Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2023-11-23
ECLI:NL:RBZWB:2023:8173
Civiel recht
Wraking
1,091 tokens
Procesverloop
Het verloop van deze procedure blijkt onder meer uit:
de processtukken zoals opgenomen in het procesdossier van de hoofdzaak met nummer BRE 23/10459,
een zeventiental e-mailberichten met diverse bijlagen van 18 november 2023 van verzoeker, met daarin de wrakingsgronden,
het bericht van de gewraakte rechter van 21 november 2023 waaruit blijkt dat zij niet in de wraking berust.
Beoordeling
2.1
Het verzoek strekt tot wraking van mr. Vriends (hierna: de rechter), optredend als voorzieningenrechter (bestuursrecht) in de bovengenoemde zaak.
2.2
Verzoeker legt daaraan ten grondslag dat de rechter door hem toegestuurde processtukken niet aan het dossier heeft laten toevoegen, waardoor zij vooringenomen is en het recht op een eerlijk proces is geschaad. Ook voert verzoeker aan dat het bestuursorgaan dat optreedt als verweerder in de hoofdzaak valsheid in geschrifte heeft gepleegd en dat zijn voormalige advocaat aantoonbaar fouten heeft gemaakt.
2.3
De rechter berust niet in het verzoek tot wraking.
2.4
Op grond van artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
2.5
Voorop moet worden gesteld dat bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van de rechter als uitgangspunt geldt dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet die een zwaarwegende aanwijzing oplevert dat een rechter ten aanzien van een partij een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij die partij daarvoor bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.
2.6
Wat verzoeker aanvoert over het bestuursorgaan in de hoofdzaak en over zijn voormalige advocaat, heeft geen betrekking op de vrees voor partijdigheid van de rechter. Dit kan dan ook geen aanleiding zijn voor een wrakingsverzoek.
2.7
Uit het procesdossier van de hoofdzaak blijkt dat diverse stukken die verzoeker via zijn voormalige advocaat aan de rechtbank heeft toegezonden daarin zijn opgenomen, en dat geen sprake is van een beslissing van de rechter om door of namens verzoeker toegezonden stukken uit het dossier te laten. De wrakingskamer wijst er ten overvloede op dat het verzoeker vrijstaat om bij de mondelinge behandeling van zijn zaak navraag te doen naar de door hem kennelijk gevreesde incompleetheid van het procesdossier.
2.8
Gelet op het voorgaande is de wrakingskamer van oordeel dat niet gebleken is dat er sprake is van enige schijn van vooringenomenheid, dan wel van een objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor. De wrakingskamer zal het verzoek dan ook kennelijk ongegrond verklaren.
2.9
Omdat sprake is van een kennelijk ongegrond wrakingsverzoek, laat de wrakingskamer de mondelinge behandeling van het verzoek achterwege overeenkomstig artikel 4, tweede lid, aanhef en onder a, van het Wrakingsprotocol van de rechtbank Zeeland-West-Brabant (gepubliceerd op de website www.rechtspraak.nl, zie rechtbank Zeeland-West-Brabant, regels en procedures, wrakingsprotocol).
Dictum
De wrakingskamer:
verklaart het verzoek tot wraking kennelijk ongegrond;
bepaalt dat de behandeling van de hoofdzaak met nummer BRE 23/10459 zal worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de schorsing wegens de indiening van dit verzoek.
Deze beslissing is genomen op 23 november 2023 door mr. Peters, rechter en voorzitter, en mr. De Roos en mr. Breeman, rechters, in aanwezigheid van mr. Hamans, griffier. De beslissing wordt openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
voorzitter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.