Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-05-17
ECLI:NL:RBZWB:2024:4045
Strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,166 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer : 10730881 \ MB VERZ 23-496
CJIB-nummer : 7062 5422 5038 9917
uitspraakdatum : 17 mei 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene] N.V.
[adres]
[plaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : [naam 1]
Procesverloop
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Namens [naam 2] is daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard vanwege het ontbreken van een juiste machtiging. Tegen die beslissing is namens [naam 2] beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 17 mei 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mr. E.J.T. Berkeljon (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is niet verschenen. Namens gemachtigde is [naam 3] verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: handelen in strijd met een geslotenverklaring voor alle motorvoertuigen: bord C12 op 25 mei 2022 op de Houtmarkt te Breda.
De gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de door het OM verzonden verzuimbrief met daarin het verzoek een machtiging over te leggen niet bij de gemachtigde is bezorgd. De gemachtigde stelt daarom dat betrokkene ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard wegens het niet tijdig aanleveren van de gevraagde machtiging. Tevens geeft de gemachtigde aan dat betrokkene de gedraging niet heeft verricht, althans dat de omstandigheden van het geval het opleggen van een sanctie niet rechtvaardigen. Tot slot verzoekt de gemachtigde proceskostenvergoeding.
Ter zitting heeft de gemachtigde desgevraagd hieraan toegevoegd dat betrokkene (nog) geen machtiging van betrokkene heeft ontvangen.
De zittingsvertegenwoordiger verzoekt om proceseconomische redenen heen te stappen over het feit dat er voor de kantonfase geen juiste machtiging is en het beroep ongegrond te verklaren.
De zittingsvertegenwoordiger heeft hiertoe aangevoerd dat de brief waarin om de machtiging wordt gevraagd is verzonden via het systeem MAPS. Dit is te zien aan het kenmerk van de brief. Het uitgangspunt van dit systeem is dat alle brieven die worden aangemaakt ook daadwerkelijk verzonden worden. De brief is op 7 september 2022 aangemaakt en dus ook verzonden. Nu er niet tijdig een (juiste) machtiging is overgelegd, is het administratief beroepschrift terecht niet-ontvankelijk verklaard.
Overwegingen
De kantonrechter gaat vanwege proceseconomische redenen voorbij aan het machtigingsvraagstuk in de kantonfase en is, onder verwijzing naar het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:NL:GHARL:2020:6346), van oordeel dat het aanmaak- en verzendproces bij het CVOM zodanig zorgvuldig is dat de kans op fouten daarbij nagenoeg is uitgesloten, ook nu het CJIB op dit punt samenwerkt met de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO). Op basis van het dossier mag dan ook worden aangenomen dat de betreffende verzuimbrief daadwerkelijk is verstuurd. Op deze brief is geen reactie gekomen van betrokkene en/of de gemachtigde. Daarom is betrokkene terecht niet-ontvankelijk verklaard.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Dictum
De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.W.M. Speekenbrink, kantonrechter, bijgestaan door de griffier mr. S.E. van Wijk, en in het openbaar uitgesproken op 17 mei 2024.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, Postbus 90008, 4800 PA Breda. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.