Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2023-11-30
ECLI:NL:RBZWB:2023:8823
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
4,004 tokens
Inleiding
beschikking
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Zittingsplaats: Middelburg
Zaaknummer: C/02/412193 / FA RK 23-3515
datum uitspraak: 30 november 2023
beschikking betreffende bijdrage in de kosten van de verzorging en opvoeding van een minderjarige
in de zaak van
[de man]
,
hierna te noemen: de man,
wonende te [plaats] ,
advocaat: mr. P.C. van der Kuijl te Middelburg,
tegen
[de vrouw] ,
hierna te noemen: de vrouw
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. R. Tielemans te Eindhoven.
1Het procesverloop
1.1
De rechtbank oordeelt op grond van de navolgende stukken:
- het op 25 juli 2023 ontvangen verzoekschrift tot wijziging van een bijdrage in de kosten van de verzorging en opvoeding van een minderjarige;
- het F9-formulier van mr. Van der Kuijl van 9 oktober 2023, met als bijlage een door partijen ondertekend addendum c.q. vaststellingsovereenkomst;
- het F9-formulier van mr. Tielemans van 23 oktober 2023.
Feiten
2.1
De man en de vrouw hebben een affectieve relatie gehad, uit welke relatie het navolgende thans nog minderjarige kind is geboren:
- [minderjarige], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2014.
2.2
De man heeft de minderjarige erkend.
2.3
De man en de vrouw zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over de minderjarige.
2.4
Bij ouderschapsplan d.d. 11 februari 2016 zijn partijen overeengekomen dat het hoofdverblijf van de minderjarige bij de vrouw zal zijn en – voor zover thans van belang – dat de minderjarige om de veertien dagen een weekend vanaf vrijdagmiddag 14.30 uur tot zondagmiddag 14.30 uur bij de man zal verblijven en dat de door de man aan de vrouw te betalen bijdrage in de kosten van de verzorging en opvoeding van [minderjarige] € 296,- per maand bedraagt.
2.5
Bij overeenkomst d.d. 8 februari 2018 hebben partijen de door de man aan de vrouw te betalen bijdrage in de kosten van de verzorging en opvoeding van [minderjarige] gewijzigd en opnieuw vastgesteld op een bedrag van € 133,- per maand, ingaande per 1 januari 2018.
3Het verzoek en de beoordeling
3.1
De man verzoekt, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de tussen partijen op 8 februari 2018 gesloten overeenkomst, voor wat betreft de daarin overeengekomen kinderalimentatie in die zin te wijzigen dat de door de man aan de vrouw te betalen kinderalimentatie op nihil wordt gesteld en met de vrouw met ingang van 13 juni 2023 een bijdrage van € 175,- per maand verschuldigd is als bijdrage in het levensonderhoud van [minderjarige] , althans een zodanig bedrag en met ingang van zodanige datum verschuldigd is als de rechtbank juist acht en met veroordeling van verweerster in de proceskosten van de man op basis van het liquidatietarief.
3.2
Bij F9-formulier van 9 oktober 2023 heeft mr. Van der Kuijl de rechtbank namens de man bericht dat partijen overeenstemming hebben bereikt over de door de man verzochte wijziging van de onderhoudsbijdrage voor de minderjarige. Bij dit F9-formulier heeft mr. Van der Kuijl een door beide partijen op 24 september 2023 ondertekend addendum overgelegd. Partijen zijn overeengekomen dat de door de man aan de vrouw te betalen bijdrage in de kosten van de verzorging en opvoeding van [minderjarige] met ingang van 13 juni 2023 op nihil wordt gesteld en dat de vrouw met ingang van deze datum aan de man zal betalen een bedrag van € 25,- per maand als bijdrage in de kosten van de verzorging en opvoeding van [minderjarige] . De man heeft zijn verzoek gewijzigd en verzoekt de rechtbank te bekrachtigen dat met ingang van 13 juni 2023 de door de man aan de vrouw te betalen onderhoudsbijdrage voor de [minderjarige] op nihil wordt gesteld en de door de vrouw aan de man te betalen bijdrage op € 25,- per maand wordt vastgesteld. De man verzoekt de rechtbank zonder mondelinge behandeling op zijn verzoek te beslissen.
3.3
Bij F9-formulier van 23 oktober 2023 heeft mr. Tielemans de rechtbank namens de vrouw bericht dat partijen overeenstemming hebben bereikt. De vrouw verzoekt de rechtbank de tussen partijen gemaakte afspraken uit het addendum op te nemen in de te wijzen beschikking zonder voorafgaande mondelinge behandeling.
