Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2023-12-20
ECLI:NL:RBZWB:2023:9037
Civiel recht
Bodemzaak
1,069 tokens
Inleiding
RECHTBANK
ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Bergen op Zoom
Zaaknummer: 10787991 \ CV EXPL 23-3403
Vonnis van 20 december 2023
in de zaak van
DE BUITENLANDSE PUBLIEKRECHTELIJKE RECHTSPERSOON STAD ANTWERPEN,
te Antwerpen, België,
eisende partij,
hierna te noemen: Stad Antwerpen,
gemachtigde: D.W.J. van Leeuwen,
tegen
DE VENNOOTSCHAP ONDER FIRMA [gedaagde],
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding - de conclusie van antwoord.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
2.1.
In Antwerpen is een lage emissiezone ingesteld.
2.2.
Stad Antwerpen heeft [gedaagde] een administratieve geldboete van € 150,00 opgelegd wegens het rijden in de lage emissiezone in Antwerpen met een voertuig dat niet voldeed aan de emissienormen en niet in het bezit was van een LEZ-dagpas. [gedaagde] heeft deze boete niet voldaan.
Geschil
3.1.
Stad Antwerpen vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 150,00, vermeerderd met de proceskosten. Stad Antwerpen legt aan haar vordering ten grondslag dat [gedaagde] jegens haar een onrechtmatige daad naar Belgisch recht heeft gepleegd.
3.2.
[gedaagde] voert ter verweer aan dat hij bezwaar heeft gemaakt tegen de vordering van Stad Antwerpen maar dat daarop niet is gereageerd.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
Beoordeling
4.1.
Stad Antwerpen is in België gevestigd en de gestelde gebeurtenis die aan de vordering ten grondslag ligt heeft in België plaatsgevonden. [gedaagde] woont in Nederland. Er is dus sprake van een internationale kwestie. De kantonrechter zal daarom eerst onderzoeken of hij bevoegd is om van het geschil kennis te nemen.
4.2.
Omdat de vordering van Stad Antwerpen betrekking heeft op een administratiefrechtelijke boete is de Verordening (EU) Nr. 1215/2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (Brussel I bis) niet van toepassing. Dit volgt uit artikel 1 van die verordening. Er is ook geen sprake van een andere toepasselijke verordening of verdrag.
4.3.
De kantonrechter oordeelt dat van bevoegdheid op grond van artikel 2 Rv, zoals Stad Antwerpen stelt, evenmin sprake is. Ook het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is enkel van toepassing op burgerlijke zaken. Met het opleggen van de administratieve boete van € 150,00 euro heeft Stad Antwerpen ervoor gekozen haar belangen ten aanzien van de door haar gestelde gebeurtenis, het onbevoegd rijden in de lage emissiezone door [gedaagde] , te behartigen door gebruik te maken van haar publiekrechtelijke bevoegdheden. Van een burgerlijke zaak is dus geen sprake. Dat Stad Antwerpen haar vordering, betaling van de boete, nu grondt op onrechtmatige daad naar Belgisch recht maakt dit niet anders.
4.4.
Gelet op het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat de Nederlandse rechter geen rechtsmacht heeft om van het geschil kennis te nemen omdat een wettelijke grondslag daarvoor ontbreekt. De vordering zal worden verwezen naar de rol om partijen de gelegenheid te geven zich bij akte over het voorgaande uit te laten.
4.5.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
Dictum
De kantonrechter
5.1.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van woensdag 17 januari 2024 voor het nemen van een akte door beide partijen zoals bedoeld in 4.4, waarna het schriftelijk debat tussen partijen in beginsel is geëindigd,
5.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. Thielen en in het openbaar uitgesproken op 20 december 2023.