Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-06-25
ECLI:NL:RBZWB:2024:3724
Strafrecht
Raadkamer
1,840 tokens
Dictum
[klager],
geboren op [geboortedag] 1994 te [geboorteplaats],
wonende op het [woonadres],
hierna te noemen: de klager.
Procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:
het klaagschrift op grond van artikel 552a Sv, ingediend op 25 januari 2024 ter griffie van deze rechtbank;
de kennisgeving van inbeslagneming op grond van artikel 94 Sv, waaruit blijkt dat op 10 januari 2024 onder klager in beslag is genomen: een personenauto, merk Volkswagen Golf voorzien van het [kenteken] (hierna: de Volkswagen);
de schriftelijke reactie van het Openbaar Ministerie;
het proces-verbaal van de raadkamerzitting van 23 april 2024;
de overige stukken uit het bijbehorende raadkamerdossier met voornoemd raadkamernummer.
Op 25 juni 2024 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie mr. R. Jacobs en klager gehoord.
Tijdens de behandeling van onderhavig klaagschrift op 23 april jl. is voldoende gebleken dat klager te goeder trouw en op eerlijke wijze de Volkswagen heeft verkregen. Door de officier van justitie is daarbij echter opgemerkt dat een auto die bestaat uit gestolen onderdelen niet zomaar terug de maatschappij in kan. De rechter heeft vervolgens de behandeling van het klaagschrift aangehouden om de officier van justitie en klager in de gelegenheid te stellen te laten onderzoeken of en zo ja, op welke manier, de motor uit de auto kan worden gehaald.
Voorafgaand aan de raadkamerzitting van 25 juni 2024 is er in navolging van de zitting van 23 april jl. een schriftelijke reactie van het Openbaar Ministerie binnengekomen, waaruit volgt dat het navraag heeft gedaan bij de Landelijke Beslagautoriteit (LBA) en daarnaast ook informatie heeft ingewonnen bij het Landelijk Overleg Beslagofficieren (LOBO). Hieruit is naar voren gekomen dat het Openbaar Ministerie een uniforme werkwijze hanteert bij de afhandeling van inbeslaggenomen voertuigen met gestolen onderdelen. Volgens het Openbaar Ministerie dient een voertuig met gestolen onderdelen namelijk als één geheel te worden beschouwd. Dit standpunt is ook in lijn met de heersende jurisprudentie. Van dit standpunt kan enkel worden afgeweken indien er sprake is van een zeer uitzonderlijk geval. In deze casus is daarvan niet gebleken. Daarnaast is door het Openbaar Ministerie gesteld dat het vanuit praktisch oogpunt niet wenselijk is om (gestolen) onderdelen uit een auto te laten halen. Dit heeft er mee te maken dat de kosten die hiermee gemoeid zijn, heel hoog zijn. Het voorgaande brengt met zich mee dat het Openbaar Ministerie in dit geval niet zal meewerken aan het aanpassen of verwijderen van de motor, zoals verzocht door de klager.
In raadkamer heeft de officier van justitie gepersisteerd bij de schriftelijke reactie van het Openbaar Ministerie en zich op het standpunt gesteld dat de Volkswagen niet aan klager kan worden teruggegeven nu is gebleken dat ten minste één onderdeel van de Volkswagen (de motor) van diefstal afkomstig is. Deze mag niet terug in het handelsverkeer nu het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet. Het Openbaar Ministerie zal een separate vordering tot onttrekking aan het verkeer van de Volkswagen aanbrengen, nu klager niet strafrechtelijk zal worden vervolgd.
Klager heeft in raadkamer aangevoerd dat hij nog steeds aanbiedt om zelf de motor uit de Volkswagen te halen of om de motor door een erkend takelbedrijf te laten demonteren en daarvoor zelf eventueel de kosten te dragen.
Beoordeling
De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het klaagschrift.
Het klaagschrift is tijdig ingediend en klager is ontvankelijk in zijn beklag.
Bij de beoordeling stelt de rechtbank voorop dat het onderzoek in raadkamer een summier karakter heeft. Dat betekent dat van de rechter niet kan worden gevraagd ten gronde in de mogelijke uitkomst van een nog te voeren hoofdzaak of ontnemingsprocedure te treden.
De rechtbank overweegt over het klaagschrift tegen het strafvorderlijk beslag dat is gelegd op grond van artikel 94 Sv als volgt.
Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad, moet de rechter, bij een op grond van artikel 94 Sv gelegd beslag:
a. beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert, en zo nee,
b. de teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp gelasten aan de beslagene, tenzij een ander redelijkerwijs als rechthebbende van dat voorwerp moet worden beschouwd.
In dit laatste geval moet het klaagschrift van de beslagene ongegrond worden verklaard.
Het beslag op de voorwerpen blijft gehandhaafd als er een strafvorderlijk belang is op grond van artikel 94 Sv. Dat is het geval wanneer:
- de desbetreffende voorwerpen kunnen dienen om de waarheid aan de dag te brengen of om wederrechtelijk verkregen voordeel aan te tonen en/of
- het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring van het voorwerp zal bevelen en/of
- het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de onttrekking aan het verkeer van het voorwerp zal bevelen.
De rechtbank is van oordeel dat - op basis van de voorhanden zijnde stukken en de nadere toelichting van klager in raadkamer - vastgesteld kan worden dat klager de op 10 januari 2024 in beslag genomen Volkswagen te goeder trouw en op eerlijke wijze heeft verkregen en hij als redelijkerwijs rechthebbende van de Volkswagen kan worden aangemerkt. Het staat echter vast dat het motorblok van diefstal afkomstig is. Dat motorblok is op een zodanige manier met de auto verbonden dat dit niet eenvoudig of tegen geringe kosten te demonteren is. Daarbij komt dat de mogelijkheid bestaat dat ook andere onderdelen van de auto van diefstal afkomstig kunnen zijn.
De officier van justitie heeft aangekondigd dat het Openbaar Ministerie een separate vordering tot onttrekking aan het verkeer van de (gehele) Volkswagen zal indienen.
Tegen die achtergrond acht de rechtbank het niet hoogst onwaarschijnlijk dat de rechter, later over de vordering oordelend, de onttrekking aan het verkeer van de auto zal bevelen. De rechtbank zal het klaagschrift gericht tegen het op grond van artikel 94 Sv gelegde beslag dan ook ongegrond verklaren.
Dictum
De rechtbank:
- verklaart het klaagschrift ongegrond.
Deze beslissing is op 25 juni 2024 genomen door mr. J.C.A.M. Los, rechter, in tegenwoordigheid van mr. S.H.M.R. Chevalier-Verbunt, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van 25 juni 2024.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen deze beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na dagtekening van deze beslissing en door de klager binnen veertien dagen na de betekening van deze beslissing beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden te 's-Gravenhage (artikel 552d lid 2 Wetboek van Strafvordering).
ECLI:NL:HR:2010:BL2823.