Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-04-02
ECLI:NL:RBZWB:2024:2894
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
4,697 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Breda
Zaaknummer: C/02/418560 / FA RK 24-429
2 april 2024
beschikking betreffende de zorgregeling tijdens vakanties en feestdagen en de deelname aan [dansschool]
in de zaak van
[de vrouw]
,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen de vrouw,
advocaat mr. E.M.G. van Nuenen-Meulesteen,
en
[de man]
,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen de man,
advocaat mr. N.J.R.M. Elings.
Als belanghebbende in onderhavige zaak wordt aangemerkt:
- Stichting Jeugdbescherming Brabant, gevestigd te Tilburg, hierna te noemen: de Gecertificeerde Instelling (GI).
Op grond van het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:
- de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zuidwest Nederland, locatie Breda,
hierna te noemen: de Raad, om de rechtbank over de verzoeken te adviseren.
1. Het procesverloop
1.1. Dit blijkt uit de volgende stukken:
- het op 2 februari 2024 ontvangen verzoekschrift met bijlagen;
- de brief van de GI van 2 februari 2024 met bijlagen;
- het op 13 februari 2024 ontvangen verweerschrift tevens houdende zelfstandig verzoek;
- de brief van mr. Elings van 19 februari 2024 met bijlagen;
- het op 29 februari 2024 ontvangen aanvullend verzoek met bijlagen;
- de e-mail van de GI van 6 maart 2024 met bijlagen;
- de beschikkingen van de rechtbank van 17 juli 2020 en 22 november 2023.
1.2. De zaak is behandeld op de mondelinge behandeling van 7 maart 2024. Bij die gelegenheid zijn verschenen partijen, bijgestaan door hun advocaten. Tevens waren aanwezig een vertegenwoordiger van de GI en een vertegenwoordiger van de Raad.
1.3. Na te noemen minderjarige is gelet op haar leeftijd in staat gesteld haar mening kenbaar te maken tijdens een zogenoemd kindgesprek. Zij heeft van deze gelegenheid gebruik gemaakt.
Feiten
2.1.
Blijkens de stellingen en overgelegde stukken staat tussen partijen het volgende vast:
- partijen hebben een relatie met elkaar gehad;
- uit hun relatie is het volgende, nu nog minderjarige kind geboren: [minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2013 (hierna te noemen: [minderjarige] );
- [minderjarige] is door de man erkend;
- partijen zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] ;
- [minderjarige] heeft haar hoofdverblijf bij de vrouw.
2.2.
Ingevolge voormelde beschikking van 22 november 2023 is de man in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken sinds 1 december 2023 gerechtigd tot het hebben van contact met [minderjarige] om de week van vrijdag uit school tot dinsdag naar school. Voor wat betreft de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken tijdens vakanties en feestdagen geldt de in voormelde beschikking van 17 juli 2020 vastgelegde regeling, inhoudende dat de man en [minderjarige] gerechtigd zijn tot het hebben van contact met elkaar gedurende de helft van de vakanties en bijzondere dagen, nader in onderling overleg door partijen te regelen.
3De verzoeken
3.1.
De vrouw verzoekt, samengevat:
- de zorg- en opvoedingstaken tijdens vakanties en feestdagen te verdelen op de wijze zoals is omschreven in productie 4 van het verzoekschrift;
- haar vervangende toestemming te verlenen voor de deelname van [minderjarige] aan de activiteiten van [dansschool] , bestaande uit [activiteit 1] / [activiteit 2] in [plaats] , en te bepalen dat de man [minderjarige] in zijn weekenden de gelegenheid moet geven deel te nemen aan de activiteiten van [dansschool] .
3.2.
De man verzoekt, samengevat:
- te bepalen dat de zorg- en opvoedingstaken tijdens vakanties en feestdagen bij helfte tussen partijen worden verdeeld op de door hem omschreven wijze;
- de vrouw te veroordelen in de kosten van de procedure.
4De standpunten van partijen
Deelname aan [dansschool]
4.1.
De man heeft op de mondelinge behandeling aangegeven dat hij het belangrijk vindt dat [minderjarige] kan deelnemen aan de activiteiten van [dansschool] en dat hij er alles aan zal doen om te zorgen dat [minderjarige] bij deze activiteiten aanwezig kan zijn. Slechts in uitzonderingssituaties zal volgens hem van dit uitgangspunt worden afgeweken. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank, conform het verzoek van de vrouw, bepalen dat de man [minderjarige] in zijn weekenden de gelegenheid moet geven deel te nemen aan de activiteiten van [dansschool] . De rechtbank gaat ervan uit dat de man hiervan enkel in bijzondere situaties zal afwijken, waarbij wordt opgemerkt dat de vrouw zelf heeft aangegeven dat een mogelijke uitzonderingssituatie zou kunnen zijn dat de man met zijn gezin een weekend weg gaat of dat iemand uit het gezin van de man jarig is. Aangezien, gelet op de verhouding tussen partijen, onvoldoende duidelijk is dat de man de papieren voor de deelname van [minderjarige] aan de activiteiten van [dansschool] zal ondertekenen, ziet de rechtbank verder aanleiding om de vrouw hiervoor de door haar verzochte vervangende toestemming te verlenen. De rechtbank wil partijen in dit verband nog wel meegeven dat zij in de toekomst met elkaar in gesprek zullen moeten gaan voordat [minderjarige] wordt aangemeld voor activiteiten die invloed hebben op de tijd dat [minderjarige] bij de andere ouder is. De andere ouder mag niet worden geconfronteerd met activiteiten die hem/haar belemmeren in het contact met [minderjarige] .
Zorgregeling tijdens vakanties en feestdagen
4.2.
De vrouw legt het volgende aan haar verzoek ten grondslag. Partijen zijn er de afgelopen jaren niet in geslaagd duidelijke afspraken te maken over de zorgregeling tijdens vakanties en feestdagen. Dit onderwerp heeft veel spanningen en strijd opgeleverd. De man wil alle schoolvakanties bij helfte verdelen, maar daarmee gaat hij voorbij aan het uitgangspunt dat er zo min mogelijk contactmomenten tussen partijen moeten zijn en dat [minderjarige] rust moet kunnen ervaren. De vrouw zou het beter vinden als [minderjarige] in de voorjaars, mei- en herfstvakantie ofwel bij haar ofwel bij de man is, jaarlijks wisselend. De kerstvakantie wil zij zo verdelen dat ieder van partijen een Kerstdag met [minderjarige] heeft, [minderjarige] op de verjaardag van de man ( [datum] ) bij de man is en er verder zo min mogelijk wisselingen tussen partijen zijn. De zomervakantie wenst zij bij helfte tussen partijen te verdelen, waarbij partijen om het jaar als eerste mogen kiezen welke weken [minderjarige] bij hen doorbrengt. Zingen en dansen is de grote passie van [minderjarige] en geeft [minderjarige] ontspanning. Deze ontspanning heeft [minderjarige] hard nodig gelet op de last die zij ervaart van de problemen rondom de scheiding tussen haar ouders. Het zou fijn zijn als [minderjarige] ervaart dat beide ouders haar steunen in haar passie. De vrouw wil daarom dat de vakanties door partijen zodanig worden ingericht dat [minderjarige] steeds bij haar zang- en dansactiviteiten aanwezig kan zijn, te weten [muziekkamp] in de zomervakantie en haar dansopleiding bij [school] in de voorjaars-, mei- en herfstvakantie. [minderjarige] is al vaker in de zomervakantie naar [muziekkamp] geweest. Zij wil heel graag weer naar dit kamp, omdat haar vriendinnen ook naar dit kamp gaan. Om er zeker van te zijn dat [minderjarige] kan deelnemen aan dit kamp, stelt de vrouw voor om de zomervakantie zo tussen partijen te verdelen dat [muziekkamp] altijd in haar vakantieweken met [minderjarige] valt.
4.3.
