer dat Roompot tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de overeenkomst met [eiser] vanwege de overlast die [eiser] heeft ervaren door het bouwlawaai bij het vakantiehuis. Daarom vordert [eiser] vergoeding van de hotelkosten en compensatie. Zijn vordering wordt afgewezen.
4.4.
[eiser] heeft de gestelde overlast en schade onvoldoende onderbouwd. Volgens [eiser] zou er van maandag tot en met vrijdag van 7.15 tot 16.00 uur voortdurend lawaai en stank zijn. Onduidelijk is hoe [eiser] deze overlast voor de eerste vakantieweek weet. Hij heeft bij aankomst op het park op 21 juni 2021 het bouwlawaai bij de receptie gemeld en heeft op diezelfde dag een hotel in Zoutelande geboekt voor de periode 21 tot en met 27 juni 2021 om daar te overnachten. Dit hotel ligt op ruime afstand van het vakantiepark. In deze periode van zeven dagen lag ook een weekend waarin geen bouwwerkzaamheden werden uitgevoerd. Zonder onderbouwing valt ook niet in te zien dat er voor de tweede vakantieweek een gestelde korting van 50% gerechtvaardigd zou zijn. De overeenkomst is niet (deels) ontbonden. Bovendien staat vast dat [eiser] het vakantiehuis kon gebruiken en dit de tweede vakantieweek ook heeft gedaan en geeft hij alleen aan dat vanwege de overlast het terras nauwelijks kon worden benut.
4.5.
Uit het voorgaande volgt dat de vordering van [eiser] niet toewijsbaar is. De overige stellingen van partijen leiden niet tot een ander oordeel.
4.6.
[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Roompot worden begroot op:
salaris gemachtigde € 398,00 (2 punten x tarief € 199,00)
nakosten € 99,50
totaal € 497,50
4.7.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
Dictum
De kantonrechter:
5.1.
wijst de vordering van [eiser] af,
5.2.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 497,50 te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [eiser] niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet [eiser] ook de kosten van betekening betalen,
5.3.
veroordeelt [eiser] in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek over het bedrag van € 398,00, zijnde het salaris gemachtigde, als dit bedrag niet binnen veertien dagen na aanschrijving is voldaan,
5.4.
verklaart dit vonnis voor wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Kool en in het openbaar uitgesproken op 3 januari 2024.