Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-05-08
ECLI:NL:RBZWB:2024:3119
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Kort geding
5,544 tokens
Inleiding
RECHTBANK
ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Bergen op Zoom
Zaaknummer: 10983175 \ VV EXPL 24-15
Vonnis in kort geding van 8 mei 2024
in de zaak van
OUTLET ROSADA BV,
gevestigd te Amsterdam, kantoorhoudende te Roermond,
eisende partij,
hierna te noemen: Outlet Rosada,
gemachtigde: mr. S. Diel,
tegen
[gedaagde] BV,
gevestigd te Amsterdam, kantoorhoudende te Roosendaal,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
vertegenwoordigd door: dhr. [naam 1] en mw. [naam 2] .
Procesverloop
1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 13 maart 2024, met producties.
1.2
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 24 april 2024. Ter zitting waren aanwezig Outlet Rosada, vertegenwoordigd door mr. S. Diel, en [gedaagde] vertegenwoordigd door dhr. [naam 1] en mw. [naam 2] . Van het verhandelde ter zitting zijn aantekeningen gemaakt.
1.3
Vervolgens is vonnis bepaald op vandaag.
Feiten
2.1
Tussen partijen bestaat sinds 19 maart 2020 een huurovereenkomst op grond waarvan [gedaagde] van Outlet Rosada huurt de bedrijfsruimte, staande en gelegen te ([postcode]) Roosendaal aan het [adres] in het Designer Outlet Centre Roosendaal (hierna: het gehuurde).
2.2
Op grond van artikel 4 van de huurovereenkomst bedraagt de huurprijs 10% van de omzet, met inachtneming van een minimum basishuurprijs van € 409,81 per m2 per jaar exclusief btw. Uitgaande van een vloeroppervlakte van 187,2 m2 bedraagt de door [gedaagde] te betalen huur minimaal € 76.716,43 per jaar. De huurprijs wordt maandelijks per factuur in rekening gebracht.
2.3
In artikel 2.7 van Bijlage B van de huurovereenkomst is bepaald dat [gedaagde], telkens wanneer zij achterstallig is met betaling van de huurpenningen of enig ander bedrag uit hoofde van de huurovereenkomst, een boeterente verschuldigd is ter hoogte van 3% bovenop de wettelijke handelsrente over het achterstallige bedrag.
2.4
[gedaagde] heeft over de periode van oktober 2023 tot en met februari 2024 een huurachterstand laten ontstaan van € 64.336,28.
Geschil
3.1
Outlet Rosada vordert, bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen:
a. om het gehuurde binnen 8 dagen na betekening van dit vonnis met al het hare en de haren te ontruimen en ontruimd te houden en onder afgifte van de sleutels ter vrije beschikking van Outlet Rosada te stellen;
b. tot betaling van € 64.336,28, zijnde de achterstallige huur berekend tot en met 29 februari 2024, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente verhoogd met 3% per maand vanaf de vervaldata van de verschillende huurtermijnen, zijnde 15 dagen na dagtekening van de desbetreffende factuur, tot de dag der algehele voldoening;
c. tot betaling van de nog te vervallen huurpenningen vanaf 1 maart 2024 tot de dag van ontruiming van het gehuurde, zijnde hetzij de basishuur dan wel de verschuldigde omzethuur, waarbij elke ingetreden maand als een volle geldt, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente, verhoogd met 3% vanaf de vervaldata van de verschillende huurtermijnen tot de dag der algehele voldoening;
d. tot betaling van € 1.418,36 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag van algehele voldoening;
e. in de proceskosten, waaronder de nakosten en wettelijke rente daarover.
3.2
Outlet Rosada legt – naast de vaststaande feiten – aan haar vordering ten grondslag dat zij er geen vertrouwen meer in heeft dat [gedaagde] haar betalingsverplichtingen na zal komen. De huurachterstand bedraagt meer dan vijf maanden en is dusdanig groot dat sprake is van een tekortkoming in de nakoming van de huurovereenkomst die de ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigt. Outlet Rosada stelt dat zij een spoedeisend belang heeft bij haar vordering.
3.3
[gedaagde] erkent het bestaan van de huurachterstand. Zij stelt dat partijen hebben gesproken over een beëindigingsregeling maar dat hierin geen overeenstemming is bereikt.
Beoordeling
4.1
In deze procedure dient te worden beoordeeld of Outlet Rosada een spoedeisend belang heeft bij de gevorderde voorziening en of aannemelijk is dat de vordering van Outlet Rosada in een bodemprocedure een zodanige kans van slagen heeft dat het - mede gelet op de belangen van partijen over en weer - gerechtvaardigd is op de toewijzing daarvan vooruit te lopen door het treffen van een voorziening zoals gevorderd.
Spoedeisend belang
4.2
Gelet op de omvang van de gestelde huurachterstand en het belang van Outlet Rosada om verdere schade te beperken door het gehuurde aan een derde te kunnen verhuren, is het vereiste spoedeisend belang aanwezig.
Huurachterstand
4.3
Tussen partijen is niet in geschil dat [gedaagde] over de periode oktober 2023 tot en met februari 2024 een betalingsachterstand in de huurpenningen heeft laten ontstaan ter hoogte van € 64.336,28. De door Outlet Rosada gevorderde betaling van de huurachterstand is dan ook toewijsbaar, te vermeerderen met de (niet weersproken) wettelijke handelsrente en contractuele boeterente.
Ontruiming
4.4
Bij de beoordeling van de gevorderde ontruiming staat voorop dat dat een vergaande maatregel is, die in de praktijk vaak een definitief karakter heeft. Om die reden is een onverwijlde ontruiming in kort geding slechts gerechtvaardigd indien met een grote mate van waarschijnlijkheid valt te verwachten dat de tussen partijen gesloten huurovereenkomst in een bodemprocedure zal worden ontbonden.
4.5
In artikel 6:265 BW is bepaald dat iedere tekortkoming van de schuldenaar in de nakoming van een van zijn verplichtingen kan leiden tot gehele of gedeeltelijke ontbinding van de overeenkomst, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. Vast staat dat [gedaagde] ten tijde van het uitbrengen van de dagvaarding een huurachterstand van ruim 5 maanden heeft laten ontstaan en dat deze achterstand daarna nog verder is toegenomen. Deze tekortkoming is dusdanig ernstig dat in het bestek van dit kort geding ervan uit kan worden uitgegaan dat de kantonrechter in de bodemprocedure zal overgaan tot ontbinding van de huurovereenkomst.
Buitengerechtelijke incassokosten
4.6
Outlet Rosada maakt aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten komt overeen met het in het Besluit bepaalde tarief en zal worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente.
Proceskosten
4.7
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Outlet Rosada worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
115,22
- griffierecht
€
1.409,00
- salaris gemachtigde
€
543,00
- nakosten
€
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
2.202,22
4.8
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
Dictum
De kantonrechter
veroordeelt [gedaagde] om binnen 8 dagen na betekening van dit vonnis de bedrijfsruimte aan het [adres] te ([postcode]) Roosendaal met al het hare en de haren te ontruimen en ontruimd te houden en onder afgifte van de sleutels ter vrije beschikking van Outlet Rosada te stellen;
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van € 64.336,28 aan achterstallige huur tot en met
29 februari 2024, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente verhoogd met 3% per maand vanaf de vervaldata van de verschillende huurtermijnen zijnde 15 dagen na dagtekening van de desbetreffende factuur, tot de dag van algehele voldoening,
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de nog te vervallen huurpenningen vanaf 1 maart 2024 tot de dag van ontruiming van het gehuurde, zijnde hetzij de basishuur dan wel de verschuldigde omzethuur, waarbij elke ingetreden maand als een volle geldt, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente, verhoogd met 3% vanaf de vervaldata van de verschillende huurtermijnen tot de dag der algehele voldoening;
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van € 1.418,36 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 13 maart 2024 tot aan de dag van algehele voldoening;
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 2.202,22, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Van der Burgt en in het openbaar uitgesproken op 8 mei 2024, in tegenwoordigheid van de griffier.
