Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2023-11-07
ECLI:NL:RBZWB:2023:9361
Strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,276 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Tilburg
zaaknummer.: 10589977 \ MB VERZ 23-855
CJIB-nummer: 5062 5422 4962 3201
uitspraakdatum: 7 november 2023
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [postcode] [plaats]
hierna: betrokkene
Procesverloop
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 7 november 2023. Namens de officier van justitie is verschenen mr. E.M. Morsink (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: doorrijden bij een driekleurig verkeerslicht (stoplicht) dat op rood staat op de Burg Letschertweg te Tilburg op 18 mei 2022 om 15:06 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Op de betreffende kruising met vier rijstroken was er een ongeval gebeurd. De twee rijstroken voor rechtdoor waren afgezet, wat betrokkene kon opmaken uit dat het verkeer voorsorteerde op de rijstroken voor links- en rechtsaf. Ook was de nieuwe situatie onduidelijk, aangezien er geen (matrix)bord(en), pijlwagens of ambtenaren waren die duidelijke aanwijzingen ter plaatse gaven. Betrokkene is van mening dat tenminste een van de twee ambtenaren zich had kunnen ontfermen over de ontstane verkeerssituatie en daarmee de verwarring bij de bestuurders had kunnen ontkomen. De omstandigheden maakte het voor betrokkene onmogelijk om in te schatten wat er van betrokkene werd verwacht, waardoor betrokkene via de rijstrook voor linksaf door het groene licht rechtdoor reed. Dit was een zowel logische als veilige keuze vanwege het overzicht dat betrokkene aan deze kant had. Ook reden voor betrokkene meerdere voertuigen rechtdoor via de rijstrook voor linksaf.
De zittingsvertegenwoordiger heeft aangevoerd dat de verbalisanten betrokkene niet konden staandehouden wegens een ongeval. Ook stonden ze op een takel te wachten, waardoor zij vanwege het regelen van de verkeerssituatie niet alle handelingen konden verrichten. Met betrekking tot een matiging refereert de zittingsvertegenwoordiger zich aan het oordeel van de kantonrechter.
Overwegingen
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. Uit het dossier blijkt voldoende dat de gedraging is verricht.
De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd wel aanleiding om de boete te matigen. Daarbij zijn de door betrokkene aangevoerde omstandigheden van belang. De boete zal worden gematigd tot nihil.
Het beroep is gelet op de matiging gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Dictum
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de boete wordt gematigd tot nihil;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 259,- dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.J.L. Schakenraad, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 7 november 2023.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, postbus 90008, 4800 PA Breda Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.