Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-01-24
ECLI:NL:RBZWB:2024:369
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
6,274 tokens
Inleiding
RECHTBANK
ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Middelburg
Zaaknummer: 10552800 \ CV EXPL 23-1398
Vonnis van 24 januari 2024
in de zaak van
[eiser]
,
te [plaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. M. Leung
tegen
[gedaagde]
,
te [plaats 2] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 9 mei 2023 met producties 1 tot en met 8, - het schriftelijke antwoord met producties 1 tot en met 4, - de conclusie van repliek met producties 9 tot en met 21, - de schriftelijke toelichting (dupliek) met één productie.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
2.1.
Op 18 oktober 2022 hebben partijen een koopovereenkomst gesloten met betrekking tot de koop van een tv. [gedaagde] heeft [eiser] vervolgens gemeld dat de levertijd nog niet bekend is en wel even op zich kan laten wachten. Zij heeft [eiser] daarom een ander model aangeboden, welke door hem is geaccepteerd.
2.2.
Uiteindelijk heeft [eiser] een bedrag van € 629,00 voldaan, waarna de tv op 21 oktober 2022 is geleverd.
2.3.
Na levering heeft [eiser] [gedaagde] gemeld dat de tv was beschadigd.
2.4.
[eiser] heeft op 21 december 2022 de koopovereenkomst met betrekking tot de tv buitengerechtelijk ontbonden.
Geschil
3.1.
[eiser] vordert:
Primair
Voor recht te verklaren dat de overeenkomst van koop met betrekking tot de televisie buitengerechtelijk is ontbonden en [gedaagde] bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiser] te voldoen de somma van
€ 766,89 (€ 642,40 aan hoofdsom + € 8,13 aan wettelijke rente tot aan datum dagvaarding + € 116,56 aan buitengerechtelijke incassokosten), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dagvaarding tot de dag der algehele voldoening en vermeerderd met de kosten van deze procedure, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente.
Subsidiair
De overeenkomst van koop met betrekking tot de televisie gerechtelijk te ontbinden en [gedaagde] bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiser] te voldoen de somma van € 642,20 (hoofdsom) + € 96,33 (incassokosten) + € 20,23 (BTW over incassokosten) vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dagvaarding tot de dag der algehele voldoening en vermeerderd met de kosten van deze procedure, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente.
3.2.
Om zijn vordering te onderbouwen stelt [eiser] het volgende. Bij levering bleek de tv beschadigd te zijn. Aangezien [gedaagde] de aansprakelijkheid niet erkende heeft hij de overeenkomst buitengerechtelijk ontbonden. Na de ontbinding heeft hij de tv per post teruggezonden, zodat [gedaagde] eveneens een bedrag van € 13,20 aan transportkosten is verschuldigd.
3.3.
[gedaagde] voert het volgende verweer. De schade en de ontbinding worden niet door haar geaccepteerd nu de verpakking geen schade vertoont en de tv voor verzending grondig is gecontroleerd. Waarschijnlijk is de schade ontstaan bij het pakken van de tv uit de verpakking, zodat [eiser] hier zelf voor verantwoordelijk is. Daarbij betwist zij dat zij de tv van [eiser] retour heeft ontvangen. De gevorderde retourkosten moeten daarbij worden afgewezen nu uit de overlegde Track & Trace niet is af te leiden dat het de desbetreffende tv is die door [eiser] is verzonden.
Beoordeling
De ontbinding
4.1.
[eiser] is de overeenkomst aangegaan als natuurlijk persoon niet handelend in uitoefening van een beroep of bedrijf. [gedaagde] handelde in de uitoefening van zijn bedrijf en is dus aan te merken al handelaar. De overeenkomst kwalificeert zich daarom als een consumentenkoopovereenkomst. Nu de overeenkomst is gesloten buiten de verkoopruimte van [gedaagde] , namelijk op de website, is er sprake van een koop op afstand. De kantonrechter dient gelet op het voornoemde waar nodig ambtshalve te toetsen of sprake is van schending van de wettelijke bepalingen uit afdeling 2 van boek 6 van het Burgerlijk Wetboek: voor een overeenkomst op afstand voortvloeiende consumentenbescherming.
4.2.
