Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-05-17
ECLI:NL:RBZWB:2024:3785
Strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,054 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer.: 10917510 \ MB VERZ 24-113
CJIB-nummer: 1062 5422 4948 0695
uitspraakdatum: 17 mei 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
[adres]
[plaats]
hierna: betrokkene
Gemachtigde: [naam]
Procesverloop
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 17 mei 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mr. E.J.T. Berkeljon (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene en zijn gemachtigde zijn ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: tegen de verplichte rijrichting inrijden (bord C3, eenrichtingsweg) op 3 mei 2022 op de Keizerstraat te Breda.
De betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de feitcode onjuist is nu er een C2-bord stond en geen C3-bord. De feitcode had dus R551b moeten zijn in plaats van R552a. Betrokkene voert aan dat de officier van justitie niet op deze grond is ingegaan in de beslissing op het administratief beroep.
Ter zitting heeft de gemachtigde hier namens betrokkene aan toegevoegd dat er door betrokkene foto’s zijn gemaakt van de situatie ter plaatse, waarop het C2-bord te zien is. De foto is gemaakt op 28 mei 2022. Daarnaast merkt de gemachtigde op dat hij de processtukken nooit heeft ontvangen en dat het openbaar ministerie bij de beslissing op het administratief beroep heeft nagelaten te reageren op het standpunt dat er een verkeerde feitcode is toegepast.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht de feitcode te wijzigen van R552a naar R551b. Dit leidt niet tot een wijziging van het boetebedrag. In de beslissing van het openbaar ministerie op het administratief beroep is onvoldoende gemotiveerd waarom de oorspronkelijke feitcode niet is gewijzigd. Bij de behandeling van het beroepschrift bij de kantonrechter is voldoende gebleken dat er een verkeerde feitcode is toegepast. Betrokkene erkent een C2 bord te hebben genegeerd en de verbalisant heeft gezien dat betrokkene in tegengestelde richting reed. De gedraging staat vast. Wel is er sprake van een schending van de hoorplicht en overschrijding van de redelijke termijn, waardoor de boete tweemaal met 25% dient te worden gematigd.
Overwegingen
Wijzigen feitcode
De zittingsvertegenwoordiger heeft voorgesteld het beroep gedeeltelijk gegrond te verklaren in die zin dat de feitcode moet worden gewijzigd in feitcode R551b met als omschrijving: “Handelen in strijd met een geslotenverklaring (bord C2 van het RVV 1990. eenrichtingverkeer)”.
Aan betrokkene is een boete opgelegd voor feitcode R552a met als omschrijving “tegen de verplichte rijrichting inrijden (bord C3, eenrichtingsweg)”. Uit het dossier en het onderbouwde standpunt van betrokkene is gebleken dat deze feitcode niet juist is. De verbalisant had feitcode R551b moeten gebruiken met als omschrijving ““Handelen in strijd met een geslotenverklaring (bord C2 van het RVV 1990. eenrichtingverkeer)”. Bij die feitcode hoort hetzelfde boetebedrag.
Naar het oordeel van de kantonrechter wordt betrokkene door deze wijziging van de feitcode niet in zijn belangen geschaad. Voor betrokkene was voldoende duidelijk waar de boete betrekking op had. Aan de gewijzigde feitcode ligt geen ander feitencomplex ten grondslag. De feitcode zal daarom worden gewijzigd.
Beoordeling
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Betrokkene erkent ook de gedraging te hebben verricht. De boete is dus terecht opgelegd.
Schending hoorplicht
Betrokkene heeft, zonder tussenkomst van een gemachtigde, beroep aangetekend bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft betrokkene niet in de gelegenheid gesteld om te worden gehoord. Dit is in strijd met de wet, omdat niet is voldaan aan de wettelijke voorwaarden om van horen af te zien. Volgens vaste rechtspraak dient dit te leiden tot vernietiging van de beslissing van de officier van justitie op het administratief beroep.
