Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-03-05
ECLI:NL:RBZWB:2024:1364
Strafrecht
Op tegenspraak
854 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
Parketnummer: 02-259902-22 (ontneming)
vonnis van de rechtbank d.d. 5 maart 2024
in de ontnemingszaak tegen
[betrokkene]
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1964
wonende te [woonadres]
raadsvrouw mr. D.J. Troost, advocaat te Rotterdam
Procesverloop
Betrokkene is op 5 maart 2024 door de rechtbank Zeeland-West-Brabant veroordeeld voor onder meer het witwassen van een geldbedrag van € 12.905,- tot de in die uitspraak vermelde straf.
De officieren van justitie hebben ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel ter hoogte van € 12.905,- gevorderd.
De vordering is inhoudelijk behandeld op de zitting van 30 oktober 2023 en 6 en 7 november 2023, waarbij de officieren van justitie, mr. E.H. Smale en mr. S. Massier, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. Het onderzoek is gesloten op 5 maart 2024.
2Het standpunt van de officieren van justitie
De officieren van justitie stellen zich op het standpunt dat betrokkene het geldbedrag op niet legale wijze heeft verkregen. Hij heeft daarmee een voordeel behaald ter hoogte van
€ 12.905,-. De betalingsverplichting dient hoofdelijk aan betrokkene en zijn partner opgelegd te worden.
3Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft primair bepleit dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de ontnemingsvordering, omdat er vrijspraak moet volgen in de hoofdzaak.
Subsidiair heeft de verdediging verzocht de betalingsverplichting van betrokkene te halveren. Zo kan het wederrechtelijk verkregen voordeel worden verdeeld over betrokkene en zijn partner, [naam] .
Beoordeling
Het doel van een ontnemingsmaatregel is het ontnemen van crimineel vermogen zodat kortgezegd criminaliteit niet loont. Door crimineel vermogen af te pakken wordt de financiële situatie van betrokkene weer teruggebracht in de stand voordat het criminele vermogen werd verdiend.
De rechtbank stelt vast dat het te ontnemen bedrag ter hoogte van € 12.905,- is gebaseerd op het in de woning van betrokkene en [naam] in een doosje op zolder aangetroffen geldbedrag. Dit geldbedrag is onder [naam] in beslag genomen. De rechtbank heeft in de hoofdzaak van [naam] met parketnummer 02-255048-22 dit geldbedrag verbeurd verklaard.
Door de verbeurdverklaring van het geldbedrag is het doel van de ontnemingsmaatregel al behaald. Wanneer de rechtbank hiernaast het bedrag nog eens zou ontnemen bij betrokkene, zou de financiële situatie van betrokkene slechter zijn dan de uitgangssituatie. Dat is niet de bedoeling. Gelet daarop wijst de rechtbank de vordering van de officieren van justitie af.
Dictum
De rechtbank:
- wijst de vordering van de officieren van justitie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel af.
Dit vonnis is gewezen door mr. G.M.J. Kok, voorzitter, mr. M.H.M. Collombon en
mr. A.L. Hoekstra, rechters, in tegenwoordigheid van de griffiers mr. J. van Eekelen en
mr. C.J.M. van de Vrede en is uitgesproken ter openbare zitting op 5 maart 2024.