Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-05-02
ECLI:NL:RBZWB:2024:2880
Bestuursrecht; Belastingrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
927 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 22/4183
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 mei 2024 in de zaak tussen
[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende,
en
De inspecteur van de belastingdienst, de inspecteur.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbende tegen de bestreden uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 14 december 2021. Het beroep ziet op de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2019 met [aanslagnummer] .H.96.01. en specifiek op de in aftrek gebrachte ziektekosten.
1.1.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling
2. Bij brief van 24 januari 2023 heeft de inspecteur laten weten alsnog tegemoet te komen aan belanghebbende en de geclaimde aftrek van ziektekosten ten bedrage van € 11.039,- alsnog te accepteren en het verzamelinkomen vast te stellen op € 11.240,- conform de oorspronkelijke ingediende aangifte. De inspecteur heeft bij die correspondentie aangegeven dat hij belanghebbende gevraagd heeft de procedure in te trekken. De inspecteur heeft geen reactie ontvangen. De inspecteur heeft daarbij vermeld dat hem bekend is dat belanghebbende inmiddels in een verpleeghuis verblijft.
3. Ook de rechtbank heeft sinds januari 2023 herhaaldelijk geprobeerd met belanghebbende in contact te komen, waarop geen reactie is gekomen. Wel heeft belanghebbende in eerdere correspondentie aangegeven dat de zaak zonder zitting kan worden afgedaan.
4. De rechtbank stelt vast dat de inspecteur, nadat beroep bij de rechtbank was ingesteld, alsnog aan de klachten van belanghebbende tegemoet is gekomen en dat de geclaimde ziektekosten alsnog zijn geaccepteerd. Overige klachten tegen de vastgestelde aanslag zijn door belanghebbende niet aangevoerd. Het beroep van belanghebbende is dan ook kennelijk gegrond.
5. Omdat het beroep gegrond wordt verklaard, wordt de inspecteur veroordeeld tot het vergoeden van het griffierecht .
6. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling, omdat niet is gesteld of gebleken dat belanghebbende kosten heeft gemaakt die op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor vergoeding in aanmerking komen.
Dictum
De rechtbank;
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- vermindert de aanslag naar een aanslag berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 11.240,-.
- bepaalt dat de inspecteur het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 50,- aan deze vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van N. Plasman, griffier, op 2 mei 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.