In artikel 6:230o lid 1 BW is bepaald dat de consument een overeenkomst op afstand zonder opgave van redenen kan ontbinden/herroepen binnen veertien dagen na ontvangst van het gekochte. Dit artikel is een uitwerking van de Europese Richtlijn Consumentenrechten (Richtlijn 2011/83/EU). In die richtlijn is onder meer bepaald (onder nr. 37) dat de consument een herroepingsrecht moet hebben bij koop op afstand omdat hij de goederen niet heeft kunnen zien, testen en inspecteren voor de koop te sluiten.
4.3.
[eiser] heeft, zoals door [gedaagde] wordt erkend, op 21 oktober 2022 de overeenkomst bij brief ontbonden. Het beroep op de ontbinding heeft plaats gevonden binnen veertien dagen na het ontvangen van de tv. Hiermee staat het vast dat [eiser] zijn herroepingsrecht binnen de wettelijke termijn heeft ingeroepen. Partijen verschillen van mening over de vraag in welke staat [eiser] de tv thuis heeft ontvangen en wanneer de schade aan de tv is ontstaan. Zo stelt [gedaagde] dat hij de tv en de verpakking vooraf heeft gecontroleerd. Dit doet echter niets af aan het herroepingsrecht. Zoals in het reeds aangehaalde wetsartikel te lezen is kan de consument binnen veertien dagen na ontvangst van het gekochte “zonder opgave van redenen” de koopovereenkomst ontbinden. Nu de ontbinding zonder opgave van reden mag plaatsvinden is niet relevant of sprake is van non-conformiteit van de aangekochte tv.
4.4.
De conclusie van het voorgaande is dat [eiser] rechtsgeldig de koopovereenkomst buitengerechtelijk heeft ontbonden. Door de ontbinding zijn er over en weer ongedaanmakingsverplichtingen ontstaan. [gedaagde] dient de aankoopsom terug te betalen. Daartegenover staat dat [eiser] de tv in goede en oorspronkelijke staat aan [gedaagde] dient te retourneren. Partijen debatteren over de vraag of [eiser] de tv heeft geretourneerd. Dit debat is verder in het kader van de ongedaanmakingsverplichting niet relevant. Immers, [gedaagde] heeft de mogelijkheid gehad een tegenvordering in te stellen voor een vergoeding in het geval dat de tv niet wordt teruggezonden, maar zij heeft dit niet gedaan.
De retourkosten
4.5.
Voorts moet worden beoordeeld of [gedaagde] de retourkosten ad € 13,20 aan [eiser] dient te vergoeden. Op grond van artikel 6:230s lid 2 BW draagt de consument de kosten van het terugzenden van de zaak, tenzij de handelaar heeft nagelaten de consument mede te delen dat hij deze kosten moet dragen. Niet gesteld of gebleken is dat [gedaagde] aan [eiser] kenbaar heeft gemaakt dat de kosten van het terugzenden van de zaak door de koper voldaan moeten worden. Dit betekent dat [gedaagde] in principe de kosten van het terugzenden van de tv draagt.
4.6.
Door [eiser] is bij repliek een zogeheten Track & Trace overgelegd, waarmee de verzending en de bezorging van het pakket kan worden gevolgd. [gedaagde] voert hiertegen aan dat hij de tv niet heeft ontvangen. Hij betwist echter niet dat [eiser] de tv heeft verzonden en evenmin dat deze hiervoor kosten heeft gemaakt. De kantonrechter zal daarom de vordering tot het betalen van de retourkosten ad € 13,20 toewijzen.
De nevenvorderingen
4.7.
Het door [eiser] gevorderde bedrag van € 8,13 aan verschenen rente tot aan datum dagvaarding berust op een onjuiste berekening en wordt daarom afgewezen. De wettelijke rente wordt daarentegen wel toegekend, maar met inachtneming van het volgende. Uit productie 2 bij antwoord volgt dat [eiser] op 21 december 2022 [gedaagde] een termijn van zeven dagen heeft gegeven het aankoopbedrag terug te betalen. Dit leidt ertoe dat [gedaagde] vanaf 29 december 2022 in verzuim verkeert. [gedaagde] is wegens dit verzuim vanaf 29 december 2022 de wettelijke rente aan [eiser] verschuldigd tot aan het moment dat de vordering is voldaan.