3.4
Uit voormelde F-formulieren volgt dat partijen overeenstemming hebben bereikt over de kinderbijdrage en hun afspraken hebben vastgelegd in het door hen op 24 september 2023 ondertekende addendum. De man heeft zijn oorspronkelijke verzoek gewijzigd. De rechtbank begrijpt het gewijzigd verzoek van de man aldus dat hij de rechtbank verzoekt de door de man aan de vrouw te betalen bijdrage in de kosten van de verzorging en opvoeding van [minderjarige] met ingang van 13 juni 2023 op nihil te stellen en te bepalen dat de vrouw met ingang van 13 juni 2023 een bijdrage in de kosten van de verzorging en opvoeding van [minderjarige] aan de man verschuldigd is van € 25,- per maand. De rechtbank zal, nu de overeenstemming van partijen de rechtbank niet ongegrond voor komt, de tussen partijen overeengekomen regeling vastleggen op de navolgende wijze.
3.5
Het door de man eveneens ingediende verzoek tot een proceskostenveroordeling van de vrouw zal gezien de aard van de zaak en de tussen partijen bereikte overeenstemming worden afgewezen.
3.6
De rechtbank zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren omdat het in het belang van [minderjarige] is dat de beslissing direct in werking zal treden, ongeacht een eventueel hoger beroep tegen de beslissing.
Dictum
De rechtbank
4.1
wijzigt het door partijen op 8 februari 2018 ondertekend addendum en bepaalt dat de door de man aan de vrouw te betalen bijdrage in de kosten van de verzorging en opvoeding van de [minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2014 met ingang van 13 juni 2023 op nihil wordt gesteld;
4.2
bepaalt dat de vrouw met ingang van 13 juni 2023 ten behoeve van de verzorging en opvoeding van [minderjarige] aan de man bij vooruitbetaling moet voldoen een bedrag van € 25,- per maand;
4.3
verklaart deze beschikking tot uitvoerbaar bij voorraad;
4.4
bepaalt dat het aangehechte, door de griffier gewaarmerkte en door partijen op 24 september 2023 getekende addendum deel uitmaakt van deze beschikking;
4.5
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. Dijkman, voorzitter, mr. Holierhoek en mr. Hendriks, allen rechters, en in het openbaar uitgesproken op 30 november 2023 in tegenwoordigheid van mr. Duerink-Bottinga als griffier.
(AD)
Mededeling van de griffier:
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het
gerechtshof ’s-Hertogenbosch.
Inleiding
beschikking
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Zittingsplaats: Middelburg
Zaaknummer: C/02/412193 / FA RK 23-3515
datum uitspraak: 30 november 2023
beschikking betreffende bijdrage in de kosten van de verzorging en opvoeding van een minderjarige
in de zaak van
[de man]
,
hierna te noemen: de man,
wonende te [plaats] ,
advocaat: mr. P.C. van der Kuijl te Middelburg,
tegen
[de vrouw] ,
hierna te noemen: de vrouw
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. R. Tielemans te Eindhoven.
1Het procesverloop
1.1
De rechtbank oordeelt op grond van de navolgende stukken:
- het op 25 juli 2023 ontvangen verzoekschrift tot wijziging van een bijdrage in de kosten van de verzorging en opvoeding van een minderjarige;
- het F9-formulier van mr. Van der Kuijl van 9 oktober 2023, met als bijlage een door partijen ondertekend addendum c.q. vaststellingsovereenkomst;
- het F9-formulier van mr. Tielemans van 23 oktober 2023.
Feiten
2.1
De man en de vrouw hebben een affectieve relatie gehad, uit welke relatie het navolgende thans nog minderjarige kind is geboren:
- [minderjarige], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2014.
2.2
De man heeft de minderjarige erkend.
2.3
De man en de vrouw zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over de minderjarige.
2.4
Bij ouderschapsplan d.d. 11 februari 2016 zijn partijen overeengekomen dat het hoofdverblijf van de minderjarige bij de vrouw zal zijn en – voor zover thans van belang – dat de minderjarige om de veertien dagen een weekend vanaf vrijdagmiddag 14.30 uur tot zondagmiddag 14.30 uur bij de man zal verblijven en dat de door de man aan de vrouw te betalen bijdrage in de kosten van de verzorging en opvoeding van [minderjarige] € 296,- per maand bedraagt.
2.5
Bij overeenkomst d.d. 8 februari 2018 hebben partijen de door de man aan de vrouw te betalen bijdrage in de kosten van de verzorging en opvoeding van [minderjarige] gewijzigd en opnieuw vastgesteld op een bedrag van € 133,- per maand, ingaande per 1 januari 2018.
3Het verzoek en de beoordeling
3.1
De man verzoekt, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de tussen partijen op 8 februari 2018 gesloten overeenkomst, voor wat betreft de daarin overeengekomen kinderalimentatie in die zin te wijzigen dat de door de man aan de vrouw te betalen kinderalimentatie op nihil wordt gesteld en met de vrouw met ingang van 13 juni 2023 een bijdrage van € 175,- per maand verschuldigd is als bijdrage in het levensonderhoud van [minderjarige] , althans een zodanig bedrag en met ingang van zodanige datum verschuldigd is als de rechtbank juist acht en met veroordeling van verweerster in de proceskosten van de man op basis van het liquidatietarief.
3.2
Bij F9-formulier van 9 oktober 2023 heeft mr. Van der Kuijl de rechtbank namens de man bericht dat partijen overeenstemming hebben bereikt over de door de man verzochte wijziging van de onderhoudsbijdrage voor de minderjarige. Bij dit F9-formulier heeft mr. Van der Kuijl een door beide partijen op 24 september 2023 ondertekend addendum overgelegd. Partijen zijn overeengekomen dat de door de man aan de vrouw te betalen bijdrage in de kosten van de verzorging en opvoeding van [minderjarige] met ingang van 13 juni 2023 op nihil wordt gesteld en dat de vrouw met ingang van deze datum aan de man zal betalen een bedrag van € 25,- per maand als bijdrage in de kosten van de verzorging en opvoeding van [minderjarige] . De man heeft zijn verzoek gewijzigd en verzoekt de rechtbank te bekrachtigen dat met ingang van 13 juni 2023 de door de man aan de vrouw te betalen onderhoudsbijdrage voor de [minderjarige] op nihil wordt gesteld en de door de vrouw aan de man te betalen bijdrage op € 25,- per maand wordt vastgesteld. De man verzoekt de rechtbank zonder mondelinge behandeling op zijn verzoek te beslissen.
3.3
Bij F9-formulier van 23 oktober 2023 heeft mr. Tielemans de rechtbank namens de vrouw bericht dat partijen overeenstemming hebben bereikt. De vrouw verzoekt de rechtbank de tussen partijen gemaakte afspraken uit het addendum op te nemen in de te wijzen beschikking zonder voorafgaande mondelinge behandeling.
3.4
Uit voormelde F-formulieren volgt dat partijen overeenstemming hebben bereikt over de kinderbijdrage en hun afspraken hebben vastgelegd in het door hen op 24 september 2023 ondertekende addendum. De man heeft zijn oorspronkelijke verzoek gewijzigd. De rechtbank begrijpt het gewijzigd verzoek van de man aldus dat hij de rechtbank verzoekt de door de man aan de vrouw te betalen bijdrage in de kosten van de verzorging en opvoeding van [minderjarige] met ingang van 13 juni 2023 op nihil te stellen en te bepalen dat de vrouw met ingang van 13 juni 2023 een bijdrage in de kosten van de verzorging en opvoeding van [minderjarige] aan de man verschuldigd is van € 25,- per maand. De rechtbank zal, nu de overeenstemming van partijen de rechtbank niet ongegrond voor komt, de tussen partijen overeengekomen regeling vastleggen op de navolgende wijze.
3.5
Het door de man eveneens ingediende verzoek tot een proceskostenveroordeling van de vrouw zal gezien de aard van de zaak en de tussen partijen bereikte overeenstemming worden afgewezen.
3.6
De rechtbank zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren omdat het in het belang van [minderjarige] is dat de beslissing direct in werking zal treden, ongeacht een eventueel hoger beroep tegen de beslissing.
Dictum
De rechtbank
4.1
wijzigt het door partijen op 8 februari 2018 ondertekend addendum en bepaalt dat de door de man aan de vrouw te betalen bijdrage in de kosten van de verzorging en opvoeding van de [minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2014 met ingang van 13 juni 2023 op nihil wordt gesteld;
4.2
bepaalt dat de vrouw met ingang van 13 juni 2023 ten behoeve van de verzorging en opvoeding van [minderjarige] aan de man bij vooruitbetaling moet voldoen een bedrag van € 25,- per maand;
4.3
verklaart deze beschikking tot uitvoerbaar bij voorraad;
4.4
bepaalt dat het aangehechte, door de griffier gewaarmerkte en door partijen op 24 september 2023 getekende addendum deel uitmaakt van deze beschikking;
4.5
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. Dijkman, voorzitter, mr. Holierhoek en mr. Hendriks, allen rechters, en in het openbaar uitgesproken op 30 november 2023 in tegenwoordigheid van mr. Duerink-Bottinga als griffier.
(AD)
Mededeling van de griffier:
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het
gerechtshof ’s-Hertogenbosch.