Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-02-12
ECLI:NL:RBZWB:2024:1738
Strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
978 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer : 10783756 \ MB VERZ 23-595
CJIB-nummer : 1062 5422 5433 5150
uitspraakdatum : 12 februari 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene] SL
adres : [adres]
woonplaats : [plaats]
hierna: betrokkene
Procesverloop
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 12 februari 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: 4 km per uur harder rijden dan mag binnen de bebouwde kom op 1 december 2022 om 16:27 uur op de Westerparklaan kruising Weerschijnvlinder in Breda
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat het voertuig ten tijde van de gedraging was verhuurd. Ter onderbouwing heeft betrokkene de huurovereenkomst meegezonden.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Het dossier bevat geen huurovereenkomst. Hierdoor kan geen aanspraak worden gemaakt op artikel 8 van de Wahv.
Overwegingen
Op grond van artikel 5 Wahv wordt, als niet direct kan worden vastgesteld wie de bestuurder is, de boete opgelegd aan de kentekenhouder. Ingevolge artikel 8 Wahv is dat alleen anders indien de kentekenhouder
( a) niet heeft kunnen voorkomen dat een ander van het voertuig gebruik heeft gemaakt of
( b) een schriftelijke bedrijfsmatig aangegane huurovereenkomst van ten hoogste drie maanden met betrekking tot het voertuig overlegt of
( c) ten tijde van de gedraging niet meer de eigenaar van het voertuig was.
Op grond van artikel 5 van de Wahv is de boete opgelegd aan de betrokkene - [betrokkene] SL - in de hoedanigheid van kentekenhouder.
Betrokkene stelt dat het voertuig was verhuurd ten tijde van de gedraging. De kantonrechter begrijpt dat betrokkene hiermee een beroep doet op de uitzondering onder b (bedrijfsmatige verhuur). De betrokkene heeft een huurovereenkomst overgelegd waaruit blijkt dat het voertuig vanaf 2 oktober 2022 was verhuurd aan Lux Link Transportes S.L. voor de duur van 1 jaar, met de mogelijkheid van verlenging.
Uit de overgelegde huurovereenkomst blijkt dat het voertuig was verhuurd, maar er wordt niet voldaan aan de voorwaarden van artikel 8, onder b, van de Wahv. Dit dient een huurovereenkomst voor ten hoogste drie maanden te zijn. Daarvan is geen sprake, nu uit de huurovereenkomst blijkt dat het voertuig door de kentekenhouder ( [betrokkene] SL) voor meer dan drie maanden is verhuurd, namelijk voor 1 jaar.
De boete is dus terecht aan betrokkene als kentekenhouder opgelegd.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Dictum
De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, kantonrechter, bijgestaan door de griffier mr. C.A. Lequin, en in het openbaar uitgesproken op 12 februari 2024.
De griffier is niet in de gelegenheid deze uitspraak mede te ondertekenen.
Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: