Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-06-12
ECLI:NL:RBZWB:2024:3895
Bestuursrecht; Belastingrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
878 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Middelburg
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 22/19
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 juni 2024 in de zaak tussen
erven [belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende,
(gemachtigde: mr. P.C. Knook, verbonden aan Knook & Schot Notarissen)
en
de heffingsambtenaar van SaBeWa Zeeland (gemeente Tholen).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 18 november 2021.
1.1.
De heffingsambtenaar heeft bij beschikking van 17 november 2021 de waarde van de onroerende zaak [adres] te [plaats] (de woning) op 1 januari 2020 (de waardepeildatum) vastgesteld op € 237.000 Tegelijk met deze waardevaststelling is aan belanghebbende onder andere de aanslag in de onroerendezaakbelastingen van de gemeente Tholen voor het jaar 2021 opgelegd (de aanslag OZB).
1.2.
De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van belanghebbende gegrond verklaard en de waarde van de woning verlaagd naar € 175.000.
1.3.
De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.4.
De rechtbank heeft het beroep op 9 april 2024 op zitting behandeld. Hieraan heeft namens de erven van [belanghebbende] , [naam] deelgenomen. Namens de heffingsambtenaar is mr. P. de Smit verschenen.
Overwegingen
2. Partijen hebben op de zitting bij wijze van compromis overeenstemming bereikt en wel in die zin dat de waarde van de woning per 1 januari 2020 voor het belastingjaar 2021 dient te worden vastgesteld op € 150.000. De rechtbank zal dienovereenkomstig beslissen en het beroep gegrond verklaren.
2.1.
Omdat het beroep gegrond is, komt belanghebbende in aanmerking voor vergoeding van het griffierecht.
Dictum
De rechtbank:
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt de uitspraak op bezwaar;
stelt de waarde van de woning vast op een bedrag van € 150.000;
vermindert de aanslag OZB dienovereenkomstig;
bepaalt dat de heffingsambtenaar het griffierecht van € 50 aan belanghebbende moet vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.E. de Boer, in aanwezigheid van W.M.C. Oomen, griffier, op 12 juni 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch.