Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-05-14
ECLI:NL:RBZWB:2024:3473
Strafrecht
Op tegenspraak
2,080 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Middelburg
parketnummer: 02-190867-23
vonnis van de meervoudige kamer van 14 mei 2024
in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 2002 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonadres] ,
raadsman mr. W.N. Ramnun, advocaat te Breda.
1Onderzoek van de zaak
De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 14 mei 2024, waarbij de officier van justitie, mr. J. Verschuren, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.
2De tenlastelegging
De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte samen met anderen openlijk geweld heeft gepleegd tegen [aangever 1] , [aangever 2] , [aangever 3] , en/of [aangever 4] met lichamelijk letsel voor [aangever 1] , [aangever 2] en/of [aangever 3] tot gevolg.
3De voorvragen
De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.
Beoordeling
4.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat verdachte moet worden vrijgesproken van het aan hem ten laste gelegde feit, omdat het dossier hiervoor onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevat.
4.2
Het standpunt van de verdediging
De verdediging bepleit vrijspraak van het aan verdachte ten laste gelegde feit, omdat het dossier hiervoor onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevat.
4.3
Beoordeling
De rechtbank is van oordeel dat het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevat dat verdachte het aan hem ten laste gelegde feit heeft begaan en zal hem dan ook vrijspreken van het feit.
5De benadeelde partij
De benadeelde partij [aangever 1] vordert een schadevergoeding van € 500,= voor het feit, bestaande uit immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
De benadeelde partij [aangever 2] vordert een schadevergoeding van € 492,66 voor het feit, bestaande uit € 92,66 aan materiële schade en € 400,= aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
De benadeelde partij [aangever 3] vordert een schadevergoeding van € 400,= voor het feit, bestaande uit immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Verdachte is vrijgesproken van het feit waaruit de schade zou zijn ontstaan. De rechtbank zal de benadeelde partijen daarom niet-ontvankelijk verklaren in hun vorderingen.
Dictum
De rechtbank:
Vrijspraak
- spreekt verdachte vrij van het aan hem ten laste gelegde feit;
Benadeelde partijen
- verklaart de benadeelde partij [aangever 1] niet-ontvankelijk in de vordering;
- veroordeelt de benadeelde partij [aangever 1] in de kosten van verdachte, tot nu toe begroot op nihil;
- verklaart de benadeelde partij [aangever 2] niet-ontvankelijk in de vordering;
- veroordeelt de benadeelde partij [aangever 2] in de kosten van verdachte, tot nu toe begroot op nihil;
- verklaart de benadeelde partij [aangever 3] niet-ontvankelijk in de vordering;
- veroordeelt de benadeelde partij [aangever 3] in de kosten van verdachte, tot nu toe begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.J. Zuijdweg, voorzitter, mr. N. van der Ploeg-Hogervorst en mr. P.W.G. de Beer, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.J. van der Welle, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 14 mei 2024.
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Middelburg
parketnummer: 02-190867-23
vonnis van de meervoudige kamer van 14 mei 2024
in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 2002 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonadres] ,
raadsman mr. W.N. Ramnun, advocaat te Breda.
1Onderzoek van de zaak
De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 14 mei 2024, waarbij de officier van justitie, mr. J. Verschuren, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.
2De tenlastelegging
De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte samen met anderen openlijk geweld heeft gepleegd tegen [aangever 1] , [aangever 2] , [aangever 3] , en/of [aangever 4] met lichamelijk letsel voor [aangever 1] , [aangever 2] en/of [aangever 3] tot gevolg.
3De voorvragen
De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.
Beoordeling
4.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat verdachte moet worden vrijgesproken van het aan hem ten laste gelegde feit, omdat het dossier hiervoor onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevat.
4.2
Het standpunt van de verdediging
De verdediging bepleit vrijspraak van het aan verdachte ten laste gelegde feit, omdat het dossier hiervoor onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevat.
4.3
Beoordeling
De rechtbank is van oordeel dat het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevat dat verdachte het aan hem ten laste gelegde feit heeft begaan en zal hem dan ook vrijspreken van het feit.
5De benadeelde partij
De benadeelde partij [aangever 1] vordert een schadevergoeding van € 500,= voor het feit, bestaande uit immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
De benadeelde partij [aangever 2] vordert een schadevergoeding van € 492,66 voor het feit, bestaande uit € 92,66 aan materiële schade en € 400,= aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
De benadeelde partij [aangever 3] vordert een schadevergoeding van € 400,= voor het feit, bestaande uit immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Verdachte is vrijgesproken van het feit waaruit de schade zou zijn ontstaan. De rechtbank zal de benadeelde partijen daarom niet-ontvankelijk verklaren in hun vorderingen.
Dictum
De rechtbank:
Vrijspraak
- spreekt verdachte vrij van het aan hem ten laste gelegde feit;
Benadeelde partijen
- verklaart de benadeelde partij [aangever 1] niet-ontvankelijk in de vordering;
- veroordeelt de benadeelde partij [aangever 1] in de kosten van verdachte, tot nu toe begroot op nihil;
- verklaart de benadeelde partij [aangever 2] niet-ontvankelijk in de vordering;
- veroordeelt de benadeelde partij [aangever 2] in de kosten van verdachte, tot nu toe begroot op nihil;
- verklaart de benadeelde partij [aangever 3] niet-ontvankelijk in de vordering;
- veroordeelt de benadeelde partij [aangever 3] in de kosten van verdachte, tot nu toe begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.J. Zuijdweg, voorzitter, mr. N. van der Ploeg-Hogervorst en mr. P.W.G. de Beer, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.J. van der Welle, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 14 mei 2024.