Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-05-03
ECLI:NL:RBZWB:2024:3877
Strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,246 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer : 10882267 \ MB VERZ 24-41
CJIB-nummer : 1062 5422 5255 4625
uitspraakdatum : 3 mei 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
[adres]
[plaats]
hierna: betrokkene
Procesverloop
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 3 mei 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mr. E.J.T. Berkeljon (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: parkeren op gehandicaptenparkeerplaats zonder duidelijk zichtbare geldige gehandicaptenparkeerkaart op de Leuvenaarstraat te Breda op 20 september 2022 om 16:36 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Betrokkene stelt rechts van het gehandicaptenparkeervak geparkeerd te hebben en niet op het gehandicaptenparkeervak. Er is geen duidelijke markering op de weg aangebracht, waardoor er onduidelijkheid is over de exacte plaats van het gehandicaptenparkeervak. Ook staat er een parkeerautomaat naast de parkeerplaatsen, waardoor blijkt dat niet alle parkeervakken gehandicapten parkeervakken zijn. Voorts stelt betrokkene parkeergeld betaald te hebben voor de tijd dat zij daar heeft geparkeerd. De officier van justitie heeft aangegeven dat de gehandicaptenparkeerplaats aangeduid wordt door middel van een E6 bord en dat een verdere aanduiding, zoals een wit kruis of een rolstoelsymbool niet verplicht is. Het verkeersbord is bepalend. Betrokkene stelt dat de parkeervakken bij de Leuvenaarstraat vallen onder een parkeervergunning, 1305 Middellaan, waarvoor betrokkene een vergunning had tot en met 31 december 2022. De parkeervakken bestaan uit verschillende normale parkeermogelijkheden en er is niet aangegeven hoeveel invalide parkeermogelijkheden er zijn. Het is niet de opzet van betrokkene geweest om op een gehandicaptenparkeerplaats te parkeren en stelt extra zorgvuldig te zijn met parkeren naast Amarant, omdat de mensen die daar wonen een beperking of een hersenletsel hebben. Eerst stond er op de plek van de gedraging een wit kruis, maar deze is door omstandigheden bijna geheel vervaagd. Betrokkene voert aan alsnog buiten het vervaagde kruis te hebben geparkeerd.
Ter zitting heeft betrokkene hieraan toegevoegd dat het op de foto’s die in het dossier zitten lijkt dat er voor de auto van betrokkene nog oude witten strepen op de grond voor het bord stonden. In augustus 2023 heeft de gemeente Breda nieuwe markeringen op de grond aangebracht en een bord voor een gehandicaptenparkeerplaats.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. De zittingsvertegenwoordiger kon op Google Maps alleen een streetview van het jaar 2016 vinden waarop de oude belijning was te zien die alleen maar ter hoogte van het bord was aangebracht. Het betreffende bord is geplaatst tussen twee parkeervakken in. Van de gemeente kan worden verwacht dat zij nieuwe belijning of een onderbord aanbrengen. Op de pleegdatum is de situatie niet duidelijk wegens onduidelijke bebording, maar inmiddels is de situatie veranderd.
Overwegingen
De kantonrechter is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Dit betekent dat de boete ten onrechte is opgelegd. Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Dictum
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 319,- dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier X.L.C.M. van Sprundel, en in het openbaar uitgesproken op 3 mei 2024.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: