Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2023-11-21
ECLI:NL:RBZWB:2023:9485
Strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,156 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Tilburg
zaaknummer : 10390136 \ MB VERZ 23-360
CJIB-nummer : 4062 5422 4807 3688
uitspraakdatum : 21 november 2023
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [postcode] [plaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : [gemachtigde] (Zaakrecht)
Procesverloop
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is eerder behandeld op de zitting van 13 juli 2023. De kantonrechter heeft de zaak toen aangehouden om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen een aanvullend proces-verbaal over te leggen. De zaak is vervolgens behandeld op de zitting van 21 november 2023. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde en betrokkene zijn niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: als bestuurder handelen in strijd met een geslotenverklaring in beide richtingen op de Vlashoflaan te Tilburg op 25 februari 2022 om 15:37 uur.
Namens betrokkene heeft de gemachtigde in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat er geen staandehouding heeft plaatsgevonden. De verbalisanten reden in een dienstvoertuig. Staandehouding is het uitgangspunt. Daarnaast stelt de gemachtigde dat er geen hoorzitting heeft plaatsgevonden. Dit levert een ernstige en structurele schending op die noopt tot matiging met 25%.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. De verbalisant heeft nagelaten om toe te lichten waarom er geen reële mogelijkheid tot staandehouding bestond. Daarnaast is er ook geen aanvullend proces-verbaal aangeleverd.
Overwegingen
De kantonrechter heeft op de eerste zitting de zaak aangehouden om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen een aanvullend proces-verbaal over te leggen waarin de verbalisant een toelichting geeft op de vraag of er een reële mogelijkheid bestond om de bestuurder van het voertuig staande te houden door bijvoorbeeld zo spoedig mogelijk te keren, aan te geven wat zijn positie ten opzichte van het voertuig van betrokkene was en daarbij bovendien ingaat op het verweer van gemachtigde.
Van deze gelegenheid heeft de officier van justitie geen gebruik gemaakt. Gelet hierop bestaat er naar het oordeel van de kantonrechter, gezien de door betrokkene aangevoerde feiten en omstandigheden, onvoldoende grond om ervan uit te gaan dat de verweten gedraging is verricht. Dit betekent dat het beroep gegrond moet worden verklaard en de bestreden beslissing moet worden vernietigd.
Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Ook zal de kantonrechter een proceskostenvergoeding toekennen, die als volgt is berekend:
administratief beroepschrift: 1 punt x gewicht 0,5 x € 597,- = € 298,50
beroepschrift kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,5 x € 837,- = € 418,50
totaal € 717,00
Dictum
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 109,- dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen;
‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene van € 717,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.J.L. Schakenraad, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 21 november 2023.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: