Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2023-11-01
ECLI:NL:RBZWB:2023:8445
Strafrecht
Raadkamer
1,527 tokens
Dictum
[verzoeker] ,
geboren op [geboortedag] 1971 te [geboorteplaats] ,
woonplaats kiezend op het kantoor van mr. A.M.J. Joris, advocaat te Roosendaal (Molenstraat 10, 4701 JS Roosendaal),
hierna te noemen: de verzoeker.
Procesverloop
het verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding ex artikel 533 Sv ten laste van de Staat voor een bedrag van:
- € 260,00 € 260,00 voor schade wegens ondergane inverzekeringstelling;
het verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv ten laste van de Staat voor een bedrag van € 1.864,30 zijnde de kosten voor rechtsbijstand, te vermeerderen met € 680,00 zijnde de kosten met betrekking tot het opstellen, indienen en behandelen van de verzoekschriften in raadkamer;
het sepot d.d. 21 april 2023;
de schriftelijke reactie van de officier van justitie.
Op 18 oktober 2023 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie, mr. S. van der Wilt-Withfield en de gemachtigd raadsman mr. A.M.J. Joris gehoord.
Verzoeker is behoorlijk opgeroepen doch niet bij de behandeling in raadkamer verschenen.
Namens verzoeker heeft de raadsman zich ter zitting op het standpunt gesteld dat hij bij nader inzien van opvatting is dat er geen sprake is geweest van inverzekeringstelling.
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat sprake is van een beleidssepot en dat de strafzaak tegen verzoeker (verlaten plaats ongeval en openlijke geweldpleging) is geseponeerd omdat het Openbaar Ministerie het niet opportuun achtte om verdere vervolging in te stellen. Verzoeker heeft de verdenking over zichzelf afgeroepen, zodat er geen gronden van billijkheid aanwezig zijn om een vergoeding toe te kennen.
Namens verzoeker is aangevoerd dat er wel gronden van billijkheid aanwezig zijn om tot een vergoeding te komen. Namens verzoeker is door de raadsman bij de behandeling in raadkamer een toelichting gegeven omtrent de omstandigheden van de verdenking en het uiteindelijke sepot.
Beoordeling
De rechtbank overweegt als volgt.
De zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel of met zodanige oplegging, doch op grond van een feit waarvoor voorlopige hechtenis niet is toegelaten en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.
De rechtbank is bevoegd om het verzoek in behandeling te nemen, nu de zaak in feitelijke aanleg bij de rechtbank is vervolgd, zou worden vervolgd of laatstelijk werd vervolgd.
Ingevolge artikel 533 Sv kan aan een verdachte die niet wordt veroordeeld of wiens zaak wordt geseponeerd een vergoeding worden toegekend van de schade die hij ten gevolge van ondergane verzekering, klinische observatie of voorlopige hechtenis heeft geleden.
Ingevolge artikel 530 Sv wordt aan de gewezen verdachte een vergoeding toegekend in
de ten behoeve van het onderzoek en de behandeling van de zaak gemaakte reis- en verblijfkosten, en kan een vergoeding worden toegekend voor de schade welke hij ten gevolge van tijdverzuim door de vervolging en de behandeling der zaak ter terechtzitting werkelijk heeft geleden, alsmede, behoudens in het zich hier niet voordoende geval dat - kort gezegd - de raadsman was toegevoegd, in de kosten van een raadsman.
Ingevolge artikel 534, eerste en vierde lid, Sv vindt toekenning van een schadevergoeding steeds plaats, indien en voor zover daartoe, naar het oordeel van de rechtbank, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.
Gelet op het dossier en de toelichting van de raadsman is de rechtbank van oordeel dat onvoldoende is gebleken dat verzoeker de verdenking over zichzelf heeft afgeroepen. De rechtbank acht, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig.
Verzoeker vraagt een vergoeding voor 2 dagen omdat hij één nacht is opgehouden voor verhoor. Ingevolge artikel 533 Sv heeft een verdachte die niet wordt veroordeeld of wiens zaak wordt geseponeerd recht op een schadevergoeding voor die dagen die onterecht in detentie zijn doorgebracht. Verzoeker is nimmer in verzekering gesteld, zodat hij niet voor een vergoeding op grond van artikel 533 Sv in aanmerking komt. Het verzoek zal worden afgewezen.
Het verzochte bedrag met betrekking tot de kosten van rechtsbijstand van € 1.864,30 is naar het oordeel van de rechtbank genoegzaam toegelicht en derhalve aannemelijk gemaakt. De rechtbank zal dit bedrag toewijzen.
Voor de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van het verzoekschrift in raadkamer wordt het forfaitaire bedrag van € 680,00 toegekend.
Dictum
De rechtbank:
wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 533 Sv af.
De rechtbank wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv toe tot een bedrag van € 2.544,30.
De rechtbank bepaalt dat een bedrag van € 2.544,30 zal worden overgemaakt op [rekeningnummer] ten name van Beheer Derdengelden Van Asselt & Broere Strafrechtadvocaten, onder vermelding van [kenmerk] .
Deze beslissing is op 1 november 2023 gegeven door mr. J. Bergen, rechter, in tegenwoordigheid van I.L. Bruijnooge, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 november 2023.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen de beslissing ex artikel 533 en ex 530 Sv kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening van deze beslissing en door verzoeker binnen een maand na de betekening van deze beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (artikel 535 lid 1 Sv).