Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2023-12-05
ECLI:NL:RBZWB:2023:8756
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
2,471 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/416379 / JE RK 23-2088 (spoedverzoek)
C/02/416380 / JE RK 32-2089 (reguliere verzoek)
Datum uitspraak: 5 december 2023
Nadere beschikking van de kinderrechter over een vervolg spoeduithuisplaatsing
in de zaak van
WILLIAM SCHRIKKER STICHTING JEUGDBESCHERMING EN JEUGDRECLASSERING, gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen: de GI (gecertificeerde instelling),
over
[minderjarige]
, geboren op [geboortedag] 2006 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder]
,
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [plaats 1] ,
advocaat mr. C.D.W. Herrings te Rijen,
[de vader]
,
hierna te noemen: de vader,
wonende in [plaats 2] .
1Het verdere verloop van de procedure
1.1.
Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:
het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 27 november 2023.
de brief van de GI van 1 december 2023.
1.2.
De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 5 december 2023. Daarbij waren aanwezig:
- [minderjarige] ;
- de moeder met haar advocaat;
- een vertegenwoordiger van de GI.
De vader is, hoewel correct opgeroepen, niet verschenen.
Feiten
2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
Bij voormelde beschikking heeft de kinderrechter een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] verleend in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 27 november 2023 tot 11 december 2023, zonder voorafgaand verhoor van belanghebbenden.
2.3.
Bij brief van 1 december 2023 heeft de GI de aangehouden verzoeken, zijnde het resterende deel van het verzoek tot het verlenen spoedmachtiging (C/02/416379 / JE RK 23-2088) en het reguliere verzoek tot het verlenen van een aansluitende machtiging voor de duur van drie maanden, ingetrokken.
2.4
Thans ligt ter beoordeling voor of zich nieuwe feiten en/of omstandigheden voordoen die er toe leiden dat de spoedbeslissing van 27 november 2022 dient te worden herroepen, alsmede de beslissing op de restantverzoeken (spoed en regulier).
3De standpunten
3.1.
De GI legt aan haar inleidende verzoek – kort samengevat – ten grondslag dat er in de thuissituatie bij de moeder verschillende incidenten zijn voorgevallen, waarbij door [minderjarige] ten opzichte van de moeder fysiek geweld is gebruikt. Laatstelijk was dat op 27 november 2023. Het jongere zusje van [minderjarige] was hier getuige van. De moeder voelt zich in de thuissituatie niet langer veilig en is bang dat [minderjarige] haar iets aandoet. Hierbij komt volgens de GI dat [minderjarige] suïcidale uitspraken doet en op 24 november 2023 nog naar het spoor was gelopen. Het lukt de moeder niet om [minderjarige] de hulp te bieden die hij nodig heeft. [minderjarige] zelf heeft gevraagd of hij met spoed naar beschermd wonen mag of dat hij op een crisisgroep geplaatst kan worden, omdat het thuis niet goed gaat komen. De bij het gezin betrokken ambulant begeleider van SELF heeft beaamd dat ingegrepen moest worden.
3.2.
De GI heeft in de brief van 1 december 2023 en tijdens de mondelinge behandeling verder toegelicht dat het ondanks verschillende pogingen niet is gelukt is om [minderjarige] op 27 november 2023 per direct te plaatsen. De GI heeft contact gehad met het SEZ (spoedeisende zorg), de crisisbereikbaarheidsdienst en de locatie van Amarant aan de [adres] ( Amarant ), maar het is niet gelukt om de machtiging te verzilveren. Amarant heeft uiteindelijk drie contra’s gegeven om [minderjarige] niet te plaatsen. Behalve de complexiteit van zijn problematiek is de GI in het ongewis welke dit zijn. Ook het SEZ kon die vraag niet beantwoorden. Omdat [minderjarige] die avond niet kon worden geplaatst, is hij thuis gebleven en is met hem de afspraak gemaakt dat hij op zijn kamer zou blijven. Volgens de GI heeft zij de dagen die daarop volgden voortdurend contact onderhouden met de moeder, stiefmoeder en de ambulant begeleider. De situatie bij de moeder thuis is niet meer geëscaleerd. Dit neemt volgens de GI niet weg dat op 8 december 2023 nog een overleg zal plaatsvinden met de GI, Crossroads, Self en Pactum om alsnog een passende oplossing voor [minderjarige] te vinden. Het is immers de vraag hoe lang deze situatie houdbaar is. Gedacht wordt aan beschermd wonen in combinatie met behandeling en [dagbesteding] .
3.3.
[minderjarige] heeft in gesprek met de kinderrechter aangegeven dat het klopt dat het thuis is geëscaleerd en hij achter het spoedverzoek van de GI stond. Toen hij alsnog thuis is gebleven is het daarna rustig verlopen. Inmiddels is hij bij [dagbesteding] geweest en dat is hem dat best goed bevallen is. Ook voor begeleid wonen zou [minderjarige] openstaan.
3.4.
De moeder heeft aangegeven dat zolang [minderjarige] zich thuis rustig kan houden, hij wat haar betreft thuis mag blijven wonen. Zij vraagt zich af of en hoeveel langer [minderjarige] dit kan volhouden. De moeder heeft daarover sterk haar twijfels. Zij deelt daarom het standpunt van de GI dat voor [minderjarige] begeleid wonen wellicht het beste zal zijn.
De advocaat heeft daaraan toegevoegd dat op het moment dat het spoedverzoek werd ingediend aan de wettelijke criteria voor toewijzing daarvan werd voldaan. Nu tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat de verleende spoedmachtiging uithuisplaatsing niet ten uitvoer kon worden gelegd en de situatie nadien tot rust is gekomen, dient de verleende spoedmachtiging na heden te worden herroepen. De gang van zaken, waarbij een spoedmachtiging is verleend die niet kon worden verzilverd vanwege een (her)beoordeling over verschillende schijven, verdient geen schoonheidsprijs.
4De nadere beoordeling
Spoedbeslissing
4.1.
De kinderrechter moet allereerst beoordelen of er nieuwe feiten of omstandigheden zijn die maken dat de spoedmachtiging tot uithuisplaatsing zou moeten worden herroepen.
4.2
De kinderrechter constateert dat de GI de bij de beschikking van 27 november 2023 verleende spoedmachtiging tot uithuisplaatsing niet ten uitvoer heeft kunnen leggen. [minderjarige] verblijft daardoor nog altijd thuis. Sinds het zeer zorgelijke incident op 27 november 2023 is de situatie thuis niet meer geëscaleerd. De kinderrechter is gelet op hetgeen tijdens de mondelinge behandeling naar voren is gebracht van oordeel dat een machtiging tot uithuisplaatsing niet langer dringend en onverwijld noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van [minderjarige] . Zij zal daarom de spoedmachtiging tot uithuisplaatsing herroepen voor zover dit ziet op de periode van 5 december 2023 tot 11 december 2023.
4.3.
De kinderrechter overweegt ten overvloede dat het haar verbaast dat een rechterlijke beslissing waarbij een spoedmachtiging is verleend, ondanks pogingen hiertoe van de GI, niet is geëffectueerd. De uitkomst hiervan is onacceptabel, voor [minderjarige] , maar ook voor zijn moeder. Dat er nu sprake is van een bepaalde rust thuis doet niet af aan de ernst van de incidenten die zich thuis hebben voorgedaan en de dringende noodzaak om een oplossing te vinden waarbij [minderjarige] veilig en stabiel verder kan opgroeien. Het is goed dat hierover op korte termijn, op 8 december 2023, een overleg zal gaan plaatsvinden met de GI, Crossroads, Self en Pactum.
Restant verzoek(en)
De kinderrechter stelt vast dat het meer verzochte is ingetrokken, zodat daar niet op hoeft te worden beslist. Zij zal daarom de restant verzoeken afwijzen.
Dictum
De kinderrechter:
Inzake C/02/416379 / JE RK 23-2088
5.1.
herroept de bij beschikking van 27 november 2023 verleende (spoed)machtiging uithuisplaatsing betreffende de [minderjarige] voor zover dit ziet op de periode van 5 december 2023 tot 11 december 2023;
Inzake C/02/416379 / JE RK 23-2088 en C/02/416380 / JE RK 32-2089
5.2.
wijst het restant van de verzoeken af.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 5 december 2023 door mr. De Jong, kinderrechter, in aanwezigheid van Van Dongen als griffier, en op schrift gesteld op 14 december 2023.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.