Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-02-19
ECLI:NL:RBZWB:2024:1767
Strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,330 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer : 10825898 \ MB VERZ 23-653
CJIB-nummer : 1062 5422 5519 7117
uitspraakdatum : 19 februari 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
Procesverloop
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 19 februari 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: voor het motorrijtuig met een toegestane maximummassa van 3500 kg of minder heeft het keuringsbewijs geldigheid verloren, geconstateerd door het RDW Veendam, op 18 januari 2023.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Betrokkene stelt dat zijn auto (waar hij weinig gebruik van maakt) op het moment van de gedraging bij de garage was om te worden gekeurd. Betrokkene had verzocht om alle kunststof bestanddelen te demonteren en schoon te maken. Het was druk waardoor de keuring langer duurde dan normaal. Betrokkene heeft de auto op 8 november 2022 naar de garage gebracht en pas op 5 april 2023 weer opgehaald. Betrokkene begrijpt dat de kentekenhouder verantwoordelijk is voor een tijdige keuring, maar doet een beroep op de omstandigheden.
Ter zitting heeft betrokkene hieraan toegevoegd dat hij niet in de veronderstelling was dat hij een boete kon krijgen aangezien de auto wel bij de garage aanwezig was. Ook de garagehouder en andere mensen die betrokkene hiernaar heeft gevraagd waren hier niet van op de hoogte. Betrokkene wilde zijn Maserati opknappen, aangezien deze wat ouder was en niet meer kon rijden.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Het is gebleken dat op 17 november 2022, de vervaldatum, problemen waren met onderdelen die noodzakelijk waren om een geldig keuringsbewijs te verschaffen. Het uitgangspunt is dat de kentekenhouder verantwoordelijk is voor de keuring van zijn voertuig en alle verplichtingen die erbij komen kijken. Ook het op tijd regelen van een geldig keuringsbewijs of een schorsing horen bij de verplichten van een kentekenhouder. De boete is pas in januari opgelegd. Dat betekent dat betrokkene nog de mogelijkheid heeft gehad om het voertuig na vervaldatum te schorsen.
Overwegingen
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de constatering van het RDW - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Alle auto’s krijgen een Apk-keuring, ook oudere auto’s.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de gedraging. De kantonrechter is van oordeel dat het coulant is dat betrokkene nog twee maanden de tijd heeft gehad om de auto de schorsen. Ook gaf betrokkene aan een oudere auto te hebben gekocht, maar zeker met een oudere moet de kentekenhouder ervan op de hoogte zijn dat deze geschorst dient te worden of een geldig keuringsbewijs nodig heeft. De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen. De kantonrechter is van oordeel dat de meeste garagehouders en mensen met oude auto’s wel op de hoogte zijn dat een auto geschorst moet zijn of een geldig keuringsbewijs dient te hebben. Een keuring is namelijk elk jaar.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Dictum
De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.E.I. Beudeker, kantonrechter, bijgestaan door de griffier X.L.C.M. van Sprundel, en in het openbaar uitgesproken op 19 februari 2024.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, Postbus 90008, 4800 PA Breda. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.