Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-01-25
ECLI:NL:RBZWB:2024:1223
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,233 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 23/10585
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 januari 2024 in de zaak tussen
Actief Werkt! Techniek B.V., uit Breda, verzoekster,
(gemachtigde: [gemachtigde] ),
en
De Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (het UWV), verweerder.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van verzoekster tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag.
1.1.
Op 21 april 2022 heeft verzoekster een verzoek gedaan tot herbeoordeling van een
(ex-)werknemer in het kader van een uitkering ingevolge de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.
1.2.
Op 23 juni 2022 heeft verzoekster bij het UWV een ingebrekestelling ingediend vanwege het niet tijdig beslissen op deze aanvraag.
1.3.
Bij besluit van 30 augustus 2022 heeft het UWV een dwangsom van € 1.442,- aan verzoekster toegekend vanwege het niet tijdig beslissen op haar aanvraag.
1.4.
Verzoekster heeft bij brief van 27 oktober 2023 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door het UWV op haar verzoek tot herbeoordeling.
1.5.
Op 22 november 2023 heeft het UWV alsnog een beslissing genomen over het verzoek van verzoekster.
1.6.
Naar aanleiding hiervan heeft verzoekster het beroep ingetrokken met daarbij het verzoek het UWV te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
1.7.
De rechtbank heeft het UWV in de gelegenheid gesteld te reageren op dat verzoek. Het UWV heeft de rechtbank meegedeeld zich niet te zullen verzetten tegen een veroordeling tot vergoeding van proceskosten.
Beoordeling
2. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.
2.1.
De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
2.2.
Gelet op de gedingstukken en het hiervoor weergegeven procesverloop is het UWV tegemoet gekomen aan het beroep van verzoekster.
2.3.
Het verzoek wordt als kennelijk gegrond toegewezen. De rechtbank veroordeelt het UWV in de door verzoekster gemaakte proceskosten. Daarbij merkt de rechtbank het gewicht van de onderhavige zaak aan als licht, gelet op de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep (de Raad), waarin is overwogen dat geschillen met betrekking tot het uitblijven van een besluit als licht moeten worden beschouwd. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 437,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 875,- met een wegingsfactor 0,5).
2.4.
De rechtbank wijst erop dat het UWV op grond van artikel 8:41, zevende lid, van de Awb verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht van € 365,- te vergoeden. Verzoekster zal zich hiervoor dan ook tot moeten wenden.
Dictum
De rechtbank veroordeelt het UWV in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 437,50.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.J.M. de Weert, rechter, in aanwezigheid van C.M.A. Groenendaal, griffier, op 25 januari 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
Bijvoorbeeld de uitspraak van de Raad van 22 december 2000, ECLI:NL:CRVB:2000:ZB9180.