Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-05-03
ECLI:NL:RBZWB:2024:4066
Strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,017 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer : 10469657 \ MB VERZ 23-207
CJIB-nummer : 1062 5422 4899 5743
uitspraakdatum : 3 mei 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
[adres]
[plaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : mr. A. de Jong (Skandara)
Procesverloop
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Gemachtigde heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door gemachtigde beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 3 mei 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mr. E.J.T. Berkeljon (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden op de A59 (links) te Raamsdonk (gemeente Geertruidenberg) op 20 april 2022 om 19:44 uur.
Gemachtigde heeft namens betrokkene aangevoerd dat betrokkene de gedraging betwist. Ook wordt verzocht om een proceskostenvergoeding. Ter zitting heeft betrokkene hieraan toegevoegd dat er geen staandehouding heeft plaatsgevonden en dat de redelijke termijn overschreden is.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht de zaak aan te houden om een aanvullend proces-verbaal op te vragen aangezien deze grond ter zitting pas is aangevoerd. De datum actief van de boete betreft 4 mei 2022, dus de redelijke termijn is niet overschreden.
Overwegingen
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen. In het dossier zit een foto van de gedraging die is gemaakt via een portaal, dus er was geen sprake van een reële mogelijkheid tot staandehouding. De kantonrechter kijkt naar datum actief aangezien er geen staandehouding heeft plaatsgevonden. De datum actief betreft 4 mei 2022, dus de redelijke termijn is niet overschreden.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Gelet hierop is er geen aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding.
Dictum
De kantonrechter
verklaart het beroep ongegrond;
wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier X.L.C.M. van Sprundel, en in het openbaar uitgesproken op 3 mei 2024.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, Postbus 90008, 4800 PA Breda. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.