Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-04-26
ECLI:NL:RBZWB:2024:2755
Bestuursrecht; Belastingrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,396 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Breda
Belastingrecht
zaaknummers: BRE 22/5735, 22/5737, 22/5738, 22/5739 en 22/5740
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 april 2024 in de zaak tussen
[belanghebbende stichting] , gevestigd te [plaats 1] , belanghebbende,
(gemachtigde: mr. D .A.N. Bartels),
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Roosendaal, de heffingsambtenaar.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank de beroepen van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 8 december 2022.
1.1.
De heffingsambtenaar heeft bij beschikking van 25 februari 2022 onder meer de waarde van de onroerende zaken [adres 1] en [adres 2] tot en met [adres 4] , te [plaats 2] (de woningen) (waardepeildatum 1 januari 2021) vastgesteld op respectievelijk € 169.000 ( [adres 1] ), € 174.000 ( [adres 2] ten met [adres 3] ) en € 154.000 ( [adres 4] ). Gelijktijdig zijn aanslagen onroerende-zaakbelastingen en aanslagen watersysteemheffing aan belanghebbende opgelegd.
1.2.
De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van belanghebbende deels gegrond verklaard maar met betrekking tot de in 1.1. genoemde woningen ongegrond verklaard. Aan belanghebbende is een kostenvergoeding toegekend van € 538 (1 punt voor het bezwaarschrift en 1 punt voor de hoorzitting).
1.3.
De heffingsambtenaar heeft op de beroepen gereageerd met een verweerschrift.
1.4.
De rechtbank heeft de beroepen op 15 maart 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van belanghebbende en namens de heffingsambtenaar [naam] en [taxateur] .
Beoordeling
2. Partijen hebben ter zitting overeenstemming bereikt over de vaststelling van de WOZ-waarde met waardepeildatum 1 januari 2021 van de onder 1.1. genoemde woningen, om die met 5% te verminderen.
Daarmee wordt de WOZ-waarde voor de woningen vastgesteld op € 160.550 ( [adres 1] ), € 165.300 ( [adres 2] tot en met [adres 3] ) en € 146.300 ( [adres 4] ).
3. De rechtbank zal dienovereenkomstig beslissen en de beroepen gegrond verklaren.
Conclusie
4. De beroepen zijn gegrond. De rechtbank vernietigt daarom de uitspraak van 8 december 2022 voor zover deze betrekking heeft op de WOZ-waarden, de aanslagen onroerendezaakbelastingen en aanslagen watersysteemheffingen met betrekking tot de woningen gelegen aan de [adres 1] en [adres 2] tot en met [adres 4] te [plaats 2] voor het belastingjaar 2022.
4.1.
Omdat de beroepen gegrond zijn moet de heffingsambtenaar de griffierechten van € 365 aan belanghebbende vergoeden en krijgt belanghebbende ook een vergoeding van haar proceskosten. De heffingsambtenaar moet deze vergoeding betalen. Over de proceskostenvergoeding hebben partijen ter zitting overeenstemming bereikt. Voor de bezwaarfase zijn partijen overeengekomen dat aan belanghebbende 2 maal € 310 aan kostenvergoeding aan belanghebbende moet worden toegekend. In beroep heeft elke proceshandeling een waarde van € 875. De heffingsambtenaar heeft ermee ingestemd dat voor de beroepen gezamenlijk twee maal € 875 moet worden toegekend met een factor van 1,5. De totale toegekende proceskostenvergoeding komt daarmee op € 3.245. Alle vergoedingen moeten rechtstreeks aan belanghebbende zelf worden uitbetaald.
Dictum
De rechtbank:
verklaart de beroepen gegrond;
vernietigt de uitspraak op bezwaar van 8 december 2022 voor zover deze uitspraak ziet op de aan het [adres 1] te [plaats 2] gelegen woningen [adres 1] en [adres 2] tot en met [adres 4] ;
vermindert de bij beschikking vastgestelde waarden met waardepeildatum 1 januari 2021 voor de woningen [adres 1] tot € 160.550, [adres 2] tot en met [adres 3] tot € 165.300 [adres 4] tot € 146.300 en vermindert de aanslagen onroerendezaakbelasting en aanslagen watersysteemheffing dienovereenkomstig;
bepaalt dat de heffingsambtenaar de griffierechten van € 365 aan belanghebbende moet vergoeden;
veroordeelt de heffingsambtenaar tot betaling van € 3.245 aan proceskosten aan belanghebbende.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. S.A. van Beijsterveldt, griffier op 26 april 2024 openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch.
Artikel 30a, vierde en vijfde lid, van de Wet WOZ.