Inleiding
RECHTBANK
ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Bergen op Zoom
Zaaknummer: 10983175 \ VV EXPL 24-15
Vonnis in kort geding van 8 mei 2024
in de zaak van
OUTLET ROSADA BV,
gevestigd te Amsterdam, kantoorhoudende te Roermond,
eisende partij,
hierna te noemen: Outlet Rosada,
gemachtigde: mr. S. Diel,
tegen
[gedaagde] BV,
gevestigd te Amsterdam, kantoorhoudende te Roosendaal,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
vertegenwoordigd door: dhr. [naam 1] en mw. [naam 2] .
Procesverloop
1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 13 maart 2024, met producties.
1.2
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 24 april 2024. Ter zitting waren aanwezig Outlet Rosada, vertegenwoordigd door mr. S. Diel, en [gedaagde] vertegenwoordigd door dhr. [naam 1] en mw. [naam 2] . Van het verhandelde ter zitting zijn aantekeningen gemaakt.
1.3
Vervolgens is vonnis bepaald op vandaag.
Feiten
2.1
Tussen partijen bestaat sinds 19 maart 2020 een huurovereenkomst op grond waarvan [gedaagde] van Outlet Rosada huurt de bedrijfsruimte, staande en gelegen te ([postcode]) Roosendaal aan het [adres] in het Designer Outlet Centre Roosendaal (hierna: het gehuurde).
2.2
Op grond van artikel 4 van de huurovereenkomst bedraagt de huurprijs 10% van de omzet, met inachtneming van een minimum basishuurprijs van € 409,81 per m2 per jaar exclusief btw. Uitgaande van een vloeroppervlakte van 187,2 m2 bedraagt de door [gedaagde] te betalen huur minimaal € 76.716,43 per jaar. De huurprijs wordt maandelijks per factuur in rekening gebracht.
2.3
In artikel 2.7 van Bijlage B van de huurovereenkomst is bepaald dat [gedaagde], telkens wanneer zij achterstallig is met betaling van de huurpenningen of enig ander bedrag uit hoofde van de huurovereenkomst, een boeterente verschuldigd is ter hoogte van 3% bovenop de wettelijke handelsrente over het achterstallige bedrag.
2.4
[gedaagde] heeft over de periode van oktober 2023 tot en met februari 2024 een huurachterstand laten ontstaan van € 64.336,28.
Geschil
3.1
Outlet Rosada vordert, bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen:
a. om het gehuurde binnen 8 dagen na betekening van dit vonnis met al het hare en de haren te ontruimen en ontruimd te houden en onder afgifte van de sleutels ter vrije beschikking van Outlet Rosada te stellen;
b. tot betaling van € 64.336,28, zijnde de achterstallige huur berekend tot en met 29 februari 2024, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente verhoogd met 3% per maand vanaf de vervaldata van de verschillende huurtermijnen, zijnde 15 dagen na dagtekening van de desbetreffende factuur, tot de dag der algehele voldoening;
c. tot betaling van de nog te vervallen huurpenningen vanaf 1 maart 2024 tot de dag van ontruiming van het gehuurde, zijnde hetzij de basishuur dan wel de verschuldigde omzethuur, waarbij elke ingetreden maand als een volle geldt, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente, verhoogd met 3% vanaf de vervaldata van de verschillende huurtermijnen tot de dag der algehele voldoening;
d. tot betaling van € 1.418,36 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag van algehele voldoening;
e. in de proceskosten, waaronder de nakosten en wettelijke rente daarover.
3.2
Outlet Rosada legt – naast de vaststaande feiten – aan haar vordering ten grondslag dat zij er geen vertrouwen meer in heeft dat [gedaagde] haar betalingsverplichtingen na zal komen. De huurachterstand bedraagt meer dan vijf maanden en is dusdanig groot dat sprake is van een tekortkoming in de nakoming van de huurovereenkomst die de ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigt. Outlet Rosada stelt dat zij een spoedeisend belang heeft bij haar vordering.
