Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-06-12
ECLI:NL:RBZWB:2024:4011
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
1,172 tokens
Inleiding
RECHTBANK
ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Tilburg
Zaaknummer: 10634734 \ CV EXPL 23-2996
Herstelvonnis van 12 juni 2024
in de zaak van
[eiseres]
,
te [plaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: [gemachtigde] ,
tegen
[gedaagde]
,
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
Procesverloop
1.1.
Op 15 mei 2024 heeft de kantonrechter vonnis gewezen in de zaak tussen bovenvermelde partijen onder zaaknummer 10634734 \ CV EXPL 23-2996.
1.2.
Bij e-mailbericht van 17 mei 2024 heeft [eiseres] er op gewezen dat het vonnis een kennelijke fout bevat en om herstel van die fout gevraagd.
1.3.
[gedaagde] is bij brief van 23 mei 2024 is kennis gesteld van het verzoek van [eiseres] en gevraagd om zich over het verzoek uit te laten.
1.4.
Aan de zijde van [gedaagde] is niet op het verzoek gereageerd.
1.5.
De kantonrechter is van oordeel dat sprake is van een fout zoals bedoeld in artikel 31 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, die zich leent voor eenvoudig herstel.
Dictum
De kantonrechter
2.1.
bepaalt dat nr. 4.7. van het op 15 mei 2024 tussen [eiseres] en [gedaagde] gewezen vonnis, waar staat
“ [eiseres] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:
- salaris gemachtigde
€
1.086,00
(2,00 punten × € 543,00)
- nakosten
€
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.221,00”
wordt gewijzigd in
“ [eiseres] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. Tot aan dit vonnis worden de proceskosten aan de zijde van [gedaagde] vastgesteld op € 50,00 voor reis-, verblijf- en verletkosten.”
2.2.
bepaalt dat nr. 5.2 van het op 15 mei 2024 tussen [eiseres] en [gedaagde] gewezen vonnis, waar staat
“veroordeelt [eiseres] in de proceskosten van € 1.221,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiseres] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,”
wordt gewijzigd in
“veroordeelt [eiseres] in de proceskosten van € 50,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiseres] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,”
2.3.
bepaalt dat deze verbetering onder de vermelding van de datum van 12 juni 2024 wordt vermeld op de minuut van het vonnis van 15 mei 2024.
2.4.
bepaalt dat de griffier dit vonnis hecht aan de minuut van het vonnis van 15 mei 2024 en van deze vonnissen als één geheel afschrift respectievelijk grosse verstrekt.
Dit vonnis is gewezen door mr. Karsten-Badal en in het openbaar uitgesproken op
12 juni 2024.