Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-04-04
ECLI:NL:RBZWB:2024:3071
Strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,079 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer : 10835996 \ MB VERZ 23-690
CJIB-nummer : 7062 5422 4894 6542
uitspraakdatum : 4 april 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
[adres]
[woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : [naam]
Procesverloop
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Gemachtigde heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door gemachtigde beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 4 april 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mr. C.M. Oostdam (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: zonder ontheffing parkeren van een voertuig langer dan 6 meter/ hoger dan 2,4 meter op een plaats waar dit verboden is op het Bijsterveld te Oosterhout op 27 maart 2022 om 19:16 uur.
Gemachtigde heeft namens betrokkene in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Gemachtigde is eigenaar van het bedrijf en parkeert al acht jaar op deze plek. Na 8 jaar is er een buurtbewoner die hier werk van heeft gemaakt. De hoogte van het voertuig is in orde, alleen is het voertuig 10 centimeter te lang. Hij parkeert er nog steeds. De huidige handhaving gedoogt het voertuig van betrokkene op deze plek. Hij stelt dat er een afspraak is dat hij hier mag staan.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. De zittingsvertegenwoordiger heeft geen aanwijzingsbesluit kunnen vinden. De boete is gelet op het ontbreken van een aanwijzingsbesluit ten onrechte opgelegd.
Overwegingen
De kantonrechter is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Daarbij is het volgende van belang.
De boete is opgelegd voor het - kort samengevat - parkeren van een te groot voertuig op een aangewezen plaats.
In artikel 5:8, eerste lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening APV van de gemeente Oosterhout is hierover bepaald: Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter te parkeren op een door het college aangewezen plaats, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente. Hieruit volgt dat het college een zogenaamd aanwijzingsbesluit moet nemen waarin is opgenomen voor welke plaatsen in de gemeente dit verbod geldt.
De kantonrechter en de zittingsvertegenwoordiger hebben een dergelijk aanwijzingsbesluit echter niet kunnen vinden. Dit betekent dat niet is komen vast te staan dat betrokkene ter plaatse niet mocht parkeren, zodat de boete ten onrechte is opgelegd.
Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Dictum
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 109,- dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, kantonrechter, bijgestaan door de griffier X.L.C.M. van Sprundel, en in het openbaar uitgesproken op 4 april 2024.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: