Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-03-15
ECLI:NL:RBZWB:2024:2073
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
2,017 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/420162 / FA RK 24/1221
Machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling
Beschikking van 15 maart 2024 van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg, naar aanleiding van het door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) ingediende verzoek tot het verlenen van een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling als bedoeld in artikel 37 van de Wet zorg en dwang (Wzd), ten aanzien van:
[cliënt] ,
geboren op [geboortedag] 1933 te [geboorteplaats] ,
wonende [woonadres] ,
thans verblijvende te [accommodatie] in [plaats] ,
hierna te noemen: cliënt,
advocaat: mr. P.M.J.T. Schumans te Middelburg.
Procesverloop
1.1.
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift van 13 maart 2024, ingekomen ter griffie op 13 maart 2024.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- de beschikking van de burgemeester van de gemeente Goes van 13 maart 2024;
- de medische verklaring van 13 maart 2024;
- een episode journaal van 13 maart 2024;
- een machtiging van 5 juli 2022;
- de aanvraag van 13 maart 2024.
1.2
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 15 maart 2024, in de hierboven genoemde accommodatie.
1.3
Tijdens de mondelinge behandeling waren aanwezig en heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:- cliënt, bijgestaan door haar advocaat;
- dhr. [naam 1] , specialist ouderengeneeskunde;
- mw. [naam 2] , dochter van cliënt.
Tevens waren de volgende personen aanwezig, deze zijn echter niet gehoord:
- dhr. [naam 3] , kennis en mantelzorger van cliënt;
- dhr. [naam 4] , verpleegkundige.
2Het verzoek
2.1
Het CIZ verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling van cliënt te verlenen.
3Standpunten
3.1
Cliënt heeft tijdens de mondelinge behandeling aangegeven dat zij naar huis wil. Het gaat goed met cliënt. Ook redt zij zich prima thuis. Cliënt geeft aan dat zij nog alle huishoudelijke taken zelf kan verrichten. Cliënt blijft dan ook in haar huis wonen zolang zij dit nog kan. Verder geeft cliënt aan dat zij zich niet herkent in de zorgen die worden geschetst. Zij ontkent dat zij in de nacht van 11 op 12 maart 2024 verdwaald en onderkoeld op straat is aantroffen door de politie.
3.2
Namens cliënt heeft de advocaat verzocht om het verzoek af te wijzen. Cliënt geeft aan nog alles zelf te kunnen en vindt een opname dan ook niet noodzakelijk.
3.3
De specialist ouderengeneeskunde licht toe dat bij cliënt sprake is van Alzheimer dementie, en niet van Lewylichaampjesziekte waarvan eerder een vermoeden bestond. Cliënt vertoont achterdocht, geheugenstoornissen en dwaalgedrag. Ook is cliënt gedesoriënteerd in tijd en plaats. Dit toestandsbeeld past bij de diagnose Alzheimer dementie. Verder heeft cliënt geen ziekte-inzicht. Cliënt is zorgmijdend en houdt in de thuissituatie alle zorg af. Het is daarom belangrijk dat cliënt in een verpleeginstelling verblijft, waar zij de zorg krijgt die zij nodig heeft. Hier verzet cliënt zich echter tegen. De specialist ouderengeneeskunde merkt verder nog op dat cliënt eventueel bij [accommodatie] in [plaats] kan blijven.
3.4
De dochter van cliënt heeft aangegeven dat er bij cliënt al een geruime tijd sprake is van dwaalgedrag waarbij cliënt ’s nachts gaat wandelen en niet meer de weg terug kan vinden. Verder kan de dochter van cliënt zich vinden in hetgeen door de specialist ouderengeneeskunde tijdens de mondelinge behandeling naar voren is gebracht.
Beoordeling
4.1
Op 13 maart 2024 heeft de burgemeester van de gemeente Goes ten behoeve van de cliënt een last tot inbewaringstelling afgegeven.
4.2
Uit de overgelegde stukken en het behandelde tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel waardoor een rechterlijke machtiging niet kan worden afgewacht. Het ernstig vermoeden bestaat dat het gedrag van cliënt als gevolg van een psychogeriatrische aandoening dit ernstig nadeel veroorzaakt. De specialist ouderengeneeskunde heeft op de mondelinge behandeling toegelicht waarom er in zijn visie sprake is van de psychogeriatrische aandoening Alzheimer dementie in plaats van de in de medische verklaring van 13 maart 2024 genoemde Lewylichaampjesziekte. Dit volgt volgens hem voornamelijk uit de ernstige geheugenproblemen, de oriëntatieproblemen, de woordvindstoornis en de achterdocht die cliënt laat zien. Daarnaast is er bij cliënt geen sprake van ziekte-inzicht. De rechtbank neemt deze bevindingen van de specialist ouderengeneeskunde over en maakt ze tot de hare.
4.3
Het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel is gelegen in levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade, ernstige materiële schade, ernstige verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. Het is de rechtbank gebleken dat er sprake is van dwaalgedrag. Zoals blijkt uit de medische verklaring is cliënt in de nacht van 11 op 12 maart 2024 onderkoeld op straat aangetroffen. Cliënt is de nacht erop wederom door de politie aangetroffen in een verwarde toestand. Cliënt had geen sleutel bij zich en kon niet terug naar haar woning waar pannen op het vuur stonden. Door het dwaalgedrag van cliënt kunnen er gevaarlijke situaties ontstaan.
4.4
Om het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel te voorkomen dan wel af te wenden is
voortzetting van de inbewaringstelling noodzakelijk. Dit middel is ook geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen dan wel af te wenden en er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De rechtbank is van oordeel dat cliënt vanwege het dwaalgedrag niet meer veilig zelfstandig kan wonen. Cliënt heeft 24-uurs zorg, structuur en begeleiding nodig.
4.5
De cliënt verzet zich tegen een voortzetting van haar verblijf in de accommodatie. Cliënt heeft tijdens de mondelinge behandeling verbaal verzet vertoond. Zij heeft meerdere malen aangegeven dat zij naar huis wil.
4.6
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat is voldaan aan de criteria voor een voortzetting van de inbewaringstelling. De machtiging zal worden verleend voor de (verzochte) duur van zes weken.
Dictum
De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling ten aanzien van [cliënt] , geboren op [geboortedag] 1933 te [geboorteplaats] ;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 26 april 2024.
Deze beschikking is mondeling gegeven door mr. Borm, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 15 maart 2024 in tegenwoordigheid van mr. Verplanke, griffier, en op 29 maart 2024 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.