Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2023-12-04
ECLI:NL:RBZWB:2023:8361
Bestuursrecht; Belastingrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,274 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummers: BRE 23/1427 tot en met 23/1440
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 december 2023 in de zaak tussen
[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende,
(gemachtigde: mr. R. Zilver),
en
De inspecteur van de belastingdienst, de inspecteur.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over de beroepen van belanghebbende tegen de bestreden uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 13 januari 2023. De beroepen zien op de (navorderings)aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen en de inkomensafhankelijke bijdrage zorgverzekeringswet over de jaren 2005 tot en met 2010 met de volgende aanslagnummers. [aanslagnummer 1] H.57 , [aanslagnummer 2] S.57 , [aanslagnummer 3] H.67 , [aanslagnummer 4] W.67 , [aanslagnummer 5] H.76 , [aanslagnummer 6] W.76 , [aanslagnummer 7] H.86 . [aanslagnummer 8] W.86 , [aanslagnummer 9] H.80 , [aanslagnummer 10] W.80 , [aanslagnummer 11] H.90 , [aanslagnummer 12] W.90 , [aanslagnummer 13] H.00 , [aanslagnummer 14] W.00 .
1.1.
Omdat de beroepen kennelijk niet-ontvankelijk zijn, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling
2. De rechtbank komt tot het oordeel dat de beroepen kennelijk niet-ontvankelijk zijn omdat het griffierecht niet op tijd volledig is betaald en het niet tijdig betalen niet verontschuldigbaar is. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Toetsingskader
3. Iemand die beroep instelt, moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41 van de Awb. In een zaak als deze is het griffierecht € 50,-. De griffier van de rechtbank stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Het hele bedrag moet binnen die termijn zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of dan zijn betaald op de griffie van de rechtbank. Als het griffierecht niet of niet tijdig is betaald, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is. Dat betekent dat er een goede reden moet zijn waarom het griffierecht niet (tijdig) is betaald.
Heeft belanghebbende het griffierecht tijdig betaald?
4. De griffier heeft belanghebbende bij brief van 28 februari 2023 gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en meegedeeld dat dit binnen vier weken moet zijn voldaan. Op 27 maart 2023 is er een betaling ontvangen van € 40,-. De griffier heeft vervolgens bij aangetekend verzonden brief van 29 maart 2023 belanghebbende een herinnering gestuurd om het resterend bedrag van € 10, - te betalen met een termijn van vier weken. Uit informatie van PostNL is gebleken dat de aangetekend verzonden brief op 31 maart 2023 om 10:53 uur is bezorgd en dat voor ontvangst is getekend.
5. Belanghebbende heeft op 21 juli 2023 het resterende bedrag van € 10,- overgemaakt. Dit is niet tijdig binnen de gestelde termijn gedaan waardoor het bedrag van € 10,- is teruggestort.
Is het niet tijdig betalen verontschuldigbaar?
6. Belanghebbende heeft aangegeven dat er een administratieve vergissing is gemaakt. Verder is er geen reden gegeven voor dit verzuim. Belanghebbende is in de gelegenheid gesteld om de administratieve vergissing te herstellen, maar heeft dit niet tijdig gedaan. Anders dan belanghebbende stelt, acht de rechtbank – gelet op de aangetekende verzending van de herinneringsnota griffierecht en de informatie die uit het systeem van PostNL volgt – niet aannemelijk dat belanghebbende nooit een betalingsherinnering heeft ontvangen. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken.
Conclusie
7. De beroepen zijn daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank de beroepen niet inhoudelijk beoordeelt en dat de bestreden besluiten in stand blijven.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van N. Plasman, griffier, op 4 december 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.