Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-04-11
ECLI:NL:RBZWB:2024:2389
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Voorlopige voorziening
561 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 24/3192 BRP VV
uitspraak van 11 april 2024 van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker] , verzoeker,
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda, verweerder.
Procesverloop
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen de weigering hem toe te laten tot het stadhuis. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een zitting achterwege gebleven.
Overwegingen
1. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen inzake een bestreden besluit indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
Gelet op bovengenoemd artikel moet er sprake zijn van een besluit en een bezwaar tegen dat besluit voordat een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening inhoudelijk kan worden behandeld. Dit is het zogenaamde connexiteitsvereiste.
2. Onder een besluit wordt verstaan een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. De voorzieningenrechter stelt vast dat de weigering iemand toe te laten tot het stadhuis niet aangemerkt kan worden als een besluit of de weigering een besluit te nemen. Dit betekent dat het verzoek niet connex is aan een besluit zodat het verzoek niet-ontvankelijk zal worden verklaard.
Dictum
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. V.M. Schotanus, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.J.M. van Hees, griffier, op 11 april 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.