Het beroep tegen die beslissing is om die reden gegrond.
De kantonrechter ziet verder reden de boete te matigen met 25%, omdat sprake is van een structurele schending van de hoorplicht (zie het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, ECLI:NL:GHARL:2022:9934).
Het beroep tegen de inleidende beschikking is gelet hierop gedeeltelijk gegrond en die beschikking zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Overschrijding redelijke termijn
Een ieder heeft recht op behandeling van zijn rechtszaak binnen een redelijke termijn (artikel 6, lid 1 van het EVRM). Volgens vaste rechtspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:GHARL:2017:1777) is sprake van schending van die redelijke termijn van berechting wanneer de procedure bij de officier van justitie en de kantonrechter tezamen langer dan twee jaar heeft geduurd. Deze termijn vangt aan bij het opleggen van de boete.
In dit geval is de boete opgelegd op 3 mei 2022 en is de redelijke termijn dus met twee weken overschreden.
Omdat sprake is van een overschrijding zal de kantonrechter de (met 25% gematigde) boete (nogmaals) matigen met 25% (zie ECLI:NL:GHARL:2023:6369). Het beroep is dus gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd.
Dictum
De kantonrechter:
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie op het administratief beroep gegrond en vernietigt die beslissing;
verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gedeeltelijk gegrond;
wijzigt de inleidende beschikking in die zin dat de feitcode wordt gewijzigd in R551b met als omschrijving: ““Handelen in strijd met een geslotenverklaring (bord C2 van het RVV 1990. eenrichtingverkeer)”;
wijzigt de inleidende beschikking in zoverre dat het bedrag van de boete wordt gewijzigd in € 56,25 plus € 9,- administratiekosten;
draagt de officier van justitie op het bedrag van € 43,75 dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.W.M. Speekenbrink, kantonrechter, bijgestaan door de griffier K. Verdult, en in het openbaar uitgesproken op 17 mei 2024.
Als u het niet eens bent met deze beslissing , dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, postbus 90008, 4800 PA Breda Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer.: 10917510 \ MB VERZ 24-113
CJIB-nummer: 1062 5422 4948 0695
uitspraakdatum: 17 mei 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
[adres]
[plaats]
hierna: betrokkene
Gemachtigde: [naam]
Procesverloop
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 17 mei 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mr. E.J.T. Berkeljon (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene en zijn gemachtigde zijn ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: tegen de verplichte rijrichting inrijden (bord C3, eenrichtingsweg) op 3 mei 2022 op de Keizerstraat te Breda.
De betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de feitcode onjuist is nu er een C2-bord stond en geen C3-bord. De feitcode had dus R551b moeten zijn in plaats van R552a. Betrokkene voert aan dat de officier van justitie niet op deze grond is ingegaan in de beslissing op het administratief beroep.
Ter zitting heeft de gemachtigde hier namens betrokkene aan toegevoegd dat er door betrokkene foto’s zijn gemaakt van de situatie ter plaatse, waarop het C2-bord te zien is. De foto is gemaakt op 28 mei 2022. Daarnaast merkt de gemachtigde op dat hij de processtukken nooit heeft ontvangen en dat het openbaar ministerie bij de beslissing op het administratief beroep heeft nagelaten te reageren op het standpunt dat er een verkeerde feitcode is toegepast.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht de feitcode te wijzigen van R552a naar R551b. Dit leidt niet tot een wijziging van het boetebedrag. In de beslissing van het openbaar ministerie op het administratief beroep is onvoldoende gemotiveerd waarom de oorspronkelijke feitcode niet is gewijzigd. Bij de behandeling van het beroepschrift bij de kantonrechter is voldoende gebleken dat er een verkeerde feitcode is toegepast. Betrokkene erkent een C2 bord te hebben genegeerd en de verbalisant heeft gezien dat betrokkene in tegengestelde richting reed. De gedraging staat vast. Wel is er sprake van een schending van de hoorplicht en overschrijding van de redelijke termijn, waardoor de boete tweemaal met 25% dient te worden gematigd.