4.8.
Tegen de vordering tot het vergoeden van de buitengerechtelijke incassokosten is geen afzonderlijk verweer gevoerd. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten komt daarbij overeen met het in het besluit buitengerechtelijke incassokosten bepaalde bedrag en wordt daarom toegewezen.
Tussenconclusie
4.9.
Concluderend, [gedaagde] wordt veroordeeld om aan [eiser] aan hoofdsom (aankoopsom + retourkosten) en buitengerechtelijke incassokosten een bedrag van € 758,76 te betalen, welke wordt vermeerderd met de wettelijke rente over een bedrag van € 642,20 vanaf 29 december 2022 tot aan de dag der voldoening.
De proceskosten
4.10.
[gedaagde] is de partij die ongelijk krijgt en hij zal daarom in de proceskosten (waaronder nakosten) worden veroordeeld. Tot aan dit vonnis worden de proceskosten aan de zijde van [eiser] als volgt begroot:
- kosten van de dagvaarding
€
133,77
- griffierecht
€
214,00
- salaris gemachtigde
€
264,00
(2,00 punten × € 132,00)
- nakosten
€
66,00
Totaal
€
677,77
[eiser] vordert de wettelijke handelsrente over de proceskosten. Vast staat dat [eiser] handelt als consument, zodat er geen sprake is van een handelstransactie. Dat betekent dat niet de wettelijke handelsrente, maar de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW van toepassing is.
Dictum
De kantonrechter
5.1.
verklaart voor recht dat [eiser] de koopovereenkomst, die partijen hebben gesloten met betrekking tot in de geding zijnde tv, op 21 oktober 2022 bij brief rechtsgeldig heeft ontbonden,
5.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] een bedrag van € 758,76 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 642,20 vanaf 29 december 2022 tot aan de dag der voldoening,
5.3.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van [eiser] tot dit vonnis begroot op € 677,77, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de vijftiende dag na betekening van deze uitspraak tot de dag van volledige betaling,
5.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. van der Burgt en in het openbaar uitgesproken op 24 januari 2024.
Inleiding
RECHTBANK
ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Middelburg
Zaaknummer: 10552800 \ CV EXPL 23-1398
Vonnis van 24 januari 2024
in de zaak van
[eiser]
,
te [plaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. M. Leung
tegen
[gedaagde]
,
te [plaats 2] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 9 mei 2023 met producties 1 tot en met 8, - het schriftelijke antwoord met producties 1 tot en met 4, - de conclusie van repliek met producties 9 tot en met 21, - de schriftelijke toelichting (dupliek) met één productie.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
2.1.
Op 18 oktober 2022 hebben partijen een koopovereenkomst gesloten met betrekking tot de koop van een tv. [gedaagde] heeft [eiser] vervolgens gemeld dat de levertijd nog niet bekend is en wel even op zich kan laten wachten. Zij heeft [eiser] daarom een ander model aangeboden, welke door hem is geaccepteerd.
2.2.
Uiteindelijk heeft [eiser] een bedrag van € 629,00 voldaan, waarna de tv op 21 oktober 2022 is geleverd.
2.3.
Na levering heeft [eiser] [gedaagde] gemeld dat de tv was beschadigd.
2.4.
[eiser] heeft op 21 december 2022 de koopovereenkomst met betrekking tot de tv buitengerechtelijk ontbonden.
Geschil
3.1.
[eiser] vordert:
Primair
Voor recht te verklaren dat de overeenkomst van koop met betrekking tot de televisie buitengerechtelijk is ontbonden en [gedaagde] bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiser] te voldoen de somma van
€ 766,89 (€ 642,40 aan hoofdsom + € 8,13 aan wettelijke rente tot aan datum dagvaarding + € 116,56 aan buitengerechtelijke incassokosten), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dagvaarding tot de dag der algehele voldoening en vermeerderd met de kosten van deze procedure, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente.
Subsidiair
De overeenkomst van koop met betrekking tot de televisie gerechtelijk te ontbinden en [gedaagde] bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiser] te voldoen de somma van € 642,20 (hoofdsom) + € 96,33 (incassokosten) + € 20,23 (BTW over incassokosten) vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dagvaarding tot de dag der algehele voldoening en vermeerderd met de kosten van deze procedure, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente.
