Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2023-11-30
ECLI:NL:RBZWB:2023:8348
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
1,530 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummers: C/02/416521 / JE RK 23-2112 (spoed)
C/02/416523 / JE RK 23-2114 (regulier)
Datum uitspraak: 30 november 2023
Beschikking van de kinderrechter over een spoeduithuisplaatsing
in de zaak van
STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (GI),
gevestigd te Etten-Leur,
betreffende
[minderjarige] ,
geboren op [geboortedag] 2020 te [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder]
,
hierna te noemen: de moeder,
wonende te [plaats] ,
[de vader] ,
hierna te noemen: de vader,
wonende te zonder bekende woon- of verblijfplaats.
Het procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoek met bijlagen van de GI van 30 november 2023, ingekomen bij de griffie op diezelfde datum.
Feiten
Het ouderlijk gezag over [minderjarige] wordt uitgeoefend door de ouders.
[minderjarige] woont bij de moeder, maar zij verblijft momenteel feitelijk bij oma (moederzijde).
Laatstelijk, bij beschikking van 18 september 2023 is de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 30 september 2024.
De verzoeken
De kinderrechter begrijpt uit de inhoud van het verzoek dat de GI verzoekt om met spoed een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een netwerkpleeggezin (oma, moederszijde) voor de duur van vier weken, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
Daarnaast verzoekt de GI om [minderjarige] aansluitend uit huis te mogen plaatsen voor de duur van de ondertoezichtstelling, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
Beoordeling
Ingevolge artikel 1:265b lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de kinderrechter de GI, die belast is met de uitvoering van de ondertoezichtstelling, op haar verzoek machtigen de minderjarige gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen indien dit noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige of tot onderzoek van diens geestelijke of lichamelijke gesteldheid.
Volgens artikel 800, derde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) kan een beschikking over het verlenen van een machtiging tot uithuisplaatsing onverwijld worden afgegeven, indien de mondelinge behandeling van het verzoek niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor de jeugdige.
Op grond van de informatie, zoals weergegeven in het verzoek, is de kinderrechter van oordeel dat er ernstige zorgen bestaan over [minderjarige] . De kinderrechter neemt daarbij in aanmerking dat de moeder kampt met persoonlijke problematiek en terugvalt in overmatig alcoholgebruik. Daarnaast wordt gezien dat de moeder moeite heeft met het toelaten van hulpverlening. Door meerdere buren zijn er zorgen gemeld over de thuissituatie van de moeder.
Uit de overgelegde stukken blijkt dat [minderjarige] feitelijk al bij oma (mz) verblijft en zij daar eerder al is geplaatst. De plaatsing bij oma is toen als goed genoeg bepaald. Verder blijkt dat de moeder instemt met de plaatsing van [minderjarige] bij oma. In het standpunt van de GI, te weten dat eerdere afspraken waarbij de kinderen bij oma zouden verblijven soms zonder medeweten van de GI door oma en moeder worden veranderd, ziet de kinderrechter geen aanleiding om een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] af te geven, nu dit standpunt niet nader is onderbouwd door de GI en er geen signalen zijn dat de moeder [minderjarige] bij de oma zal weghalen. Integendeel, in het verzoek is opgenomen dat de moeder het prima vindt dat [minderjarige] bij oma verblijft. De moeder is namelijk momenteel bezig met haar eigen traject omtrent haar drankgebruik.
De kinderrechter zal het spoedverzoek dan ook afwijzen.
Het reguliere verzoek om een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] zal worden aangehouden en de GI, de moeder en de vader worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven op de hierna te noemen mondelinge behandeling. Verdere beslissingen op het (reguliere) verzoek zal de kinderrechter pas nemen nadat de mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden.
Dictum
De kinderrechter:
wijst het verzoek om een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] af;
houdt de behandeling van het (reguliere) verzoek aan en roept de GI, de moeder en de vader op te verschijnen tijdens de mondelinge behandeling van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, in het gerechtsgebouw aan de Stationslaan 10 te Breda, op
7 december 2023 te 14:45 uurteneinde nader op het verzoek te worden gehoord;
bepaalt dat deze beschikking geldt als oproep voor die mondelinge behandeling voor de GI, de moeder en de vader;
behoudt zich iedere verdere beslissing voor.
Deze beschikking is gegeven door mr. Phillips, kinderrechter, in tegenwoordigheid van
mr. Vos als griffier en in het openbaar uitgesproken op 30 november 2023.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.