Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-04-02
ECLI:NL:RBZWB:2024:2198
Strafrecht
Raadkamer
1,674 tokens
Dictum
[klager] ,
geboren op [geboortedag] 1998,
woonplaats kiezend op het kantoor van mr. T. Roggenkamp, advocaat te Roosendaal (Molenstraat 10, 4701 JS Roosendaal),
hierna te noemen: de klager, tevens beslagene.
Procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:
de kennisgeving van inbeslagname op grond van artikel 94 van het Wetboek van Strafvordering (hierna te noemen: Sv), waaruit blijkt dat op 10 november 2023 onder klager in het strafvorderlijk onderzoek tegen hem in beslag zijn genomen: 2 mobiele telefoons waaronder een Iphone 13 en een zwarte Samsung;
het klaagschrift, ingediend op 10 november 2023 ter griffie van deze rechtbank ingevolge artikel 552a Sv;
de schriftelijke reactie van het Openbaar Ministerie;
de overige stukken uit het bijbehorende raadkamerdossier met voornoemd raadkamernummer.
Het klaagschrift is behandeld in raadkamer op 20 maart 2024. Gehoord zijn de officier van justitie mr. J.A. Castelijn, en mr. T. Roggenkamp als gemachtigd raadsman van klager.
Klager is behoorlijk opgeroepen, maar niet bij de behandeling van het klaagschrift verschenen.
Het klaagschrift strekt tot opheffing van het gelegde beslag met last tot teruggave aan de klager. Daartoe is aangevoerd dat klager eigenaar is van de onder hem inbeslaggenomen telefoons en dat hij de telefoons nodig om zijn privézaken te regelen.
De raadsman heeft in raadkamer aangevoerd dat het klaagschrift enkel nog ziet op de onder klager inbeslaggenomen Iphone 13. Klager wenst teruggave van deze telefoon, omdat er belangrijke zaken in staan. Inmiddels zijn er al een paar maanden na de inbeslagneming verstreken en had de telefoon al lang onderzocht kunnen worden, te meer omdat deze niet middels een code is vergrendeld en de onder klager inbeslaggenomen zwarte Samsung ook al is uitgelezen en teruggeven wordt aan klager. Volgens klager is er dan ook geen enkele reden om het beslag op de telefoon nog langer te laten voortduren. Hij acht het ook hoogst onwaarschijnlijk dat de telefoon later verbeurdverklaard zal worden.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat er nog wel een belang van strafvordering is dat voortduring van het beslag rechtvaardigt. Uit het dossier maakt de officier van justitie op dat de telefoon inmiddels is uitgelezen en dat er belastende drugsgerelateerde informatie op is aangetroffen. Deze omstandigheid leidt tot een nieuwe verdenking die maakt dat de officier het niet hoogst onwaarschijnlijk acht dat de telefoon later verbeurdverklaard zal worden. Hij verzoekt het klaagschrift dan ook ongegrond te verklaren.
Beoordeling
De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het klaagschrift.
Het klaagschrift is tijdig ingediend en klager is ontvankelijk in het klaagschrift.
Bij de beoordeling stelt de rechtbank voorop dat het onderzoek in raadkamer naar aanleiding van een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a Sv een summier karakter draagt. Dat betekent dat van de rechter niet kan worden gevergd ten gronde in de mogelijke uitkomst van een nog te voeren hoofdzaak of ontnemingsprocedure te treden.
De rechtbank stelt naar aanleiding van hetgeen door de raadsman in raadkamer is aangevoerd vast dat het klaagschrift enkel nog ziet op de inbeslaggenomen Iphone 13.
De rechtbank overweegt over het klaagschrift tegen het strafvorderlijk beslag dat is gelegd op grond van artikel 94 Sv als volgt.
Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad sinds HR 28 september 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL2823, NJ 2010/654, r.o. 2.8 en 2.9, dient de rechter, in geval van een klaagschrift tegen een op grond van artikel 94 Sv gelegd beslag:
a. te beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert, en zo neen,
b. de teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp te gelasten aan de beslagene, tenzij een ander redelijkerwijs als rechthebbende ten aanzien van dat voorwerp moet worden beschouwd.
In dit laatste geval moet het klaagschrift van de beslagene ongegrond worden verklaard en kan, mits de hiervoor bedoelde ander zelf een klaagschrift heeft ingediend, de teruggave aan die rechthebbende worden gelast.
Het belang van strafvordering verzet zich tegen teruggave indien het veiligstellen van de belangen waarvoor artikel 94 Sv de inbeslagneming toelaat, het voortduren van het beslag nodig maakt. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer de desbetreffende voorwerpen kunnen dienen om de waarheid aan de dag te brengen of om wederrechtelijk verkregen voordeel aan te tonen. Voorts verzet het door artikel 94 Sv beschermde belang van strafvordering zich tegen teruggave indien niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer van het voorwerp zal bevelen, al dan niet naar aanleiding van een afzonderlijke vordering daartoe als bedoeld in artikel 36b, eerste lid onder 4o, Sr in verbinding met artikel 552f Sv.
De rechtbank is op basis van de voorhanden zijnde stukken en hetgeen door de officier van justitie in raadkamer naar voren is gebracht van oordeel dat er aanwijzingen zijn dat de inbeslaggenomen Iphone 13 is gebruikt bij het plegen van strafbare feiten. Gelet op die omstandigheid - uitgaande van de stand van zaken ten tijde van de behandeling van onderhavig klaagschrift en met inachtneming van het summiere karakter van de raadkamer - acht de rechtbank het niet hoogst onwaarschijnlijk dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring van de telefoon zal bevelen.
Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het klaagschrift gericht tegen het op grond van artikel 94 Sv gelegde beslag ongegrond verklaren.
Dictum
De rechtbank:
- verklaart het klaagschrift ongegrond.
Deze beslissing is op 2 april 2024 gegeven door mr. E.B. Prenger, rechter, in tegenwoordigheid van mr. S.H.M.R. Chevalier-Verbunt, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 april 2024.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen deze beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na dagtekening van deze beslissing en door de klager binnen veertien dagen na de betekening van deze beslissing beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden te 's-Gravenhage (artikel 552d lid 2 Wetboek van Strafvordering).