Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-06-05
ECLI:NL:RBZWB:2024:4118
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
2,217 tokens
Inleiding
RECHTBANK
ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Breda
Zaaknummer: 10900581 \ CV EXPL 24-326
Vonnis van 5 juni 2024
in de zaak van
XIOR BREDA N.V.,
gevestigd en kantoorhoudende te Antwerpen (België),
eisende partij,
hierna te noemen: Xior,
gemachtigde: Ultimoo Incasso B.V. te Woerden,
tegen
[gedaagde]
,
wonende te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 14 februari 2024 met de daarin genoemde stukken;
- het e-mailbericht van 29 april 2024 met bijlagen;
- de mondelinge behandeling van 6 mei 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Geschil
2.1.
Xior vordert om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, de huurovereenkomst tussen partijen met betrekking tot de woonruimte, staande en gelegen te ( [postcode] ) [plaats] aan het [adres] (verder: het gehuurde), te ontbinden, [gedaagde] te veroordelen tot ontruiming van het gehuurde en tot betaling van (achterstallige) huur, rente en kosten. Zij stelt dat [gedaagde] een huurachterstand van € 20.631,88 (tot en met april 2024) heeft laten ontstaan, te vermeerderen met rente en kosten. Een dergelijke huurachterstand rechtvaardigt de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde.
2.2.
[gedaagde] heeft de huurachterstand niet weersproken. Hij geeft aan dat zijn vader de huur voldeed, maar dat die wegens gezondheidsklachten niet meer kan werken en de huur niet meer kan voldoen. Hiervan heeft [gedaagde] Xior op de hoogte gesteld. Hij heeft gezocht naar werk, maar hij mag, als student van buiten de EU, niet fulltime werken, zodat hij zelf ook de huur niet kan voldoen. Hij is bezig met een woning in Indonesië te verkopen, maar dat is nog niet gelukt. Een oplossing zou zijn dat Xior de woning in Indonesië overneemt.
2.3.
Xior is gevestigd in België, zodat onderhavige procedure een internationaal karakter heeft. Eerst moet de kantonrechter beoordelen of zij bevoegd is de zaak te behandelen. De kantonrechter beantwoordt deze vraag bevestigend en wel op grond van artikel 24 lid 1 van de Verordening (EU) nr. 1215/2012.
2.4.
Vervolgens is van belang welk recht op de overeenkomst van toepassing is. Gelet op artikel 3 lid 1 van de Verordening (EU) nr. 593/2008 in samenhang bezien met artikel 29.1 van de huurovereenkomst is Nederlands recht van toepassing.
2.5.
De gevorderde huurachterstand is niet weersproken, zodat een bedrag van € 20.631,88 aan achterstallige huur tot en met april 2024 toewijsbaar is.
2.6.
Uit artikel 6:265 BW volgt dat iedere tekortkoming van een partij de wederpartij de bevoegdheid geeft om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te (doen) ontbinden, tenzij de tekortkoming gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis deze ontbinding niet rechtvaardigt. De kantonrechter constateert dat er sprake is van een zeer grote huurachterstand van meer dan twee jaar. Naar het oordeel van de kantonrechter is de gevorderde ontbinding van de tussen partijen bestaande huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde (met nevenvorderingen) gerechtvaardigd. De door [gedaagde] aangevoerde persoonlijke omstandigheden komen, hoe vervelend ook voor [gedaagde] , voor zijn rekening en risico.
2.7.
Xior vordert vervolgens een vergoeding van de buitengerechtelijke kosten van € 1.854,85 (inclusief btw). Xior dient, omdat in de onderhavige zaak sprake is van een overeenkomst met – kortgezegd – een consument, op grond van de met het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) samenhangende wettelijke bepalingen aan te tonen dat zij een kosteloze aanmaning conform de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW aan [gedaagde] heeft verzonden. Gelet op de stellingen van Xior en de bij dagvaarding overgelegde zogenoemde “veertiendagenbrief” heeft zij aan dit wettelijke vereiste voldaan. Het gevorderde bedrag aan vergoeding van de buitengerechtelijke kosten komt vervolgens ook overeen met de het in het Besluit bepaalde tarief, zodat dit bedrag toewijsbaar is.
2.8.
De gevorderde verschenen rente en de gevorderde toekomstige rente zullen als niet, dan wel onvoldoende, weersproken worden toegewezen als in de beslissing vermeld. De gevorderde wettelijke rente over de verschenen wettelijke rente wordt afgewezen, voor zover de verschenen wettelijke rente niet meer dan een jaar verschuldigd is (artikel 6:119 lid 2 BW).
2.9.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Xior worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
136,72
- griffierecht
€
1.409,00
- salaris gemachtigde
€
1.086,00
(2,00 punten × € 543,00)
- nakosten
€
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
2.766,72
2.10.
Tot slot overweegt de kantonrechter ten overvloede dat [gedaagde] zich voor het treffen van een betalingsregeling kan wenden tot de gemachtigde van Xior.
Dictum
De kantonrechter:
ontbindt met ingang van de dag na heden de huurovereenkomst tussen partijen betreffende de woning met aanhorigheden, staande en gelegen te ( [postcode] ) [plaats] aan het [adres] ;
veroordeelt [gedaagde] om het gehuurde binnen twee weken na de betekening van dit vonnis met al de zijnen en het zijne te ontruimen en te verlaten en met afgifte van de sleutels ter vrije en algehele beschikking van Xior te stellen;
veroordeelt [gedaagde] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Xior te betalen:
- een bedrag van € 23.287,65 aan achterstallige huur tot en met april 2024 (inclusief buitengerechtelijke kosten en verschenen rente), te vermeerderen met de wettelijke rente over de in voornoemd bedrag opgenomen (huur)bedragen vanaf 22 januari 2024 of de datum van verzuim tot aan de dag van de volledige betaling, waarbij enkel wettelijke rente over de verschenen wettelijke rente verschuldigd is op het moment dat de verschenen wettelijke rente langer dan één jaar verschuldigd is;
- een bedrag van € 832,06 per maand of gedeelte daarvan aan huur vanaf 1 mei 2024 tot de ontbinding van de huurovereenkomst, te vermeerderen met de wettelijke rente over die bedragen vanaf de opeisbaarheid tot aan de dag van de volledige betaling;
- een bedrag van € 832,06 per maand of gedeelte daarvan aan gebruiksvergoeding vanaf de ontbinding van de huurovereenkomst tot de feitelijke ontruiming van het gehuurde, te vermeerderen met de wettelijke rente over die bedragen vanaf verzuim tot aan de dag van de volledige betaling;
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 2.766,72, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Van 't Nedereind en in het openbaar uitgesproken op 5 juni 2024.