3.2.
Om zijn vordering te onderbouwen stelt [eiser] het volgende. Bij levering bleek de tv beschadigd te zijn. Aangezien [gedaagde] de aansprakelijkheid niet erkende heeft hij de overeenkomst buitengerechtelijk ontbonden. Na de ontbinding heeft hij de tv per post teruggezonden, zodat [gedaagde] eveneens een bedrag van € 13,20 aan transportkosten is verschuldigd.
3.3.
[gedaagde] voert het volgende verweer. De schade en de ontbinding worden niet door haar geaccepteerd nu de verpakking geen schade vertoont en de tv voor verzending grondig is gecontroleerd. Waarschijnlijk is de schade ontstaan bij het pakken van de tv uit de verpakking, zodat [eiser] hier zelf voor verantwoordelijk is. Daarbij betwist zij dat zij de tv van [eiser] retour heeft ontvangen. De gevorderde retourkosten moeten daarbij worden afgewezen nu uit de overlegde Track & Trace niet is af te leiden dat het de desbetreffende tv is die door [eiser] is verzonden.
Beoordeling
De ontbinding
4.1.
[eiser] is de overeenkomst aangegaan als natuurlijk persoon niet handelend in uitoefening van een beroep of bedrijf. [gedaagde] handelde in de uitoefening van zijn bedrijf en is dus aan te merken al handelaar. De overeenkomst kwalificeert zich daarom als een consumentenkoopovereenkomst. Nu de overeenkomst is gesloten buiten de verkoopruimte van [gedaagde] , namelijk op de website, is er sprake van een koop op afstand. De kantonrechter dient gelet op het voornoemde waar nodig ambtshalve te toetsen of sprake is van schending van de wettelijke bepalingen uit afdeling 2 van boek 6 van het Burgerlijk Wetboek: voor een overeenkomst op afstand voortvloeiende consumentenbescherming.
4.2.
In artikel 6:230o lid 1 BW is bepaald dat de consument een overeenkomst op afstand zonder opgave van redenen kan ontbinden/herroepen binnen veertien dagen na ontvangst van het gekochte. Dit artikel is een uitwerking van de Europese Richtlijn Consumentenrechten (Richtlijn 2011/83/EU). In die richtlijn is onder meer bepaald (onder nr. 37) dat de consument een herroepingsrecht moet hebben bij koop op afstand omdat hij de goederen niet heeft kunnen zien, testen en inspecteren voor de koop te sluiten.
4.3.
[eiser] heeft, zoals door [gedaagde] wordt erkend, op 21 oktober 2022 de overeenkomst bij brief ontbonden. Het beroep op de ontbinding heeft plaats gevonden binnen veertien dagen na het ontvangen van de tv. Hiermee staat het vast dat [eiser] zijn herroepingsrecht binnen de wettelijke termijn heeft ingeroepen. Partijen verschillen van mening over de vraag in welke staat [eiser] de tv thuis heeft ontvangen en wanneer de schade aan de tv is ontstaan. Zo stelt [gedaagde] dat hij de tv en de verpakking vooraf heeft gecontroleerd. Dit doet echter niets af aan het herroepingsrecht. Zoals in het reeds aangehaalde wetsartikel te lezen is kan de consument binnen veertien dagen na ontvangst van het gekochte “zonder opgave van redenen” de koopovereenkomst ontbinden. Nu de ontbinding zonder opgave van reden mag plaatsvinden is niet relevant of sprake is van non-conformiteit van de aangekochte tv.
4.4.
De conclusie van het voorgaande is dat [eiser] rechtsgeldig de koopovereenkomst buitengerechtelijk heeft ontbonden. Door de ontbinding zijn er over en weer ongedaanmakingsverplichtingen ontstaan. [gedaagde] dient de aankoopsom terug te betalen. Daartegenover staat dat [eiser] de tv in goede en oorspronkelijke staat aan [gedaagde] dient te retourneren. Partijen debatteren over de vraag of [eiser] de tv heeft geretourneerd. Dit debat is verder in het kader van de ongedaanmakingsverplichting niet relevant. Immers, [gedaagde] heeft de mogelijkheid gehad een tegenvordering in te stellen voor een vergoeding in het geval dat de tv niet wordt teruggezonden, maar zij heeft dit niet gedaan.
