Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-02-12
ECLI:NL:RBZWB:2024:1723
Strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,479 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer.: 10793063 \ MB VERZ 23-613
CJIB-nummer: 8062 5422 4607 3850
uitspraakdatum: 12 februari 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
Procesverloop
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 12 februari 2024 Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: handelen in strijd met een geslotenverklaring voor alle motorvoertuigen bord C12 op 26 november 2021 om 17:40 uur op de Houtmarkt te Breda.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Primair geeft betrokkene aan niet de intentie te hebben gehad om het bord met opzet te negeren. Vanwege de weersomstandigheden heeft betrokkene het bord over het hoofd gezien. Na het zien van het herhalingsbord is betrokkene meteen omgekeerd. Bovendien zou betrokkene slechts 5 meter na het bord zijn omgedraaid, wat volgens betrokkene onderstreept dat hij niet de intentie had om de overtreding te begaan. Verder geeft betrokkene aan dat hij het herhalingsbord niet is gepasseerd en er hierdoor op mocht vertrouwen dat hij het omdraaien tijdig heeft uitgevoerd. Ook geeft betrokkene aan dat hij geen onveilige situatie heeft gecreëerd. Subsidiair verzoekt betrokkene rekening te houden met zijn persoonlijke omstandigheden. Betrokkene is aan het sparen voor zijn master en het betalen van het boetebedrag raakt hem ontzettend in zijn portemonnee.
Op zitting heeft betrokkene geen aanvulling gegeven op het eerder ingediende beroepschrift.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Volgens de jurisprudentie van het hof Arnhem-Leeuwarden is keren geen reden om de boete niet op te leggen. Bovendien werd de geslotenverklaring op meerdere momenten aangekondigd. Hierdoor is het voor betrokkene, of overige weggebruikers, voldoende duidelijk dat er een geslotenverklaring zal volgen en zou er bovendien tijdig kunnen worden gekeerd. De boete is dan ook terecht opgelegd. Onderhavige boete betreft echter een oude zaak. De redelijke termijn is overschreden, waardoor de boete moet worden gematigd met 25%. Daarnaast is betrokkene niet gehoord door de officier van justitie en is er sprake van een schending van de hoorplicht. Ook op grond hiervan dient de boete te worden gematigd. Het beroep is inhoudelijke ongegrond, maar gelet op de schending van de hoorplicht en het overtreden van de redelijke termijn verzoekt de zittingsvertegenwoordiger de boete te matigen met 50%.
Overwegingen
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Betrokkenen heeft de gedraging ook erkend. Betrokkene heeft aangegeven geen opzet te hebben gehad op het begaan van de gedraging en de sanctie hierdoor niet rechtmatig zou zijn. Voor het opleggen van deze sanctie is opzet echter niet van belang. De boete is dus terecht opgelegd.
Gelet op de aangevoerde omstandigheden waaronder de gedraging is begaan, ziet de kantonrechter wel aanleiding om de boete te matigen. Daarbij sluit de kantonrechter aan bij de door de zittingsvertegenwoordiger - om andere redenen - verzochte matiging. De boete zal worden gematigd tot € 50,-.
Het beroep is gelet op de matiging gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Dictum
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de boete wordt gematigd tot € 50,-, plus € 9,- administratiekosten;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 50,-, dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.H. de Brouwer, kantonrechter, bijgestaan door de griffier mr. C.A. Lequin, en in het openbaar uitgesproken op 12 februari 2024.
De griffier is niet in de gelegenheid deze uitspraak mede te ondertekenen.
Als u het niet eens bent met deze beslissing , dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, postbus 90008, 4800 PA Breda Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.