Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-05-07
ECLI:NL:RBZWB:2024:4086
Strafrecht
Raadkamer
888 tokens
Dictum
[klager]
geboren op [geboortedag] 1994 te [geboorteplaats]
wonende op het [woonadres]
hierna te noemen: klager.
Procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:
de uitdraai van het beslagportaal waaruit blijkt dat op grond van artikel 94 van het Wetboek van Strafvordering (hierna te noemen: Sv) op 21 juni 2023 in beslag is genomen: een fiets.
het klaagschrift ingevolge artikel 552a Sv, ingediend op 30 januari 2024 ter griffie van deze rechtbank;
het verweerschrift van de officier van justitie; en
de overige stukken uit het bijbehorende raadkamerdossier met voornoemd raadkamernummer.
Het klaagschrift is behandeld in raadkamer op 23 april 2024. Gehoord zijn de officier van justitie, mr. M. Nieuwenhuis en klager.
Het klaagschrift strekt tot opheffing van het gelegde beslag met last tot teruggave aan de klager. Daartoe is aangevoerd dat op 21 juni 2023 onder klager een fiets in beslag is genomen waarvan hij eigenaar is. Hierdoor heeft klager een nieuwe fiets moeten aanschaffen voor een bedrag van in totaal € 438,94. De strafzaak tegen klager is geseponeerd en door het Openbaar Ministerie is medegedeeld dat de fiets is vervreemd. Klager wenst teruggave van zijn fiets dan wel een schadeloosstelling ter hoogte van € 438,94.
Klager heeft in raadkamer gepersisteerd bij het ingediende klaagschrift.
De officier van justitie heeft zich schriftelijk op het standpunt gesteld dat de fiets kan worden teruggegeven aan klager.
In raadkamer heeft de officier van justitie te kennen gegeven dat de fiets had moeten worden teruggegeven aan klager, maar dat deze door vernietiging niet meer beschikbaar is. Klager dient in dit geval schadeloos te worden gesteld. Deze schadeloosstelling valt echter buiten het bereik van de klaagschriftprocedure en klager dient hiervoor contact op te nemen met Domeinen roerende zaken.
Beoordeling
De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het klaagschrift.
Het klaagschrift is tijdig ingediend.
De rechtbank stelt vast dat het beslag gelegd op grond van artikel 94 Sv reeds is geëindigd, nu de officier van justitie op 1 februari 2024 een last tot teruggave van de fiets aan klager heeft gegeven. Op 9 februari 2024 is aan klager door het Openbaar Ministerie te kennen gegeven dat de fiets reeds is verkocht en dat een schadeloosstelling aan klager zal worden uitgekeerd. De rechtbank overweegt dat voor het beëindigen van het beslag niet de feitelijke teruggave doorslaggevend is, maar de last tot teruggave. De rechtbank zal klager dan ook niet ontvankelijk verklaren in zijn beklag.
Dictum
De rechtbank verklaart
- klager niet-ontvankelijk in zijn klaagschrift.
Deze beslissing is op 7 mei 2024 gegeven door mr. R.J.H. Goossens, rechter, in tegenwoordigheid van mr. M. van Grinsven, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 mei 2024.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen deze beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na dagtekening van deze beslissing en door de klager binnen veertien dagen na de betekening van deze beslissing beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden te 's-Gravenhage (artikel 552d lid 2 Wetboek van Strafvordering).