Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-01-26
ECLI:NL:RBZWB:2024:1137
Strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,742 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Tilburg
zaaknummer.: 10762520 \ MB VERZ 23-1106
CJIB-nummer: 5062 5422 5019 3907
uitspraakdatum: 26 januari 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [postcode] [plaats]
hierna: betrokkene
Procesverloop
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 26 januari 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: geen voorrang verlenen aan bestuurders op de kruisende weg (voorrangsweg, bord B6) op de Baden Powellaan te Tilburg op 14 juni 2022 om 12:47 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Betrokkene was met de bus en de helft van de bus was al op de andere weghelft. Voor zijn eigen veiligheid en die van de andere bestuurders moest betrokkene wel doorrijden.
Ter zitting heeft betrokkene hieraan toegevoegd dat hij de zekerheid niet kan betalen, aangezien hij een Wajong-uitkering ontvangt en nog een openstaande belastingschuld heeft. Ten aanzien van de gedraging heeft betrokkene aangegeven dat hij toen in een Mercedes-Benz Sprinter reed, wat een erg lang voertuig betreft. Betrokkene stond op een kruispunt en moest links afslaan, maar door verkeer vanuit beide richtingen was dat niet mogelijk. Om die reden moest betrokkene een afweging maken of hij gas bij ging geven. Als betrokkene stopte, dan was er een grote kans op een verkeersongeval, aangezien betrokkene zich al op een weghelft bevond. Daarom koos betrokkene voor de veiligste optie.
De zittingsvertegenwoordiger heeft aangevoerd dat de boete terecht is opgelegd en dat de gedraging vast staat. Ten aanzien van het draagkrachtverweer was de zittingsvertegenwoordiger van mening dat betrokkene dit ter zitting voldoende heeft onderbouwd zodat de zekerheid op nihil kan worden gesteld. Wat betreft de gedraging komt het ter zitting aangevoerde verweer overeen met de verklaring van de verbalisant. De zittingsvertegenwoordiger is van mening dat betrokkene van tevoren moest kijken of beide richtingen vrij waren en of betrokkene in een keer door kon rijden. Juist in zo’n lang voertuig is het extra belangrijk om bewust te zijn van naderende verkeersdeelnemers. Voorts stelt de zittingsvertegenwoordiger dat de hoorplicht in de fase van administratief beroep is geschonden. Betrokkene had toen het recht om gehoord te worden, maar betrokkene is hier niet op gewezen. Gelet op deze schending van de hoorplicht is de zittingsvertegenwoordiger van mening dat de sanctie met 25% gematigd dient te worden.
Overwegingen
Op grond van artikel 11 Wahv moet de indiener van een beroepschrift eerst een bedrag aan zekerheidstelling betalen voordat het beroep in behandeling kan worden genomen. Betrokkene heeft deze minimale zekerheidstelling van € 234,- niet betaald.
Betrokkene heeft aangevoerd de zekerheid niet te kunnen betalen. De kantonrechter is van oordeel dat betrokkene dit voldoende aannemelijk heeft gemaakt. De te betalen zekerheid wordt daarom op nihil gesteld.
De kantonrechter zal het beroep tegen de boete vervolgens inhoudelijk beoordelen
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. De kantonrechter is van oordeel dat betrokkene ten tijde van de gedraging een verkeerde beslissing heeft genomen. Betrokkene diende alvorens het kruispunt over te steken zich ervan te vergewissen of de zijwegen vrij waren. Dat betrokkene dit heeft nagelaten dient voor eigen rekening en risico te komen.
De boete is dus terecht opgelegd.
Betrokkene heeft, zonder tussenkomst van een gemachtigde, beroep aangetekend bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft betrokkene niet in de gelegenheid gesteld om te worden gehoord. Dit is in strijd met de wet, omdat niet is voldaan aan de wettelijke voorwaarden om van horen af te zien. Volgens vaste rechtspraak dient dit te leiden tot vernietiging van de beslissing van de officier van justitie op het administratief beroep.
De kantonrechter ziet verder net als de officier van justitie reden de boete te matigen met 25%, omdat sprake is van een structurele schending van de hoorplicht (zie het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, ECLI:NL:GHARL:2022:9934).
Het beroep is gelet hierop gedeeltelijk gegrond en de inleidende beschikking zal worden gewijzigd.
Dictum
De kantonrechter:
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie op het administratief beroep gegrond en vernietigt die beslissing;
verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gedeeltelijk gegrond en wijzigt de inleidende beschikking in zoverre dat het bedrag van de boete wordt gewijzigd in
€ 187,50,-, plus € 9,- administratiekosten.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.W.M. Speekenbrink, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 26 januari 2024.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, postbus 90008, 4800 PA Breda. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.