Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-05-15
ECLI:NL:RBZWB:2024:3976
Strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,104 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Tilburg
zaaknummer : 10969732 \ MB VERZ 24-199
CJIB-nummer : 5062 5422 4501 6009
uitspraakdatum : 15 mei 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
[adres]
[plaats]
hierna: betrokkene
Procesverloop
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 15 mei 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: R398: een voertuig dubbel parkeren op de Kreitenmolenstraat te Udenhout op 8 september 2021 om 17.00 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Betrokkene stond te laden en lossen en kreeg een boete wegens dubbel parkeren. Omdat er nooit plek is om te laden en lossen met een 12 meter lange bus, zet betrokkene altijd zijn voertuig naast een auto of op de stoep. Betrokkene heeft een activiteitenrapport met zijn beroepschrift meegezonden waaruit blijkt hoeveel pakketten die dag geleverd dienden te worden.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep deels gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. In eerste instantie had betrokkene een boete opgelegd gekregen voor feitcode K170. De officier van justitie heeft in zijn beslissing aangegeven dat door het CJIB een fout is gemaakt en dat de beschikkingsgegevens gewijzigd moeten worden. De feitcode is gewijzigd in R395. De gedraging, dubbel parkeren, kan wel worden vastgesteld. Op de foto in het dossier is te zien dat naast de geparkeerde bus parkeervakken zijn en dat de toe- en uitgang tot deze parkeervakken worden belemmerd.
De zittingsvertegenwoordiger stelt voor het boetebedrag te matigen met 25% omdat betrokkene niet is gehoord of hierop is gewezen door de officier van justitie én te matigen met 25% omdat de redelijke termijn is overschreden. De zittingsvertegenwoordiger verzoekt het beroep voor het overige ongegrond te verklaren.
Overwegingen
De kantonrechter stelt vast dat aanvankelijk een boete van € 100,- is opgelegd voor feitcode K170 of R398 (dubbel parkeren). De officier van justitie heeft bij de beslissing op het beroep hiertegen kennelijk de feitcode gewijzigd in R395 (een voertuig op een zodanige wijze laten staan waardoor op de weg gevaar wordt/kan worden veroorzaakt, dan wel het verkeer wordt/kan worden gehinderd).
De officier van justitie heeft in beginsel de bevoegdheid om een feitcode te wijzigen, maar alleen als het bijbehorende boetebedrag gelijk of lager is. Bij feitcode R395 hoort echter een hoger boetebedrag van destijds € 150,-, zodat wijziging van de feitcode niet mogelijk was.
Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Dictum
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 109,- dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, kantonrechter, bijgestaan door de griffier C.G. Zevenhuijzen, en in het openbaar uitgesproken op 15 mei 2024.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: