Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-04-16
ECLI:NL:RBZWB:2024:4076
Strafrecht
Raadkamer
1,342 tokens
Dictum
[klaagster] ,
geboren op [geboortedag 1] 1994,
woonplaats kiezend op het kantoor van mr. J.H.E.M. Kersemaekers advocaat te Breda, (Postbus 4650, 4803 ER Breda),
hierna te noemen: de klaagster
Beslagene is: [beslagene] ,
geboren op [geboortedag 2] 1966 te [geboorteplaats] ,
Procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:
de kennisgeving van inbeslagname op grond van artikel 94 van het Wetboek van Strafvordering (hierna te noemen: Sv), waaruit blijkt dat op 12 december 2023 onder beslagene in beslag is genomen: een auto Mini Cooper, [kenteken] ;
het klaagschrift ingevolge artikel 552a Sv, ingediend op 23 januari 2024 ter griffie van deze rechtbank;
het verweerschrift van het Openbaar Ministerie;
de overige stukken uit het bijbehorende raadkamerdossier met voornoemd raadkamernummer.
Het klaagschrift is behandeld in raadkamer op 16 april 2024. Gehoord zijn de officier van justitie, mr. R.S. Jacobs, klaagster, beslagene en hun raadsman mr. J.H.E.M. Kersemaekers.
Het klaagschrift strekt tot opheffing van het gelegde beslag met last tot teruggave van de auto aan klaagster.
Tijdens de behandeling in raadkamer is namens klaagster aangevoerd dat haar auto onder beslagene in beslag is genomen. Beslagene is de stiefvader van klaagster. De auto staat op naam van beslagene, maar hij is niet de eigenaar. De auto is een schenking van de grootouders van klaagster geweest. Klaagster betaalt de verzekering. Het voertuig is op eerste verzoek teruggegeven aan klaagster. Echter, vanwege enkele onvolkomenheden in de schenkingsovereenkomst is de auto op 19 januari 2024 opnieuw in beslag genomen. Klaagster stelt zich op het standpunt dat de auto haar eigendom is en zij heeft de auto nodig om naar haar werk te gaan. Klaagster verzoek het klaagschrift gegrond te verklaren en de auto aan haar terug te geven.
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat het beslag gehandhaafd moet blijven.
Gelet op het onderzoek door de politie is nog niet buiten redelijke twijfel vast te stellen dat klaagster de eigenaar is. De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat het klaagschrift ongegrond moet worden verklaard.
Beoordeling
De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het klaagschrift.
Het klaagschrift is tijdig ingediend en klaagster is ontvankelijk in het klaagschrift.
De rechtbank overweegt als volgt.
Het beslag op de auto is gelegd op grond van artikel 94 Sv. Inmiddels is er conservatoir beslag op de auto gelegd op grond van artikel 94a Sv.
De rechtbank stelt voorop dat het onderzoek in raadkamer naar aanleiding van een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a Sv een summier karakter draagt. Dat betekent dat van de rechter niet kan worden gevergd ten gronde in de mogelijke uitkomst van een nog te voeren hoofdzaak of ontnemingszaak te treden.
Onder beslagene is op 12 december 2023 een auto in beslag genomen. De auto staat op naam van beslagene.
Klaagster stelt eigenaar/rechthebbende van de auto te zijn en vraagt om teruggave. Het strafrechtelijk onderzoek is niet tegen haar gericht en zij is niet de beslagene. Beoordeeld moet worden of zich het geval voordoet dat buiten redelijke twijfel is dat de klaagster als eigenaar/rechthebbende van de auto moet worden aangemerkt en zo ja, of zich de situatie als bedoeld in artikel 94a, vierde of vijfde lid, Sv voordoet.
Klaagster stelt dat zij de auto van haar grootouders heeft gekregen. Klaagster heeft stukken overlegd om dit te onderbouwen. Echter, uit het proces-verbaal van bevindingen van de politie d.d. 12 januari 2024, pagina 473 van het procesdossier, komt naar voren dat uit onderzoek is gebleken dat de schenkingsovereenkomst valselijk opgemaakt lijkt te zijn. Nu de auto op naam van de beslagene staat en uit het dossier naar voren komt dat het kentekenbewijs in de portemonnee van de vrouw van beslagene is aangetroffen, is de
de rechtbank van oordeel dat de klaagster (vooralsnog) niet buiten redelijke twijfel als eigenaar kan worden aangemerkt, zodat het beklag ongegrond moet worden verklaard.
Dictum
De rechtbank verklaart het klaagschrift ongegrond.
Deze beslissing is op 30 april 2024 gegeven door mr. R.J.H. Goossens , rechter, in tegenwoordigheid van I.L. Bruijnooge, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 april 2024.
De griffier is niet in de gelegenheid deze beslissing mede te ondertekenen.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen deze beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na dagtekening van deze beslissing en door de klager binnen veertien dagen na de betekening van deze beslissing beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden te 's-Gravenhage (artikel 552d lid 2 Wetboek van Strafvordering