Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2023-11-01
ECLI:NL:RBZWB:2023:8454
Strafrecht
Raadkamer
1,295 tokens
Dictum
[klager] ,
geboren op [geboortedag] 2005 te [geboorteplaats] ,
wonende op [woonadres] ,
hierna te noemen: de klager, tevens beslagene.
Procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:
de kennisgevingen van inbeslagname op grond van artikel 94 van het Wetboek van Strafvordering (hierna te noemen: Sv), waaruit blijkt dat op 12 juli 2023 onder klager in beslag is genomen: een Apple Ipad en een Apple Iphone;
het klaagschrift ingevolge artikel 552a Sv, ingediend op 21 juli 2023 ter griffie van deze rechtbank;
het verweerschrift van het Openbaar Ministerie;
de overige stukken uit het bijbehorende raadkamerdossier met voornoemd raadkamernummer.
Het klaagschrift is behandeld in raadkamer op 18 oktober 2023. Gehoord zijn de officier van justitie, mr. S. van der Wilt-Withfield en de gemachtigd raadsman mr. A.I. Cambier.
Klager is behoorlijk opgeroepen maar niet bij de behandeling van het klaagschrift verschenen.
Het klaagschrift strekt tot opheffing van het gelegde beslag met last tot teruggave aan klager van de Apple Ipad en de Apple Iphone.
Tijdens de behandeling in raadkamer is namens klager aangevoerd dat hij de beide apparaten terug wenst te krijgen, maar met name zijn Iphone. Of er kinderporno op de apparaten zal worden aangetroffen is de vraag. Klager was destijds 17 jaar oud, dus zelf ook een tiener, dat maakt de context anders. De apparaten zijn inmiddels uitgelezen dus er is geen nader onderzoek meer nodig. De raadsman verzoekt het klaagschrift gegrond te verklaren en te bepalen dat de Iphone en de Ipad terug worden gegeven aan klager.
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat het beslag gehandhaafd moet worden.
Op de beide apparaten is kinderporno aangetroffen, zodat de apparaten niet teruggegeven kunnen worden aan klager. Het is aannemelijk dat de strafrechter later oordelend de Iphone en de Ipad verbeurd zal verklaren. De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat het klaagschrift ongegrond moet worden verklaard.
Beoordeling
De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het klaagschrift.
Het klaagschrift is tijdig ingediend en klager is ontvankelijk in het klaagschrift.
De rechtbank overweegt als volgt.
Het beslag op de Ipad en de Iphone is gelegd op grond van artikel 94 Sv.
De rechtbank dient na te gaan of het belang van strafvordering verlangt dat het beslag wordt voortgezet. Hiervan is sprake wanneer het in beslag houden van de Ipad en de Iphone kan dienen om de waarheid aan de dag te brengen of om wederrechtelijk voordeel aan te tonen dan wel wanneer niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer van het voorwerp zal bevelen.
De rechtbank stelt voorop dat het onderzoek in raadkamer naar aanleiding van een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a Sv een summier karakter draagt. Dat betekent dat van de rechter niet kan worden gevergd ten gronde in de mogelijke uitkomst van een nog te voeren hoofdzaak of ontnemingszaak te treden.
Op 12 juli 2023 zijn onder klager een Ipad en een Iphone in beslag genomen. In het dossier bevindt zich een proces-verbaal waaruit blijkt dat op de beide apparaten kinderpornografisch materiaal is aangetroffen. Op basis van de thans voorhanden zijnde stukken kunnen deze apparaten niet terug gegeven worden aan klager, immers het in het verkeer brengen van gegevensdragers waarop zich films en foto’s bevinden die kunnen worden aangemerkt als kinderpornografisch is in strijd met de wetgeving.
Gelet op het huidige dossier, acht de rechtbank het op dit moment niet hoogst onwaarschijnlijk dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring van de Ipad en de Iphone zal bevelen.
De rechtbank is van oordeel dat het belang van strafvordering zich verzet tegen opheffing van het beslag en teruggave van de in beslag genomen gegevensdragers, zodat het klaagschrift ongegrond moet worden verklaard.
Dictum
De rechtbank verklaart het klaagschrift ongegrond.
Deze beslissing is op 1 november 2023 gegeven door mr. J. Bergen, rechter, in tegenwoordigheid van I.L. Bruijnooge, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 november 2023.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen deze beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na dagtekening van deze beslissing en door de klager binnen veertien dagen na de betekening van deze beslissing beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden te 's-Gravenhage (artikel 552d lid 2 Wetboek van Strafvordering