Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-01-03
ECLI:NL:RBZWB:2024:33
Civiel recht; Personen- en familierecht
Beschikking
643 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Cluster I Civiele kantonzaken
Middelburg
zaak/rolnr.: 10776008 OV VERZ 23-6195
beschikking van 3 januari 2024 op een verzoek ex artikel 4:211 lid 4 BW
ingediend door:
[verzoekster]
,
wonende te [plaats 1] ,
nader te noemen verzoekster,
in de nalatenschap van:
[erflater]
,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1953,
overleden te [plaats 2] op [overlijdensdatum] 2023,
laatstelijk gewoond hebbende te [plaats 2] ,
nader te noemen erflater.
1Het verzoek en de beoordeling
1.1
Ter griffie werd op 30 oktober 2023 een verzoekschrift met bijlagen ontvangen. Verzoekster verzoekt namens de erfgenamen op grond van artikel 4:211 lid 4 BW te worden ontheven van de verplichting om de boedelbeschrijving inzake de nalatenschap van erflater ter inzage te leggen en om te worden ontheven van de verplichtingen om de schuldeisers op te roepen, om het neerleggen van een lijst van de vorderingen en om het neerleggen van rekening en verantwoording. De betreffende boedelbeschrijving is overgelegd.
1.2
Gebleken is dat de vier erfgenamen de nalatenschap beneficiair hebben aanvaard. Daarom dient de nalatenschap te worden vereffend volgens de wet.
1.3
Uit de boedelbeschrijving, waarin een voorlopige staat ter zake de schulden van de nalatenschap is opgenomen, en de gegeven nadere toelichting volgt dat de nalatenschap solvabel is en prompte voldoening van de schuldeisers valt te verwachten. Om die reden kan het verzoek worden toegewezen.
1.4
Naar aanleiding van de overgelegde boedelbeschrijving en de toelichting daarop ziet de kantonrechter geen aanleiding om de “zware vereffening” als bedoeld in artikel 4:221 van het Burgerlijk Wetboek op te leggen. Aangezien de door verzoekster genoemde verplichtingen niet worden opgelegd, kan zij daar ook niet van worden ontheven.
Dictum
De kantonrechter:
2.1
ontheft verzoekster van de verplichting om de boedelbeschrijving ter inzage te leggen,
2.2
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. Van den Boom, kantonrechter, en uitgesproken op 3 januari 2024, in tegenwoordigheid van de griffier.