De retourkosten
4.5.
Voorts moet worden beoordeeld of [gedaagde] de retourkosten ad € 13,20 aan [eiser] dient te vergoeden. Op grond van artikel 6:230s lid 2 BW draagt de consument de kosten van het terugzenden van de zaak, tenzij de handelaar heeft nagelaten de consument mede te delen dat hij deze kosten moet dragen. Niet gesteld of gebleken is dat [gedaagde] aan [eiser] kenbaar heeft gemaakt dat de kosten van het terugzenden van de zaak door de koper voldaan moeten worden. Dit betekent dat [gedaagde] in principe de kosten van het terugzenden van de tv draagt.
4.6.
Door [eiser] is bij repliek een zogeheten Track & Trace overgelegd, waarmee de verzending en de bezorging van het pakket kan worden gevolgd. [gedaagde] voert hiertegen aan dat hij de tv niet heeft ontvangen. Hij betwist echter niet dat [eiser] de tv heeft verzonden en evenmin dat deze hiervoor kosten heeft gemaakt. De kantonrechter zal daarom de vordering tot het betalen van de retourkosten ad € 13,20 toewijzen.
De nevenvorderingen
4.7.
Het door [eiser] gevorderde bedrag van € 8,13 aan verschenen rente tot aan datum dagvaarding berust op een onjuiste berekening en wordt daarom afgewezen. De wettelijke rente wordt daarentegen wel toegekend, maar met inachtneming van het volgende. Uit productie 2 bij antwoord volgt dat [eiser] op 21 december 2022 [gedaagde] een termijn van zeven dagen heeft gegeven het aankoopbedrag terug te betalen. Dit leidt ertoe dat [gedaagde] vanaf 29 december 2022 in verzuim verkeert. [gedaagde] is wegens dit verzuim vanaf 29 december 2022 de wettelijke rente aan [eiser] verschuldigd tot aan het moment dat de vordering is voldaan.
4.8.
Tegen de vordering tot het vergoeden van de buitengerechtelijke incassokosten is geen afzonderlijk verweer gevoerd. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten komt daarbij overeen met het in het besluit buitengerechtelijke incassokosten bepaalde bedrag en wordt daarom toegewezen.
Tussenconclusie
4.9.
Concluderend, [gedaagde] wordt veroordeeld om aan [eiser] aan hoofdsom (aankoopsom + retourkosten) en buitengerechtelijke incassokosten een bedrag van € 758,76 te betalen, welke wordt vermeerderd met de wettelijke rente over een bedrag van € 642,20 vanaf 29 december 2022 tot aan de dag der voldoening.
De proceskosten
4.10.
[gedaagde] is de partij die ongelijk krijgt en hij zal daarom in de proceskosten (waaronder nakosten) worden veroordeeld. Tot aan dit vonnis worden de proceskosten aan de zijde van [eiser] als volgt begroot:
- kosten van de dagvaarding
€
133,77
- griffierecht
€
214,00
- salaris gemachtigde
€
264,00
(2,00 punten × € 132,00)
- nakosten
€
66,00
Totaal
€
677,77
[eiser] vordert de wettelijke handelsrente over de proceskosten. Vast staat dat [eiser] handelt als consument, zodat er geen sprake is van een handelstransactie. Dat betekent dat niet de wettelijke handelsrente, maar de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW van toepassing is.
Dictum
De kantonrechter
5.1.
verklaart voor recht dat [eiser] de koopovereenkomst, die partijen hebben gesloten met betrekking tot in de geding zijnde tv, op 21 oktober 2022 bij brief rechtsgeldig heeft ontbonden,
5.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] een bedrag van € 758,76 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 642,20 vanaf 29 december 2022 tot aan de dag der voldoening,
5.3.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van [eiser] tot dit vonnis begroot op € 677,77, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de vijftiende dag na betekening van deze uitspraak tot de dag van volledige betaling,
5.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. van der Burgt en in het openbaar uitgesproken op 24 januari 2024.