Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-01-17
ECLI:NL:RBZWB:2024:1160
Strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,174 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
zaaknummer : 10708089 \ MB VERZ 23-347
CJIB-nummer : 3062 5422 5193 3576
uitspraakdatum : 17 januari 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [postcode] [plaats]
hierna: betrokkene
Procesverloop
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 17 januari 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mr. C. de Meer (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden op de President Rooseveltlaan (t.h.v. [huisnummer] ) te Vlissingen op 25 augustus 2022 om 10:57 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Betrokkene stond stil tijdens de controle en reed niet met zijn mobiele telefoon in zijn handen. Betrokkene wil graag bewijs zien, want dit klopt niet. Betrokkene’s motor stond uit en betrokkene stond stil omdat hij in gesprek was met de verbalisant. Betrokkene heeft geen overtreding gemaakt en vindt dit besluit oneerlijk.
Ter zitting heeft betrokkene hieraan toegevoegd dat hij onderweg was naar een zaak in Vlissingen. Onderweg moest hij tanken bij de Shell en toen reed betrokkene richting de Rooseveltlaan waar hij voor een controle apart werd gehouden. Betrokkene had toen het voertuig uit gezet. Tijdens de controle werd betrokkene gebeld, waardoor betrokkene om toestemming vroeg aan de verbalisant om op te nemen. Dit mocht en betrokkene gaf aan de beller aan dat hij met de politie bezig was en later terug zou bellen. Na de controle mocht betrokkene door en een week later had betrokkene ineens een boete. Dat is volgens betrokkene opmerkelijk, aangezien hij toestemming had. Toen betrokkene zijn weg vervolgde had hij geen mobiel elektronisch apparaat vastgehouden.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Het verweer van betrokkene staat tegenover de verklaring van de verbalisant. Betrokkene geeft aan dat hij stilstond en werd staandegehouden. Er is door de officier van justitie geen navraag gedaan bij de verbalisant en ook niet bij de fase bij de kantonrechter. Om die reden ziet de zittingsvertegenwoordiger aanleiding om te twijfelen of het verkeerde kenteken is genoteerd. Mogelijk werd de gedraging bij een ander voertuig geconstateerd en is per ongeluk het verkeerde kenteken gebruikt. Om die reden is de zittingsvertegenwoordiger van mening betrokkene het voordeel van de twijfel dient te krijgen.
Overwegingen
De kantonrechter is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Daarbij zijn de door betrokkene ter zitting aangevoerde omstandigheden van belang. De kantonrechter acht aannemelijk dat er in de hectiek van de controle mogelijk een verkeerd kenteken is opgeschreven. Betrokkene krijgt het voordeel van de twijfel.
Dit betekent dat de boete ten onrechte is opgelegd.
Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Dictum
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 359,- dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 17 januari 2024.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: