Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-05-27
ECLI:NL:RBZWB:2024:3563
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Voorlopige voorziening
856 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 24/1507 PW VV
uitspraak van 27 mei 2024 van de voorzieningenrechter op het verzoek om veroordeling in de proceskosten in de zaak tussen
[verzoeker 1] en [verzoeker 2] uit [plaats], verzoekers
gemachtigde: mr. D. Marcus,
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Gilze en Rijen (het college), verweerder.
Procesverloop
1. Verzoekers hebben bezwaar gemaakt tegen het besluit van 19 december 2023 (bestreden besluit) van het college waarin hun aanvraag voor een bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet per 4 september 2023 is afgewezen en waarin de onverschuldigd betaalde voorschotten op een bijstandsuitkering zijn teruggevorderd.
Zij hebben de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Bij besluit van 7 maart 2024 heeft het college verzoekers per 4 september 2023 een bijstandsuitkering toegekend.
Vervolgens hebben verzoekers het verzoek om voorlopige voorziening ingetrokken, met het verzoek het college te veroordelen in de proceskosten. Het college heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid hierop te reageren.
De voorzieningenrechter heeft, met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), een behandeling van het verzoek ter zitting achterwege gelaten.
Overwegingen
1. Op grond van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb in samenhang bezien met artikel 8:84, vijfde lid, van de Awb, kan de voorzieningenrechter, indien het verzoek om voorlopige voorziening wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het verzoekschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan veroordelen in de proceskosten.
2. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter blijkt uit het besluit van 7 maart 2024 dat het college aan verzoekers is tegemoetgekomen. Hierin ziet de voorzieningenrechter aanleiding om het college te veroordelen in de door verzoekers gemaakte proceskosten.
Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 875,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift en wegingsfactor 1).
3. Nu het college aan verzoekers is tegemoetgekomen, ziet de voorzieningenrechter hierin aanleiding om het college tevens te veroordelen tot vergoeding van het door verzoekers betaalde griffierecht.
Dictum
De voorzieningenrechter:
veroordeelt het college in de proceskosten van verzoekers tot een bedrag van € 875,-;
draagt het college op het betaalde griffierecht van € 51,- aan verzoekers te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Snoeks, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. T.B. Both-Attema, griffier, op 27 mei 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier is niet in de gelegenheid om de uitspraak te ondertekenen.
voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.