Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-03-05
ECLI:NL:RBZWB:2024:1582
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
1,419 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/419056 / JE RK 24-243
Datum uitspraak: 5 maart 2024
Beschikking ambtshalve verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
STICHTING JEUGDBESCHERMING WEST ZEELAND, gevestigd te Middelburg,
hierna te noemen: de Gecertificeerde Instelling (de GI),
betreffende
[minderjarige]
, geboren op [geboortedag] 2014 te [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder]
,
hierna te noemen: de moeder,
wonende te [woonplaats] ,
advocaat: mr. R.V. Paniagua te Rotterdam,
[de vader]
,
hierna te noemen: de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
1Het verloop van de procedure
1.1.
De kinderrechter neemt het volgende stuk mee in haar beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen van de GI, binnengekomen bij de rechtbank op 12 februari 2024.
Feiten
2.1.
Het ouderlijk gezag over [minderjarige] wordt uitgeoefend door de vader en de moeder.
2.2.
[minderjarige] woont bij de vader.
2.3.
Bij beschikking van 12 maart 2020 is (onder meer) [minderjarige] onder toezicht gesteld. Deze maatregel is daarna steeds verlengd, voor het laatst tot 12 maart 2024.
3Het verzoek
3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van twaalf maanden, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
Beoordeling
4.1.
Op grond van artikel 1:260 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de kinderrechter, mits aan de grond als bedoeld in artikel 1:255 lid 1 BW is voldaan, de duur van de ondertoezichtstelling telkens verlengen met ten hoogste een jaar.
4.2.
De kinderrechter overweegt als volgt. Vanwege een ongelukkige samenloop van omstandigheden binnen de rechtbank in combinatie met het zittingsrooster is het niet meer mogelijk gebleken om het verzoek van de GI tot verlenging van de ondertoezichtstelling van de [minderjarige] tijdig voorafgaand aan de afloopdatum van de huidige ondertoezichtstelling mondeling te behandelen en de belanghebbenden te horen op het verzoek. De kinderrechter zal de ondertoezichtstelling van [minderjarige] daarom ter overbrugging ambtshalve verlengen voor de duur van vier weken, te weten met ingang van 12 maart 2024 en tot 12 april 2024. De behandeling van het resterende deel van het verzoek zal worden aangehouden tot de hierna te noemen mondelinge behandeling. Vooralsnog lijkt aan de gronden voor een verlenging van de maatregel te zijn voldaan.
4.3.
De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht door de GI. Dat betekent dat de beslissing alvast moet worden gevolgd, ook als er hoger beroep wordt ingesteld tegen deze beslissing.
4.4.
Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.
Dictum
De kinderrechter:
5.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 12 april 2024;
5.2.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.3.
houdt het resterende deel van het verzoek aan tot de mondelinge behandeling van [datum] 2024 om [uur], bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg, Kousteensedijk 2, 4331 JE. Het verzoek zal mondeling worden behandeld door mr. Duinhof, kinderrechter, en de behandeling van het verzoek zal ongeveer 45 minuten duren;
5.4.
bepaalt dat een afschrift van deze beschikking geldt als oproeping voor die mondelinge behandeling voor (de advocaat van) de moeder, de vader en de GI;
5.5.
behoudt zich iedere verdere beslissing voor.
Deze beschikking is gegeven door mr. Zuijdweg, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 5 maart 2024, in aanwezigheid van mr. De Haas als griffier.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.