Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-05-15
ECLI:NL:RBZWB:2024:3980
Strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,024 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Tilburg
zaaknummer : 10930794 \ MB VERZ 24-143
CJIB-nummer : 1062 5422 5259 2859
uitspraakdatum : 15 mei 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
[adres]
[plaats]
hierna: betrokkene
Procesverloop
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 15 mei 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: rijden op het trottoir, voetpad, fietspad, fiets/bromfietspad of het ruiterpad (niet de rijbaan gebruiken) op de Nieuwlandstraat te Tilburg op 8 september 2022 om 16.58 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. De situatie was totaal anders dan het Openbaar Ministerie laat zien in zijn stukken. De weg was opengebroken en de borden waren verwijderd en niet zichtbaar voor bestuurders. Uit krantenartikelen blijkt dat de situatie op die plaats totaal verkeerd was ingericht.
Ter zitting heeft betrokkene hieraan toegevoegd de route op zijn navigatiesysteem te zijn gevolgd.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep deels gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Naar aanleiding van het verweer van betrokkene heeft de zittingsvertegenwoordiger schouwrapporten opgevraagd en deze overgelegd ter zitting. Gelet op deze schouwrapporten kan niet worden vastgesteld of vanwege de wegwerkzaamheden er geen mogelijkheid was om links af geslagen kon worden en betrokkene daarom door het voetgangersgebied heeft gereden. De zittingsvertegenwoordiger verzoekt het boetebedrag te matigen tot nihil.
Overwegingen
De kantonrechter is van oordeel dat er twijfel is ontstaan over de feitelijke situatie ter plaatse. Daarbij is van belang dat betrokkene een foto heeft overgelegd, waarop sprake is van wegwerkzaamheden, waardoor het gele waarschuwingsbord aan de linkerkant niet zichtbaar is. Verder blijkt uit een schouwrapport van kort nadien (14 september) dat er niet werd geverbaliseerd in verband met werkzaamheden. Niet kan worden vastgesteld of er een mogelijkheid was om vóór de Nieuwlandstraat links af te slaan, vanwege werkzaamheden, waardoor men de Nieuwlandstraat niet in hoefde te rijden. Dit betekent dat onder deze omstandigheden de boete ten onrechte is opgelegd.
Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Dictum
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 159,- dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, kantonrechter, bijgestaan door de griffier C.G. Zevenhuijzen, en in het openbaar uitgesproken op 15 mei 2024.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: