Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2023-11-30
ECLI:NL:RBZWB:2023:8341
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
986 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummers: C/02/416527 / JE RK 23-2116 (spoed)
C/02/416528 / JE RK 23-2117 (regulier)
Datum uitspraak: 30 november 2023
Beschikking van de kinderrechter over een spoeduithuisplaatsing
in de zaak van
STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (GI)
gevestigd te Etten-Leur,
over
[minderjarige]
, geboren op [geboortedag] 2006 in [geboorteplaats] ( [land] ) , hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen: de moeder,
wonende te [plaats] .
Het verloop van de procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoek met bijlagen van de GI van 30 november 2023, ingekomen bij de griffie op diezelfde datum.
Feiten
Het ouderlijk gezag over [minderjarige] wordt uitgeoefend door de moeder.
[minderjarige] woont bij de moeder.
Bij beschikking van 30 september 2022 is [minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI. Deze maatregel is nadien verlengd. Laatstelijk, bij beschikking van 18 september 2023 is de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 30 september 2024.
De verzoeken
De GI verzoekt met spoed een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] voor de duur van vier weken, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
Daarnaast verzoekt de GI om [minderjarige] aansluitend uit huis te mogen plaatsen voor de duur van de ondertoezichtstelling, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
Beoordeling
De kinderrechter overweegt het volgende. Uit de inhoud van het verzoek en het daarin vermelde dictum is naar het oordeel van de kinderrechter onduidelijk waar het spoedverzoek van de GI op ziet. De GI verzoekt de kinderrechter om [minderjarige] met spoed uit huis te plaatsen, maar een concrete invulling daarvan ontbreekt. Uit de inhoud van de stukken wordt de kinderrechter niet duidelijk waar of bij wie [minderjarige] volgens de GI geplaatst moet worden. Ook in het (reguliere) verzoek om een aansluitende machtiging blijkt dit niet.
Nu de verzoeken onvoldoende duidelijk en eveneens onvoldoende gemotiveerd zijn, kan de kinderrechter niet anders dan deze af te wijzen. Dit neemt niet weg dat de kinderrechter ziet dat het niet goed gaat met [minderjarige] en dat er veel zorgen over haar zijn.
De kinderrechter gaat ervan uit dat indien volgens de GI de noodzaak voor een (spoed)uithuisplaatsing nog altijd bestaat de GI een passend verzoek zal indienen. Ook gaat de kinderrechter ervan uit dat de GI haar werkproces zal aanpassen, zodat het indienen van dergelijke (incomplete) verzoeken in de toekomst wordt voorkomen.
Het voorgaande betekent dat zowel het spoedverzoek als het reguliere verzoek zullen worden afgewezen.
Dictum
De kinderrechter:
wijst de verzoeken af.
Deze beschikking is gegeven door mr. Phillips, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 30 november 2023, in aanwezigheid van mr. Vos als griffier.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.