Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2023-11-20
ECLI:NL:RBZWB:2023:8283
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,287 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 23/3048
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 november 2023 in de zaak tussen
[eiseres ] V.O.F. , uit [plaats] , eiseres
(gemachtigde: [gemachtigde] ),
en
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Baarle-Nassau.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiseres tegen het bestreden besluit van het college van 21 april 2023.
1.1.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling
2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat het griffierecht niet is betaald en het niet betalen niet verontschuldigbaar is. Verder heeft eiseres de gronden van het beroep niet ingediend. Ook hiervoor is geen verontschuldiging gebleken. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Toetsingskader griffierecht
3. Iemand die beroep instelt, moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41 van de Awb. In een zaak als deze is het griffierecht € 365,-. De griffier van de rechtbank stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Het hele bedrag moet binnen die termijn zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of dan zijn betaald op de griffie van de rechtbank. Als het griffierecht niet of niet tijdig is betaald, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is. Dat betekent dat er een goede reden moet zijn waarom het griffierecht niet (tijdig) is betaald.
Heeft eiseres het griffierecht tijdig betaald?
4. De griffier heeft eerst bij gewone brief en vervolgens bij aangetekend verzonden brief van 2 juli 2023 eiseres in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen binnen vier weken na dagtekening van zowel de eerste brief als de tweede (aangetekende) brief.
Daarnaast heeft de griffier bij brief van 5 juli 2023 eiseres gewezen op de hoogte van het griffierecht en eiseres nogmaals in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen binnen twee weken na dagtekening van die brief.
Eiseres heeft het griffierecht niet op tijd betaald.
Is het niet tijdig betalen verontschuldigbaar?
5. Eiseres heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken.
Toetsingskader gronden van het beroep
6. Iemand die beroep instelt, moet in het beroepschrift de gronden van het beroep vermelden. Dit staat in artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Awb. Dat houdt in: zeggen op welke specifieke punten hij of zij het niet eens is met het bestreden besluit.
Heeft eiseres de gronden van het beroep tijdig ingediend?
7. Eiseres heeft geen beroepsgronden vermeld in het beroepschrift. De griffier heeft eerst bij gewone brief van 6 juni 2023 en vervolgens bij aangetekend verzonden brief van
17 juli 2023 eiseres verzocht om binnen vier weken dit verzuim te herstellen. Daarbij is erop gewezen dat bij niet of niet tijdig herstellen van het verzuim het beroep op grond van artikel 6.6 van de Awb niet-ontvankelijk kan worden verklaard.
Eiseres heeft binnen die termijnen geen beroepsgronden ingediend.
Is het niet tijdig indienen van de gronden van het beroep verontschuldigbaar?
8. Eiseres heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken.
Conclusie
9. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.J.M. de Weert, rechter, in aanwezigheid van
B.C. van Sprundel, griffier, op 20 november 2023 door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.