Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-02-19
ECLI:NL:RBZWB:2024:1760
Strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,462 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer : 10825976 \ MB VERZ 23-658
CJIB-nummer : 9062 5422 5557 0837
uitspraakdatum : 19 februari 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : mr. R. Bellaj (advocatenkantoor Govers)
Procesverloop
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 19 februari 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: doorgaan bij een driekleurig verkeerslicht (stoplicht) dat op rood staat op de Teteringenstraat te Breda op 4 februari 2023 om 03:44 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden en het boetebedrag te hoog is, gelet op de financiële situatie van betrokkene. Betrokkene stelt geen werk en inkomen te hebben, omdat zijn werkbus in beslag is genomen waardoor hij zijn beroep niet kan uitoefenen. Op 21 april 2024 deelt betrokkene mee dat de rechtbank heeft besloten dat hij zijn werkbus terugkrijgt, maar nog geen specifieke datum.
Ter zitting heeft gemachtigde hieraan toegevoegd dat betrokkene afgelopen tijd al veel is bestraft en beboet. Gemachtigde voert aan dat de weg waar betrokkene de gedraging heeft begaan een groene golf is. Betrokkene heeft in plaats daarvan drie keer een rood licht gehad, waardoor het een samenloop betreft dat betrokkene hier drie keer voor is beboet. Op dit moment zou betrokkene de boetes financieel gezien wel kunnen betalen, maar dan in termijnen.
De zittingsvertegenwoordiger heeft primair verzocht de zaak aan te houden om betrokkene nogmaals de mogelijkheid te geven om zekerheid te stellen of aanvullende stukken te sturen om zijn draagkrachtverweer te onderbouwen. Betrokkene geeft namelijk aan dat hij zonder werk en inkomen zat ten tijde van de gedraging, maar geeft geen duidelijk beeld van zijn financiële situatie. Indien de kantonrechter de zekerheid op nihil stelt, verzoekt de zittingsvertegenwoordiger het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. De boetes zijn terecht opgelegd. De gedraging is drie keer bij een ander kruispunt begaan, waardoor betrokkene drie keer opnieuw de kans heeft gekregen om te stoppen voor het rode licht.
Overwegingen
Zekerheidstelling
Op grond van artikel 11 Wahv moet de indiener van een beroepschrift eerst een bedrag aan zekerheidstelling betalen voordat het beroep in behandeling kan worden genomen. Betrokkene heeft deze zekerheidstelling van € 259,- niet betaald.
Betrokkene heeft aangevoerd de zekerheid niet te kunnen betalen. De kantonrechter geeft betrokkene op dit punt het voordeel van de twijfel aangezien hij zijn draagkrachtverweer niet voldoende heeft onderbouwt met relevante stukken, maar anderzijds ziet de kantonrechter geen meerwaarde om de zaak aan te houden. De te betalen zekerheid wordt daarom op nihil gesteld.
Inhoudelijk
De kantonrechter zal het beroep tegen de boete vervolgens inhoudelijk beoordelen.
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Daarbij ontkent betrokkene de gedraging ook niet.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant.
De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen. Betrokkene is langs drie kruispunten gereden, waarbij hij drie keer door rood is gereden. De kantonrechter oordeelt dat betrokkene drie keer de mogelijkheid heeft gehad om te stoppen voor het rode licht. Daarbij kan betrokkene op dit moment weer zijn werkzaamheden uitvoeren.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Dictum
De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.E.I. Beudeker, kantonrechter, bijgestaan door de griffier X.L.C.M. van Sprundel, en in het openbaar uitgesproken op 19 februari 2024.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, Postbus 90008, 4800 PA Breda. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.