Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-06-20
ECLI:NL:RBZWB:2024:4217
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,005 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 24/3222
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 juni 2024 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats] , eiseres
(gemachtigde: mr. A. van Tol-Macharoblishvili),
en
Belastingdienst/Toeslagen, verweerder.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiseres heeft ingesteld omdat verweerder volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar verzoek (aanvraag) van 10 juni 2021 om herbeoordeling van haar situatie met betrekking tot dekinderopvangtoeslag.
1.1.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling
2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen.
Is het beroep ontvankelijk en gegrond?
3. De vraag die bij de rechtbank voorligt, is of sprake is van niet tijdig beslissen door verweerder.
3.1.
Bij besluit van 22 januari 2024 heeft verweerder op het bezwaar van eiseres beslist. Tussen partijen is niet in geschil dat eiseres het besluit heeft ontvangen.
3.2.
Eiseres heeft bij brief van 5 april 2024 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar verzoek om herbeoordeling. Eiseres stelt dat de beslissing op bezwaar van 22 januari 2024 enkel betrekking heeft op de eerste toets en niet de integrale beoordeling bevat.
3.3.
De rechtbank is van oordeel dat verweerder met het besluit van 22 januari 2024 op het bezwaar van eiseres heeft beslist. Indien eiseres van mening was dat deze beslissing op bezwaar onvoldoende (volledig) was, had eiseres toen daartegen moeten opkomen.
3.4.
Nu verweerder op 22 januari 2024 heeft beslist op het bezwaar, was er op het moment van indienen van het beroepschrift op 5 april 2024 dus geen sprake van niet tijdig beslissen op het bezwaar door verweerder. Daarmee voldoet het beroepschrift niet aan de in artikel 6:12, tweede lid, van de Awb bepaalde vereisten voor het indienen van een beroepschrift tegen het niet tijdig beslissen.
4. Het beroep gericht tegen het niet tijdig beslissen is kennelijk niet-ontvankelijk.
5. Nu het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, bestaat voor een proceskostenveroordeling geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.J. Govaers, rechter, in aanwezigheid van C.J.M. Hendrickx, griffier, op 20 juni 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
Dit staat (onder andere) in artikel 6:12 van de Awb.