De GI heeft het volgende naar voren gebracht. De onduidelijkheid bij [minderjarige] over de vraag wanneer zij bij welke ouder is tijdens een vakantie of feestdag zorgt al enkele jaren voor heel veel stress bij partijen en [minderjarige] . De GI ziet deze voortdurende herhaling van onduidelijkheid, onvoorspelbaarheid en voelbare spanning tussen partijen als een zeer onveilige situatie voor [minderjarige] . De GI acht het van belang dat de vakanties en feestdagen tussen partijen worden verdeeld vanuit de visie van parallel solo ouderschap. Dit laatste betekent geen bemoeienis, aanwezigheid of planning door de ene ouder in de tijd van de andere ouder, ook niet bij het uitvoeren van de reguliere zorgregeling. [minderjarige] zingt en danst graag en is daar ook heel goed in. Bij de uitvoering van de zorgregeling moet dan ook zoveel als mogelijk rekening worden gehouden met de zang- en dansactiviteiten van [minderjarige] . Er moet echter niet altijd voorrang aan die activiteiten worden gegeven. De GI acht het voor [minderjarige] van belang dat de vakanties en feestdagen bij helfte tussen partijen worden verdeeld. Zij stelt voor om [minderjarige] steeds in de even jaren de eerste helft van de vakantie bij de vrouw en de tweede helft van de vakantie bij de man en in de oneven jaren de eerste helft van de vakantie bij de man en de tweede helft van de vakantie bij de vrouw te laten verblijven, met als tijdstip van overdracht 13.00 uur. Daarnaast vindt de GI het belangrijk dat de zorgregeling tijdens alle feestdagen en bijzondere dagen concreet worden uitgeschreven in een beschikking.
4.4.
De man voert ten aanzien van zijn verzoek het volgende aan. De man sluit zich aan bij de visie van de GI met betrekking tot het parallel solo ouderschap en het voorstel van de GI met betrekking tot de verdeling van de vakanties en feestdagen, met de kanttekening dat partijen in onderling overleg 11.00 uur (in plaats van 13.00 uur) hebben bepaald als tijdstip van overdracht. Hij ziet geen probleem in de overdrachtsmomenten, omdat partijen elkaar niet zien als [minderjarige] tussen hen wisselt.
Beoordeling
Zorgregeling tijdens vakanties en feestdagen
5.1.
Op de mondelinge behandeling is naar voren gekomen dat partijen overeenstemming hebben over de zorgregeling tijdens feestdagen en bijzondere dagen. De rechtbank zal conform de tussen partijen gemaakte afspraken beslissen, waarbij in aanmerking is genomen dat niet gebleken is dat het belang van [minderjarige] zich hiertegen verzet.
5.2.
Verder is gebleken dat partijen het erover eens zijn dat de zorg- en opvoedingstaken tijdens vakanties bij helfte tussen hen moeten worden verdeeld. Aangezien het partijen niet is gelukt om in onderling overleg afspraken te maken over de concrete verdeling van de vakanties, zal de rechtbank hierover een beslissing nemen. Bij de beslissing die de rechtbank dient te nemen dient het belang van [minderjarige] de eerste overweging te zijn (artikel 3 Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind). Bij de invulling van het belang van [minderjarige] , houdt de rechtbank rekening met verschillende aspecten.
5.3.
De rechtbank stelt daarbij voorop dat het in het belang van [minderjarige] is om rust en duidelijkheid te hebben, nu en ook in de toekomst. Volgens de rechtbank moet daarom de verdeling van de vakanties niet afhankelijk worden gesteld van allerlei externe factoren zoals bijvoorbeeld deelname aan buitenschoolse activiteiten. Hierbij speelt ook een rol dat [minderjarige] over een aantal jaren eventueel andere activiteiten zal uitvoeren dan dat zij nu doet. Aangezien de man heeft toegezegd dat hij zijn best zal doen om [minderjarige] in vakantieperioden te laten deelnemen aan haar huidige zang- en dansactiviteiten, waaronder ook [muziekkamp] in de zomervakantie, ziet de rechtbank in ieder geval geen reden bij de verdeling van de vakanties specifiek rekening te houden met deze activiteiten. Daarnaast is het in het belang van [minderjarige] dat de ruimte voor discussies en spanningen tussen partijen zoveel mogelijk wordt beperkt. Concreet betekent dit dat er overdrachtsmomenten waarbij de ouders aanwezig zijn moeten worden beperkt. Ten slotte heeft [minderjarige] ook een belang om samen met haar vader en zijn nieuwe gezin op vakantie te kunnen. Het voorgaande in aanmerking nemend komt de rechtbank tot de volgende zorgregeling tijdens de vakanties:
- voorjaarsvakantie: [minderjarige] verblijft in de even jaren bij de vrouw en in de oneven jaren bij de man (waarbij is meegewogen dat [minderjarige] in de voorjaarsvakantie 2024 grotendeels bij de vrouw heeft verbleven);
- meivakantie: [minderjarige] verblijft in de even jaren de eerste helft bij de vrouw en de tweede helft bij de man en in de oneven jaren de eerste helft bij de man en de tweede helft bij de vrouw, met als wisselmoment vrijdag 11.00 uur;
- zomervakantie: [minderjarige] verblijft drie weken bij ieder van partijen, waarbij de vrouw in de even jaren eerste keuze en de man in de oneven jaren eerste keuze heeft, met dien verstande dat deze keuze steeds voor 1 januari van het betreffende jaar (en in 2024 voor
1. mei) moet zijn doorgegeven aan de andere ouder;
- herfstvakantie: [minderjarige] verblijft in de even jaren bij de man en in de oneven jaren bij de vrouw;
- kerstvakantie: [minderjarige] verblijft in de even jaren de eerste helft bij de vrouw en de tweede helft bij de man en in de oneven jaren de eerste helft bij de man en de tweede helft bij de vrouw, met als wisselmoment vrijdag 11.00 uur, met dien verstande dat [minderjarige] op
[datum] (de verjaardag van de man) altijd bij de man is.
