Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-03-18
ECLI:NL:RBZWB:2024:2103
Civiel recht
Wraking
1,022 tokens
Procesverloop
Het verloop van deze procedure blijkt onder meer uit:
de processtukken zoals opgenomen in het procesdossier van de hoofdzaak met nummer 10635216 CV EXPL 23-2473,
de aantekeningen van de zitting in de hoofdzaak van 25 januari 2024,
het wrakingsverzoek van 11 maart 2024,
het e-mailbericht van de gewraakte rechter aan de wrakingskamer van 11 maart 2024 waaruit blijkt dat hij niet in de wraking berust.
2Het verzoek
2.1
Het verzoek strekt tot wraking van mr. Sierkstra (hierna: de rechter), optredend als kantonrechter in de bovengenoemde hoofdzaak. Dit verzoek berust op de gronden zoals die door verzoeker uiteen zijn gezet in het wrakingsverzoek van 11 maart 2024.
2.2
De rechter berust niet in het verzoek tot wraking.
3De gronden van het wrakingsverzoek
Verzoeker legt aan het wrakingsverzoek ten grondslag dat de rechter de schijn van partijdigheid heeft gewekt door op de zitting in de hoofdzaak van 25 januari 2024 mee te gaan in het betoog van de wederpartij dat verzoekers aansprakelijkstelling van een informante een bedreiging is. Bovendien heeft de rechter op vragen van verzoeker bevestigd dat de hoofdzaak een bedreiging is vanuit de wederpartij en de rechtbank deel uitmaakt van een criminele organisatie.
Beoordeling
4.1
Op grond van artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan elk van de rechters die een zaak behandelt op verzoek van een partij kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
4.2
Op grond van artikel 37, eerste lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering wordt het wrakingsverzoek gedaan zodra de feiten of omstandigheden aan de verzoeker bekend zijn geworden.
4.3
De wrakingsgronden hebben uitsluitend betrekking op wat zich heeft voorgedaan tijdens de zitting in de hoofdzaak van 25 januari 2024. Het wrakingsverzoek is op 11 maart 2024 gedaan. Dit is ruim zes weken na de zitting in de hoofdzaak. Daarmee kan niet anders worden geconcludeerd dan dat verzoeker niet heeft voldaan aan het onder 4.2 genoemde tijdigheidsvereiste. Weliswaar kan een wrakingsverzoek worden ingediend totdat de rechter in de hoofdzaak uitspraak heeft gedaan, maar dit laat onverlet dat aan het tijdigheidsvereiste moet worden voldaan. Dat is in deze zaak niet het geval. Het wrakingsverzoek is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
4.4
Omdat sprake is van niet-ontvankelijkheid laat de wrakingskamer een mondelinge behandeling van het verzoek achterwege, overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, tweede lid, van het Wrakingsprotocol van de rechtbank Zeeland-West-Brabant (gepubliceerd op www.rechtspraak.nl, ga naar: rechtbank Zeeland-West-Brabant, regels en procedures, wrakingsprotocol).
Dictum
De wrakingskamer:
verklaart het verzoek tot wraking kennelijk niet-ontvankelijk;
bepaalt dat de behandeling van de hoofdzaak met nummer 10635216 CV EXPL 23-2473 zal worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de schorsing wegens de indiening van dit verzoek.
Deze beslissing is genomen op 18 maart 2024 door mr. Peters, rechter en voorzitter, en mr. Hertsig en mr. Römers, rechters, in aanwezigheid van mr. Hamans, griffier. De beslissing wordt openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
voorzitter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.