Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2023-10-02
ECLI:NL:RBZWB:2023:8400
Strafrecht
Raadkamer
1,670 tokens
Dictum
[verzoeker]
geboren op [geboortedag] 1989 te [geboorteplaats]
woonplaats kiezende ten kantore van mr. G.J.P.M. Mooren, Postbus 902 te 5000 AX Tilburg
Verzoeker is [verzoeker] voornoemd.
Procesverloop
De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:
het verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding ex artikel 533 Sv ten laste van de Staat voor een bedrag van:
- € 130,-, € 130,-, voor schade wegens ondergane inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis;
het verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv ten laste van de Staat voor een bedrag van:
€ 2.054,40, voor vergoeding van kosten rechtsbijstand;
te vermeerderen met de kosten met betrekking tot het opstellen en indienen van het verzoekschrift ad € 340,00 dan wel € 680,00 bij behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;
de aantekening van het
mondelinge vonnis van de politierechter van 6 januari 2023 waarbij verzoeker is vrijgesproken;
de stukken waaruit blijkt dat verzoeker op 1 oktober 2022 in verzekering is gesteld en op 1 oktober 2022 in vrijheid is gesteld;
de schriftelijke reactie van het Openbaar Ministerie.
Op 18 september 2023 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie, mr. L. van Hemert en mr. G.J.P.M. Mooren als gemachtigd advocaat van verzoeker gehoord.
Verzoeker is behoorlijk opgeroepen maar niet bij de behandeling van het verzoek verschenen.
Namens verzoekster is aangevoerd dat de strafzaak tegen haar is beëindigd, nu zij op 6 januari 2023 is vrijgesproken. Verzoekster stelt immateriële schade te hebben geleden als gevolg van de door haar ondergane inverzekeringstelling van één dag. Verzocht wordt om haar hiervoor een vergoeding toe te kennen van € 130,00. Daarnaast heeft verzoekster in verband met de strafzaak kosten voor rechtsbijstand gemaakt. Verzocht wordt om haar hiervoor een vergoeding ter hoogte van € 2.054,40 toe te kennen, te vermeerderen met de forfaitaire kosten voor de indiening en behandeling van de verzoekschriften. In raadkamer heeft de advocaat hieraan toegevoegd dat gelet op een recente uitspraak van de rechtbank in Almelo waar een billijkheidstoetsing ten aanzien van een uurtarief van een advocaat heeft plaatsgevonden 245,- euro een gematigd tarief is voor een strafrechtspecialist.
In afwijking van het schriftelijke standpunt dat van de zijde van het Openbaar Ministerie eerder is ingenomen, is de e officier van justitie in raadkamer de mening toegedaan dat de vordering billijk is en dat het gehele verzoek toegewezen kan worden.
Beoordeling
De rechtbank overweegt als volgt.
De zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel of met zodanige oplegging, doch op grond van een feit waarvoor voorlopige hechtenis niet is toegelaten en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.
De rechtbank is bevoegd om het verzoek in behandeling te nemen, nu de zaak in feitelijke aanleg bij de rechtbank is vervolgd, zou worden vervolgd of laatstelijk werd vervolgd.
Ingevolge artikel 533 Sv kan aan een verdachte die niet wordt veroordeeld of wiens zaak wordt
geseponeerd een vergoeding worden toegekend van de schade die hij ten gevolge van ondergane
verzekering, klinische observatie of voorlopige hechtenis heeft geleden.
Ingevolge artikel 530 Sv wordt aan de gewezen verdachte een vergoeding toegekend in
de ten behoeve van het onderzoek en de behandeling van de zaak gemaakte reis- en verblijfkosten, en kan een vergoeding worden toegekend voor de schade welke hij ten gevolge van tijdverzuim door de vervolging en de behandeling der zaak ter terechtzitting werkelijk heeft geleden, alsmede, behoudens in het zich hier niet voordoende geval dat - kort gezegd - de raadsman was toegevoegd, in de kosten van een raadsman.
Ingevolge artikel 534, eerste en vierde lid, Sv vindt toekenning van een schadevergoeding steeds plaats, indien en voor zover daartoe, naar het oordeel van de rechtbank, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.
Verzoeker heeft 1 dag in verzekering op het politiebureau doorgebracht. De LOVS-uitgangspunten gaan uit van een forfaitaire vergoeding van € 130,00 per dag voor het verblijf op het politiebureau.
De gevraagde vergoeding is conform de LOVS-uitgangspunten. De rechtbank ziet geen reden daarvan af te wijken. De rechtbank zal naar billijkheid een bedrag toekennen van € 130,-.
Het verzochte bedrag aan kosten van rechtsbijstand ter grootte van € 2.054,40 is in voldoende mate onderbouwd en komt de rechtbank billijk voor. De rechtbank zal dit bedrag toewijzen.
Voor de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van de verzoekschriften in raadkamer wordt het forfaitaire bedrag van € 680,00 toegekend.
Dictum
De rechtbank:
wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 533 Sv toe tot een bedrag van € 130,- bestaande uit:
- € 130,-, voor schade wegens ondergane inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis;
wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv toe tot een bedrag van
€ 2.734,40 bestaande uit:
- € 2.054,40 aan kosten van rechtsbijstand;
- € 680,00 de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van de verzoekschriften in raadkamer;
wijst de verzoeken voor het overige af.
bepaalt dat een bedrag van € 2.864,40 zal worden overgemaakt op [rekeningnummer] ten name van Stichting Beheer Derdengelden mr. G.J.P.M. Mooren, onder vermelding van [kenmerk]
Deze beslissing is op 2 oktober 2023 gegeven door mr. E.G.F. Vliegenberg, rechter, in tegenwoordigheid van J.H. Cornelissen, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 oktober 2023.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen de beslissing ex artikel 533 en ex 530 Sv kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening van deze beslissing en door verzoeker binnen een maand na de betekening van deze beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (artikel 535 lid 1 Sv).