Proceskosten
5.4.
Het door de man gedane verzoek tot veroordeling van de vrouw in de proceskosten wijst de rechtbank als onvoldoende onderbouwd af. De man heeft onvoldoende bijzondere omstandigheden gesteld om te kunnen rechtvaardigen dat wordt afgeweken van het uitgangspunt in familiezaken, dat de proceskosten worden gecompenseerd.
Dictum
De rechtbank
6.1.
bepaalt – voor zover nodig met wijziging van voormelde beschikking van 17 juli 2020 – dat de zorg- en opvoedingstaken betreffende de [minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2013, tijdens vakanties en feestdagen als volgt tussen partijen worden verdeeld:
- voorjaarsvakantie: [minderjarige] verblijft in de even jaren bij de vrouw en in de oneven jaren bij de man,
- meivakantie: [minderjarige] verblijft in de even jaren de eerste helft bij de vrouw en de tweede helft bij de man en in de oneven jaren de eerste helft bij de man en de tweede helft bij de vrouw, met als wisselmoment vrijdag 11.00 uur,
- zomervakantie: [minderjarige] verblijft drie weken bij ieder van partijen, waarbij de vrouw in de even jaren eerste keuze en de man in de oneven jaren eerste keuze heeft, met dien verstande dat deze keuze steeds voor 1 januari van het betreffende jaar moet zijn doorgegeven aan de andere ouder,
- herfstvakantie: [minderjarige] verblijft in de even jaren bij de man en in de oneven jaren bij de vrouw,
- kerstvakantie: [minderjarige] verblijft in de even jaren de eerste helft bij de vrouw en de tweede helft bij de man en in de oneven jaren de eerste helft bij de man en de tweede helft bij de vrouw, met als wisselmoment vrijdag 11.00 uur, met dien verstande dat [minderjarige] op
[datum] (de verjaardag van de man) altijd bij de man is,
- Goede Vrijdag, Pasen, Koningsdag, Bevrijdingsdag, Hemelvaartsdag, Pinksteren, Sinterklaas, de verjaardagen van opa en oma en de studiedagen van school: de reguliere zorgregeling loopt door,
- Divali (Hindoestaanse feestdag): [minderjarige] verblijft bij de vrouw van 11.00 uur (of de lunchpauze van school) tot de volgende dag 11.00 uur (of aanvang school),
- Moeder- en Vaderdag: [minderjarige] verblijft bij de betreffende ouder van 11.00 uur tot de volgende dag 11.00 uur (of aanvang school),
- de verjaardag van [minderjarige] ( [geboortedag] ): de regeling van de zomervakantie loopt door,
- de verjaardagen van ouders: [minderjarige] verblijft bij de betreffende ouder van 11.00 uur (of de lunchpauze van school) tot de volgende dag 11.00 uur (of aanvang school);
6.2.
verleent de vrouw vervangende toestemming voor de deelname van voornoemde [minderjarige] aan de activiteiten van [dansschool] , bestaande uit [activiteit 1] / [activiteit 2] in [plaats] ;
6.3.
bepaalt dat de man voornoemde [minderjarige] in zijn weekenden de gelegenheid moet geven deel te nemen aan de activiteiten van [dansschool] , één en ander met inachtneming van hetgeen in rechtsoverweging 4.1 is vermeld;
6.4.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
6.5.
compenseert de kosten van het geding aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt;
6.6.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. Sumner, en, in tegenwoordigheid van mr. De Wit, griffier, in het openbaar uitgesproken op 2 april 2024.
Mededeling van de griffier:
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het
gerechtshof ’s-Hertogenbosch.