Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-06-10
ECLI:NL:RBZWB:2024:4293
Strafrecht
Op tegenspraak
1,133 tokens
Dictum
Aan veroordeelde
[veroordeelde]
geboren op [geboortedag] 1988 te [geboorteplaats] ( [land] )
wonende te [woonadres]
gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting te Zwolle
is de ISD-maatregel opgelegd.
1De stukken
Het dossier bevat onder meer de volgende stukken:
- het vonnis van deze rechtbank d.d. 21 februari 2023 waaruit blijkt dat aan veroordeelde de ISD-maatregel is opgelegd voor de duur van 2 jaar;
- het verzoek van de verdediging tot tussentijdse beoordeling en beëindiging van de ISD-maatregel;
- een voortgangsverslag tenuitvoerlegging ISD-maatregel van 3 juni 2024 van [naam 1] , directeur van de P.I. te Zwolle en [naam 2] , senior casemanager, omtrent de stand van uitvoering van het plan van opvang van de veroordeelde en inhoudende het advies tot opheffing van de ISD maatregel.
2De procesgang
Tijdens het onderzoek ter zitting van de rechtbank van 10 juni 2024 is de officier van justitie mr. S.A.J. Louwers gehoord. Tevens is veroordeelde gehoord, bijgestaan door haar raadsman mr. H. van Asselt, advocaat te Roosendaal. Ook de deskundige [naam 2] , senior casemanager, is gehoord.
3Het standpunt van de penitentiaire inrichting
In het voortgangsverslag tenuitvoerlegging ISD-maatregel van de P.I. te Zwolle d.d. 3 juni 2024 wordt geadviseerd tot opheffing van de ISD-maatregel op het moment dat veroordeelde is overgedragen aan de Dienst Terugkeer en Vertrek ten behoeve van haar uitzetting naar [land] . Veroordeelde heeft binnen de P.I. psycho-educatie gevolgd en positief afgerond. Wegens haar ongewenst verklaring is er geen mogelijkheid om haar verder te behandelen. Daarnaast bestaat er een taalbarrière. Gelet op deze omstandigheden is er geen verder behandeltraject mogelijk. De deskundige heeft het voorgaande ter zitting bevestigd.
4Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft ter zitting geconcludeerd tot beëindiging van de ISD-maatregel. Veroordeelde is ongewenst verklaard, waardoor geen vorm van behandeling meer mogelijk is binnen de P.I. Zwolle. Voortzetting van de ISD-maatregel is daardoor niet langer zinvol.
5Het standpunt van de verdediging
De raadsman van veroordeelde heeft ter zitting aangevoerd dat voortzetting van de ISD-maatregel niet langer zinvol is, nu er geen behandeling voor veroordeelde meer mogelijk is binnen de P.I. Zwolle. De raadsman verzoekt de rechtbank dan ook te beslissen tot beëindiging van de ISD-maatregel.
Beoordeling
De rechtbank dient in het kader van deze procedure te beoordelen of voortzetting van de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel, die in beginsel tot en met 23 april 2025 voortduurt, noodzakelijk is. Daarbij moet worden vastgesteld of opheffing van de maatregel zal leiden tot onveiligheid, overlast en/of verloedering van het publieke domein en of er sprake is van een omstandigheid die buiten de macht van veroordeelde is gelegen waardoor voortzetting van de ISD-maatregel niet langer zinvol is.
Veroordeelde heeft ter zitting aangegeven dat zij is afgekickt van de drugs en dat zij haar leven een andere richting wil geven. Zij heeft – voor zover mogelijk gelet op haar verblijfstatus – meegewerkt aan de behandelingen die haar daarvoor zijn aangeboden. Dit wordt ook door de PI bevestigd. De rechtbank stelt voorts vast dat veroordeelde ongewenst is verklaard. Daardoor is geen aanvullende behandeling meer mogelijk binnen de P.I. Zwolle, hetgeen een omstandigheid betreft die buiten de macht van veroordeelde is gelegen. De rechtbank is dan ook met de officier van justitie en de raadsman van oordeel dat voortzetting van de ISD-maatregel niet langer zinvol is. Gelet hierop zal de rechtbank het verzoek van veroordeelde toewijzen en de ISD-maatregel met onmiddellijke ingang beëindigen.
Dictum
De rechtbank
- wijst het verzoek van veroordeelde toe en beëindigt de ISD-maatregel met ingang van 10 juni 2024.
Deze beslissing is gegeven door mr. F.L. Donders, voorzitter, mr. E.B. Prenger en mr. P.A.M. Wijffels, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier mr. D. van Spelde en betreft een schriftelijke bevestiging van de mondelinge beslissing die is uitgesproken ter openbare zitting op 10 juni 2024.
Mrs. Donders, Wijffels en Van Spelde zijn niet in de gelegenheid deze beslissing mede te ondertekenen.