Overwegingen
Wijzigen feitcode
De zittingsvertegenwoordiger heeft voorgesteld het beroep gedeeltelijk gegrond te verklaren in die zin dat de feitcode moet worden gewijzigd in feitcode R551b met als omschrijving: “Handelen in strijd met een geslotenverklaring (bord C2 van het RVV 1990. eenrichtingverkeer)”.
Aan betrokkene is een boete opgelegd voor feitcode R552a met als omschrijving “tegen de verplichte rijrichting inrijden (bord C3, eenrichtingsweg)”. Uit het dossier en het onderbouwde standpunt van betrokkene is gebleken dat deze feitcode niet juist is. De verbalisant had feitcode R551b moeten gebruiken met als omschrijving ““Handelen in strijd met een geslotenverklaring (bord C2 van het RVV 1990. eenrichtingverkeer)”. Bij die feitcode hoort hetzelfde boetebedrag.
Naar het oordeel van de kantonrechter wordt betrokkene door deze wijziging van de feitcode niet in zijn belangen geschaad. Voor betrokkene was voldoende duidelijk waar de boete betrekking op had. Aan de gewijzigde feitcode ligt geen ander feitencomplex ten grondslag. De feitcode zal daarom worden gewijzigd.
Beoordeling
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Betrokkene erkent ook de gedraging te hebben verricht. De boete is dus terecht opgelegd.
Schending hoorplicht
Betrokkene heeft, zonder tussenkomst van een gemachtigde, beroep aangetekend bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft betrokkene niet in de gelegenheid gesteld om te worden gehoord. Dit is in strijd met de wet, omdat niet is voldaan aan de wettelijke voorwaarden om van horen af te zien. Volgens vaste rechtspraak dient dit te leiden tot vernietiging van de beslissing van de officier van justitie op het administratief beroep.
Het beroep tegen die beslissing is om die reden gegrond.
De kantonrechter ziet verder reden de boete te matigen met 25%, omdat sprake is van een structurele schending van de hoorplicht (zie het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, ECLI:NL:GHARL:2022:9934).
Het beroep tegen de inleidende beschikking is gelet hierop gedeeltelijk gegrond en die beschikking zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Overschrijding redelijke termijn
Een ieder heeft recht op behandeling van zijn rechtszaak binnen een redelijke termijn (artikel 6, lid 1 van het EVRM). Volgens vaste rechtspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:GHARL:2017:1777) is sprake van schending van die redelijke termijn van berechting wanneer de procedure bij de officier van justitie en de kantonrechter tezamen langer dan twee jaar heeft geduurd. Deze termijn vangt aan bij het opleggen van de boete.
In dit geval is de boete opgelegd op 3 mei 2022 en is de redelijke termijn dus met twee weken overschreden.
Omdat sprake is van een overschrijding zal de kantonrechter de (met 25% gematigde) boete (nogmaals) matigen met 25% (zie ECLI:NL:GHARL:2023:6369). Het beroep is dus gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd.
Dictum
De kantonrechter:
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie op het administratief beroep gegrond en vernietigt die beslissing;
verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gedeeltelijk gegrond;
wijzigt de inleidende beschikking in die zin dat de feitcode wordt gewijzigd in R551b met als omschrijving: ““Handelen in strijd met een geslotenverklaring (bord C2 van het RVV 1990. eenrichtingverkeer)”;
wijzigt de inleidende beschikking in zoverre dat het bedrag van de boete wordt gewijzigd in € 56,25 plus € 9,- administratiekosten;
draagt de officier van justitie op het bedrag van € 43,75 dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.W.M. Speekenbrink, kantonrechter, bijgestaan door de griffier K. Verdult, en in het openbaar uitgesproken op 17 mei 2024.
Als u het niet eens bent met deze beslissing , dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, postbus 90008, 4800 PA Breda Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.