3.3
[gedaagde] erkent het bestaan van de huurachterstand. Zij stelt dat partijen hebben gesproken over een beëindigingsregeling maar dat hierin geen overeenstemming is bereikt.
Beoordeling
4.1
In deze procedure dient te worden beoordeeld of Outlet Rosada een spoedeisend belang heeft bij de gevorderde voorziening en of aannemelijk is dat de vordering van Outlet Rosada in een bodemprocedure een zodanige kans van slagen heeft dat het - mede gelet op de belangen van partijen over en weer - gerechtvaardigd is op de toewijzing daarvan vooruit te lopen door het treffen van een voorziening zoals gevorderd.
Spoedeisend belang
4.2
Gelet op de omvang van de gestelde huurachterstand en het belang van Outlet Rosada om verdere schade te beperken door het gehuurde aan een derde te kunnen verhuren, is het vereiste spoedeisend belang aanwezig.
Huurachterstand
4.3
Tussen partijen is niet in geschil dat [gedaagde] over de periode oktober 2023 tot en met februari 2024 een betalingsachterstand in de huurpenningen heeft laten ontstaan ter hoogte van € 64.336,28. De door Outlet Rosada gevorderde betaling van de huurachterstand is dan ook toewijsbaar, te vermeerderen met de (niet weersproken) wettelijke handelsrente en contractuele boeterente.
Ontruiming
4.4
Bij de beoordeling van de gevorderde ontruiming staat voorop dat dat een vergaande maatregel is, die in de praktijk vaak een definitief karakter heeft. Om die reden is een onverwijlde ontruiming in kort geding slechts gerechtvaardigd indien met een grote mate van waarschijnlijkheid valt te verwachten dat de tussen partijen gesloten huurovereenkomst in een bodemprocedure zal worden ontbonden.
4.5
In artikel 6:265 BW is bepaald dat iedere tekortkoming van de schuldenaar in de nakoming van een van zijn verplichtingen kan leiden tot gehele of gedeeltelijke ontbinding van de overeenkomst, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. Vast staat dat [gedaagde] ten tijde van het uitbrengen van de dagvaarding een huurachterstand van ruim 5 maanden heeft laten ontstaan en dat deze achterstand daarna nog verder is toegenomen. Deze tekortkoming is dusdanig ernstig dat in het bestek van dit kort geding ervan uit kan worden uitgegaan dat de kantonrechter in de bodemprocedure zal overgaan tot ontbinding van de huurovereenkomst.
Buitengerechtelijke incassokosten
4.6
Outlet Rosada maakt aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten komt overeen met het in het Besluit bepaalde tarief en zal worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente.
Proceskosten
4.7
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Outlet Rosada worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
115,22
- griffierecht
€
1.409,00
- salaris gemachtigde
€
543,00
- nakosten
€
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
2.202,22
4.8
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
Dictum
De kantonrechter
veroordeelt [gedaagde] om binnen 8 dagen na betekening van dit vonnis de bedrijfsruimte aan het [adres] te ([postcode]) Roosendaal met al het hare en de haren te ontruimen en ontruimd te houden en onder afgifte van de sleutels ter vrije beschikking van Outlet Rosada te stellen;
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van € 64.336,28 aan achterstallige huur tot en met
29 februari 2024, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente verhoogd met 3% per maand vanaf de vervaldata van de verschillende huurtermijnen zijnde 15 dagen na dagtekening van de desbetreffende factuur, tot de dag van algehele voldoening,
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de nog te vervallen huurpenningen vanaf 1 maart 2024 tot de dag van ontruiming van het gehuurde, zijnde hetzij de basishuur dan wel de verschuldigde omzethuur, waarbij elke ingetreden maand als een volle geldt, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente, verhoogd met 3% vanaf de vervaldata van de verschillende huurtermijnen tot de dag der algehele voldoening;
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van € 1.418,36 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 13 maart 2024 tot aan de dag van algehele voldoening;
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 2.202,22, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Van der Burgt en in het openbaar uitgesproken op 8 mei 2024, in tegenwoordigheid van de griffier.